Home

Gerechtshof Amsterdam, 18-10-2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4191, 200.179.820/01

Gerechtshof Amsterdam, 18-10-2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4191, 200.179.820/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18 oktober 2016
Datum publicatie
28 oktober 2016
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2016:4191
Zaaknummer
200.179.820/01
Relevante informatie
Wet bescherming persoonsgegevens [Tekst geldig vanaf 25-05-2018] [Regeling ingetrokken per 2018-05-25], Wet bescherming persoonsgegevens [Tekst geldig vanaf 25-05-2018] [Regeling ingetrokken per 2018-05-25] art. 36

Inhoudsindicatie

Vordering in kort geding tot verwijdering van persoonsgegevens uit het Incidentenregister en Extern Verwijzingsregister. Zie ECLI:NL:GHAMS:2016:656.

Uitspraak

afdeling civiel recht en belastingrecht, team 1

zaaknummer : 200.179.820/01 KG

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/593113 KG ZA 15-1080

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 18 oktober 2016

inzake

1 [appellant sub 1] ,

wonend te [woonplaats] ,

2. SHORTSTAY BOOKING B.V.,

3. SHORTSTAY TODAY B.V.,

beide gevestigd te Houten,

appellanten in de hoofdzaak,

eisers in het incident,

advocaat: mr. M.K. Rack te Amsterdam,

tegen

ING BANK N.V,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.

Appellanten worden hierna gezamenlijk [appellanten] genoemd en ieder afzonderlijk [appellant sub 1] , Shortstay Booking en Shortstay Today. Geïntimeerde wordt hierna ING genoemd.

1 Het geding in hoger beroep

Het hof heeft op 23 februari 2016 in deze zaak een tussenarrest in incident gewezen, waarnaar het hof verwijst voor het verloop van de procedure tot dan toe.

ING heeft daarna een memorie van antwoord genomen.

Partijen hebben de zaak ter zitting van 1 juli 2016 doen bepleiten, [appellanten] door mr. Rack voornoemd en ING door mr. J.L. Pijnse van der Aa, advocaat te Amsterdam, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd.

Ten slotte is arrest gevraagd.

[appellanten] hebben geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog zal beslissen als aan het slot van de appeldagvaarding vermeld, met beslissing over de proceskosten.

ING heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met beslissing over de proceskosten.

2 Feiten

De voorzieningenrechter heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.13 de feiten opgesomd die zij bij de beoordeling van de zaak tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die volgen uit niet weersproken stellingen van partijen dan wel de niet (voldoende) bestreden inhoud van producties waarnaar zij ter staving van hun stellingen verwijzen, komen de feiten neer op het volgende.

2.1.

[appellant sub 1] is bestuurder van onder meer Shortstay Booking, Shortstay Today,

en Longstay Today. Van Shortstay Booking en Shortstay Today is hij tevens enig aandeelhouder.

2.2.

Op 3 april 2009 is [appellant sub 1] als bestuurder van Plant Hosting & Co Location B.V. (hierna: Plant Hosting) ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Plant Holding B.V. (hierna: Plant Holding) was tot 27 november 2014 mede bestuurder van Plant Hosting. Op 27 november 2014 is Plant Holding opgeheven wegens staking van de activiteiten. [appellant sub 1] stond als bestuurder van Plant Holding ingeschreven.

2.3.

[appellanten] en Plant Hosting hebben een bancaire relatie met ING.

2.4.

ING heeft Plant Hosting op 22 juli 2008 een rekening-courant krediet verstrekt van € 250.000 (hierna: de overeenkomst), gekoppeld aan rekeningnummer

[nummer 1] . Op grond van de overeenkomst zijn de bedrijfsactiva aan ING verpand. In de overeenkomst is hieromtrent het volgende opgenomen:

“Tot zekerheid van al hetgeen de kredietnemer schuldig is of wordt aan de kredietgever, verpandt de kredietnemer hierbij, voor zover nodig bij voorbaat, aan de kredietgever, die deze verpanding aanvaardt, alle huidige en toekomstige Bedrijfsactiva zoals omschreven in de Algemene Bepalingen van Pandrecht, (...) deze Bedrijfsactiva omvatten in ieder geval de Bedrijfsuitrusting, Tegoeden, vorderingen en Voorraden behorende tot het bedrijf van de kredietnemer.”

2.5.

