Gerechtshof Amsterdam, 18-10-2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4185, 200.170.374/01
Gerechtshof Amsterdam, 18-10-2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4185, 200.170.374/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 18 oktober 2016
- Datum publicatie
- 7 november 2016
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2016:4185
- Zaaknummer
- 200.170.374/01
Inhoudsindicatie
Effectenlease. Onaanvaardbaar zware financiële last? Bij de toepassing van de hofformule dienen zowel de inkomsten uit dienstbetrekking als de bedrijfsinkomsten in aanmerking te worden genomen. Negatieve inkomsten uit de onderneming worden in dit geval buiten beschouwing gelaten. De afnemer heeft de tussenpersoon en de aanbieder daarover niet ingelicht.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer: 200.170.374/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam: 1382778 DX EXPL 12-391
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 18 oktober 2016
inzake
[appellant] ,
wonend te [woonplaats] ,
appellant, tevens geïntimeerde in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
advocaat: F.M. Wagener te Alkmaar,
tegen:
1 DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
2 AFAB GELDSERVICE B.V.,
gevestigd te Amersfoort,
geïntimeerde, tevens appellante in voorwaardelijke incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna [appellant] , Dexia en AFAB genoemd.
[appellant] is bij dagvaarding van 25 maart 2015 in hoger beroep gekomen van de vonnissen van de rechtbank Amsterdam, sector kanton (hierna: de kantonrechter) van 14 november 2012, 18 december 2013 en 12 februari 2015, onder bovengenoemd zaak-/rolnummer gewezen tussen hem als eiser in conventie, tevens verweerder in voorwaardelijke reconventie, Dexia als gedaagde in conventie, tevens eiseres in voorwaardelijke reconventie en AFAB als gedaagde.
Bij exploot van 19 mei 2015 heeft Dexia aan [appellant] een vervroegde rechtsdag aangezegd.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven van [appellant] tegen Dexia;
- memorie van antwoord van Dexia, met een productie;
- memorie van grieven van [appellant] tegen AFAB;
- memorie van antwoord van AFAB, tevens voorwaardelijke memorie van eis in incidenteel appel, met een productie;
- memorie van antwoord in het (voorwaardelijk) incidenteel appel van [appellant] , met producties;
Partijen hebben de zaak op de zitting van 2 september 2016 doen bepleiten, [appellant] door zijn hiervoor genoemde advocaat, Dexia door mr. J.M.K.P. Cornegoor, advocaat te Haarlem en AFAB door mr. G.M. Jonkman, advocaat te Amsterdam. Mr. Wagener heeft gebruik gemaakt van pleitnotities die aan het hof zijn overgelegd.
Ter gelegenheid van het pleidooi zijn door [appellant] en AFAB nog producties in het geding gebracht, genummerd 35 respectievelijk I.
Ten slotte is arrest gevraagd.
[appellant] heeft in het principaal hoger beroep in de beide memories van grieven geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden vonnissen en tot toewijzing van zijn vorderingen zoals deze in de dagvaarding in hoger beroep zijn verwoord, met veroordeling van Dexia en AFAB in de proceskosten, met rente en uitvoerbaar bij voorraad.
Uit de beide memories van grieven blijkt dat het hoger beroep van [appellant] zich niet richt tegen het tussenvonnis van 14 november 2012 (waarbij de zaak slechts naar de rol is verwezen voor repliek aan de zijde van [appellant] ).
Dexia heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van de bestreden vonnissen, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten, met nakosten en uitvoerbaar bij voorraad.
In het principaal hoger beroep heeft AFAB geconcludeerd tot bekrachtiging van de vonnissen van 18 december 2013 en 12 februari 2015, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten, met nakosten en rente.
Onder de voorwaarde dat het principale beroep leidt tot vernietiging, heeft AFAB incidenteel hoger beroep ingesteld en geconcludeerd tot vernietiging van de vonnissen van 18 december 2013 en 12 februari 2015 en tot algehele afwijzing van de vorderingen van [appellant] , met veroordeling van [appellant] in de proceskosten, met nakosten en rente.
In het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep heeft [appellant] geconcludeerd tot afwijzing daarvan, met veroordeling van AFAB in de proceskosten.
[appellant] en AFAB hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.