Home

Gerechtshof Amsterdam, 10-06-2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2230, 23-000303-14

Gerechtshof Amsterdam, 10-06-2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2230, 23-000303-14

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10 juni 2016
Datum publicatie
14 juni 2016
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2016:2230
Formele relaties
Zaaknummer
23-000303-14
Relevante informatie
Wetboek van Strafrecht [Tekst geldig vanaf 15-05-2025 tot 01-07-2025], Wetboek van Strafrecht [Tekst geldig vanaf 15-05-2025 tot 01-07-2025] art. 23

Inhoudsindicatie

Economische zaak. Asbest. 1. Overtreding van artikel 10.1, derde lid, van de Wet milieubeheer. Verdachte heeft als rechtspersoon bedrijfsmatig werkzaamheden met asbest verricht, terwijl zij wist dat daardoor schade aan het milieu kon ontstaan. Dagvaarding partieel nietig voor zover deze betrekking heeft op het tenlastegelegde nalaten. Geen sprake van medeplegen. Geen (voorwaardelijk) opzet, maar wel nalatig gehandeld. 2. Overtreding door rechtspersoon van artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet door sloopwerkzaamheden te doen verrichten in een pand waar asbest was achtergebleven, terwijl zij wist dat daardoor levensgevaar of schade aan de gezondheid van de werknemers te verwachten was.

Uitspraak

parketnummer: 23-000303-14

datum uitspraak: 10 juni 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische kamer van de rechtbank Amsterdam van 15 januari 2014 in de strafzaak onder parketnummer 13-994035-09 tegen

[bedrijf]

gevestigd aan de [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 september 2015, 22 en 25 april 2016 en 2 juni 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de vertegenwoordiger van de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg op 9 en 17 december 2013 in feit 1 toegelaten wijzigingen is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1:

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 november 2007 tot en met 17 januari 2008 te Amsterdam, op/aan de [adres 2], tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, een of meermalen, (telkens) bedrijfsmatig handelingen met afvalstof(fen) heeft/hebben verricht en/of doen verrichten, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of haar mededader(s) uit/in een te slopen flatgebouw of delen daarvan,

( a) asbest of asbesthoudende producten verwijderd en/of doen verwijderen en (vervolgens) op verschillende plaatsen asbest of asbesthoudende producten in/om/op dat gebouw achtergelaten en/of doen achterlaten en/of gedeponeerd en/of doen deponeren, en/of

( b) asbest of asbesthoudende producten verwijderd en/of doen verwijderen zonder (vervolgens) die stoffen te verpakken en/of te doen verpakken in een daartoe gesloten en/of geschikte verpakking, en/of

(telkens) bedrijfsmatige handelingen met afvalstoffen heeft/hebben nagelaten, immers heeft zij, verdachte en/of haar mededader(s) uit/in een te slopen flatgebouw of delen daarvan

niet eerst alle asbest of asbesthoudende producten verwijderd, voordat (delen van) dat gebouw werd(en) gesloopt, terwijl zij en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) kunnen weten, dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden en/of konden ontstaan;

2:

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 november 2007 tot en met 17 januari 2008 te Amsterdam, als werkgeefster in de zin van artikel 1 van de Arbeidsomstandighedenwet, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, handelingen heeft verricht of nagelaten in strijd met voormelde wet en/of daarop berustende bepalingen, immers heeft/hebben zij en /of haar mededader(s) toen daar in een te slopen flatgebouw of delen daarvan op/aan de [adres 2], zijnde (een) arbeidsplaats(en) als bedoeld in artikel 1 lid 3 onder g van de Arbeidsomstandighedenwet, door een of meer van haar werknemers in de zin van artikel 1 van de Arbeidsomstandighedenwet en/of werknemers in de zin van dat artikel van haar mededader(s), te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of één of meer (andere) personen, arbeid doen verrichten, bestaande uit het verrichten van sloopwerkzaamheden, terwijl niet was/werd voldaan aan (a) artikel 4.48a lid 4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit, immers heeft/hebben zij en/of haar mededader(s) in dat flatgebouw of delen daarvan niet het aanwezige asbest dan wel de aanwezige asbestproducten verwijderd voordat werd aangevangen met andere werkzaamheden, te weten sloopwerkzaamheden, en/of (b) artikel 4.1b van het Arbeidsomstandighedenbesluit, immers heeft/hebben zij en/of haar mededader(s) voormelde werknemer(s) niet (ter voorkoming van blootstelling aan asbeststof) ten behoeve van werkzaamheden in/aan dat flatgebouw of delen daarvan voorzien van een doeltreffende bescherming van de gezondheid en/of veiligheid, terwijl daardoor, naar zij wist(en) of redelijkerwijs moest(en) weten, levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van die werknemer(s) ontstond of te verwachten was.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Geldigheid van de dagvaarding

Het standpunt van de advocaat-generaal

Het standpunt van de verdediging

Relevante feiten en omstandigheden

Bewijsoverwegingen

Bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 1

Overwegingen met betrekking tot feit 2

Bewezenverklaring

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Strafbaarheid van de verdachte

Oplegging van straffen

Toepasselijke wettelijke voorschriften

BESLISSING