Op de overeenkomst zijn onder meer de Algemene Voorwaarden van de Bank (hierna: de Algemene Voorwaarden) van toepassing. In de Algemene Voorwaarden is onder meer het volgende bepaald:

Artikel 2 Zorgplicht bank en cliënt

(..) 2.2 De cliënt neemt jegens de bank de nodige zorgvuldigheid in acht en houdt daarbij naar beste vermogen rekening met de belangen van de bank. De cliënt stelt de bank in staat haar wettelijke en contractuele verplichtingen na te kunnen komen en haar dienstverlening correct te kunnen uitvoeren.

De cliënt mag van de diensten en/of producten van de bank geen oneigenlijk of onrechtmatig gebruik (laten) maken, waaronder mede begrepen gebruik dat strijdig is met wet- en regelgeving, dienstbaar is aan strafbare feiten of schadelijk is voor de bank of haar reputatie of voor de integriteit van het financiële stelsel.

(..)

Artikel 7 Cliëntgegevens

De cliënt en zijn vertegenwoordigers zijn verplicht aan de bank alle medewerking te verlenen en informatie te verstrekken voor het vaststellen en verifiëren van onder meer hun identiteit,

burgerservicenummer, geboortedatum, burgerlijke staat, handelingsbekwaamheid en

-bevoegdheid, hun huwelijks- of partnerschapsgoederenregime, rechtsvorm, woon- en/of (statutaire) vestigingsplaats, - voor zover van toepassing - hun inschrijvingsnummer in het handelsregister en/of andere registers en hun BTW-nummer. Wijzigingen in deze gegevens moeten zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de bank worden meegedeeld. De bank mag van documenten, waaruit deze gegevens blijken, kopieën maken, de gegevens registreren en bewaren. Als de cliënt een rechtspersoon of samenwerkingsverband is, zijn de cliënt en zijn vertegenwoordigers tevens verplicht op eerste verzoek van de bank inzicht te verschaffen in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de rechtspersoon of het samenwerkingsverband.

(..)

Artikel 27 Onmiddellijke opeisbaarheid

Als de cliënt in verzuim is met de nakoming van enige verplichting jegens de bank, mag de bank haar vorderingen op de cliënt door opzegging onmiddellijk opeisbaar maken, tenzij dit gelet op de geringe betekenis van het verzuim niet gerechtvaardigd is. Een dergelijke opzegging geschiedt schriftelijk met vermelding van de reden.

(..)

Artikel 35 Opzegging van de relatie

Zowel de cliënt als de bank kan de relatie tussen hen schriftelijk geheel of gedeeltelijk opzeggen Als de bank de relatie opzegt, deelt zij desgevraagd de reden van de opzegging aan de cliënt mee. Na opzegging van de relatie worden de tussen de cliënt en de bank bestaande individuele overeenkomsten zo spoedig mogelijk afgewikkeld met inachtneming van de daarvoor geldende termijnen. Tijdens de afwikkeling blijven deze algemene bankvoorwaarden en de op de individuele overeenkomsten toepasselijke specifieke voorwaarden van toepassing.”

2.6.

Per 1 oktober 2008 is de kredietlimiet verlaagd met € 1.800 per maand.

2.7.

In 2012 is een overschrijding van de kredietlimiet ontstaan. Op 21 december 2012 heeft ING Plant Hosting bericht dat de incasso van de vordering zou worden overgedragen aan de afdeling Intensief Beheer van ING. Per 14 januari 2013 vertoonde de zakelijke rekening van Plant Hosting een debetsaldo van € 160.369,46.

2.8.

In maart en april 2013 heeft ING tevergeefs getracht de aan haar verpande activa van Plant Hosting te laten taxeren.

2.9.

Op 9 december 2013 heeft ING Plant Hosting een vooraankondiging kredietopzegging verzonden. Plant Hosting heeft hierop niet gereageerd. Bij brief van 13 januari 2014 heeft ING het krediet opgezegd per 1 maart 2014. ING heeft de incasso van haar vordering op Plant Hosting in handen gesteld van haar incassogemachtigde Fidition. Fidition heeft geen enkele betaling ontvangen.

2.10.

Op 19 november 2014 is Plant Hosting in staat van faillissement gesteld. Mr. [curator] is tot curator (hierna: de curator) benoemd.

2.11.

