Home

Gerechtshof Amsterdam, 01-07-2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2819, 23-003290-15

Gerechtshof Amsterdam, 01-07-2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2819, 23-003290-15

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
1 juli 2016
Datum publicatie
19 juli 2016
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2016:2819
Formele relaties
Zaaknummer
23-003290-15

Inhoudsindicatie

Hennepkwekerij. OM ontvankelijk, schriftuur bevat grief. Verklaring van de verdachte ongeloofwaardig, gelet op aangetroffen situatie ter plaatse, verklaringen van de medeverdachte en vingerafdrukken verdachte op twee verschillende plaatsen in de kwekerij.

Uitspraak

parketnummer: 23-003290-15

datum uitspraak: 1 juli 2016 (strafzaak)

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 28 juli 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-736009-13 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,

adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

17 juni 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging dient te worden verklaard, omdat de schriftuur van de zijde van het Openbaar Ministerie geen grieven tegen het vonnis bevat en hij, alhoewel ook hij een redelijke grond ziet de zaken in hoger beroep gelijktijdig te behandelen, tegen het vonnis geen bezwaren heeft.

Het hof overweegt als volgt. Het door het Openbaar Ministerie ingestelde hoger beroep is niet bij akte beperkt en ligt dus in beginsel ten volle aan het hof voor. In de op 24 augustus 2015 bij het hof ingekomen schriftuur hoger beroep is opgenomen dat de zaken van de verdachte en zijn medeverdachte zo nauw met elkaar zijn verweven, met name gelet op het feit dat zij elkaar aanwijzen als de eigenaar van de hennepkwekerij, dat zij gelijktijdig aan het hof dienen te worden voorgelegd. De schriftuur is afgesloten met de zinsnede dat de schriftuur alle grieven en de motivering daarvan bevat. De inhoud van de appelschriftuur moet zo worden begrepen, dat het hoger beroep is ingesteld teneinde te voorkomen dat, indien het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank komt, in beide zaken een veroordeling uitblijft. Dit moet worden aangemerkt als een grief in de zin van artikel 410, derde lid, Wetboek van Strafvordering en het Openbaar Ministerie is mitsdien ontvankelijk in het hoger beroep.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1: hij in of omstreeks de periode 1 maart 2011 tot en met 17 november 2011 te Amsterdam Zuidoost, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 288, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

feit 2: hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 17 november 2011 te Amsterdam Zuidoost, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit (ongeveer 56.812 kHw), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorend aan [slachtoffer] (gevestigd te [plaats] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door het aanbrengen van een (illegale) elektriciteitsaansluiting die (buiten de meter om) een in die woning aanwezige en in werking zijnde hennepplantage van elektriciteit voorzag), in ieder geval door middel van braak op en/of verbreking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Bewijsoverweging

Bewezenverklaring

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Strafbaarheid van de verdachte

Oplegging van straf

Toepasselijke wettelijke voorschriften

BESLISSING