Bij brief van 4 februari 2015 heeft de curator ING onder meer het volgende geschreven:

“Direct na het vonnis failliet verklaring van [Plant Hosting, hof] probeerde ik z.s.m. contact te krijgen met of de gefailleerde of diens bestuur/bestuurder(s).

Volgens het uittreksel van de kamer van koophandel (d.d. 19-9-2014) waren/zijn er 2

bestuurders (= algemeen directrice n algemeen directeur) van de failliete vennootschap, t.w.:

1) Plant Holding B.V. (kvk nr. [kvk nummer] ) en

2) [appellant sub 1] , geboren [geboortedatum] , wonende [adres 1] .

Ieder, alleen en zelfstandig bevoegd.

Aanvullende informatie omtrent deze 2 bestuurders

ad. 1) Blijkens een brief van de kamer van koophandel d. d. 27-11-2014 zou Plant Holding B.V. m.i.v. 27-11-2014 zijn opgeheven.

Omdat ik benieuwd was wie de onderneming heeft laten opheffen heb ik de kamer van

koophandel geschreven bij brief van 28-11-2014.

N.a.v. die brief werd ik op 3-12-2014 gebeld door de heer [A] van de kamer van koophandel

Amsterdam. Hij vertelde mij dat de heer [appellant sub 1] in april 2014 naar KvK is geweest om zich

uit te laten schrijven als bestuurder van Plant Holding B.V. Omdat er vervolgens geen nieuwe bestuurder zich heeft laten inschrijven, heeft de KvK Plant Holding B.V. (ambtshalve) laten opheffen en verplaatst naar de kelder van de kamer van koophandel.

ad. 2) omdat de heer [appellant sub 1] nergens op reageerde, werd de heer [appellant sub 1] op 4-1-2014 door de R-C gehoord ter zitting op de Rechtbank Amsterdam.

Hij vertelde o.a. dat hij door de (ontvanger v/d) belastingdienst Amsterdam, door de heren [B]

en [C] , hoofdelijk is aangeslagen voor een bedrag van circa € 230.000,00, zijnde de nog

openstaande aanslagen/vorderingen van de failliete vennootschap(pen).

Hij zou afgelopen zomer, naar aanleiding van aangifte van een financierder/leasemaatschappij,

ook door de politie van Houten zijn gehoord over de geleasede servers die onvindbaar zouden

zijn. Nadere details kon hij mij niet geven.

Hij gaf verder aan dat hij niet de feitelijke bestuurder was van de failliete vennootschap. Hij

deed 1 dag per week de administratie en kreeg een vergoeding van € 300,00 per maand om zich

als directeur/bestuurder te laten inschrijven bij de KvK. De man achter het bedrijf zou een man

zijn genaamd [D] . Hij tekende op verzoek van deze [D]

wel alle contracten, zoals o. a. de huurcontracten en contracten met banken zoals die met

Triodes, etc..

De heer [appellant sub 1] is een man van 75 jaar. Hij heeft tegenover mij erkend als katvanger te

hebben gefungeerd en het adres [adres 2] was volgens hem een “fopadres”.

Hij heeft geen adres van [D] . Het mobiele nummer dat hij had zou

inmiddels afgesloten zijn.

(..)

Er is door mij op 8-12-2014 melding gedaan bij het fraudemeldpunt Amsterdam van het

Openbare Ministerie. Het O.M. is nog in overleg niet de Amsterdamse politie.

Er is nog (steeds) geen beslissing genomen of er strafrechtelijke vervolging wordt ingesteld.

(..)”

2.12.

Op 20 juli 2015 heeft ING bij de politie aangifte gedaan van fraude jegens (onder meer) [appellant sub 1] . De schriftelijke aangifte vermeldt, voor zover van belang, het volgende:

“Namens ING doe ik aangifte tegen

(...) Plant Hosting & Co Location BV (...)

(...) Plant Holding BV (...)

(...) [appellant sub 1] (...)

(...) inzake onttrekking pandrecht (...) strafbaar gesteld bij artikel 348 van het Wetboek van Strafrecht.

(...)

Uit een mediabericht op internet d.d. 12-02-2015 blijkt dat [Plant Hosting, hof] de IP-adressen van het hostingbedrijf, feitelijk gaat het om het volledige account van Plant Hosting bij RIPE NCC op 27-11-2012 heeft overgedragen aan Plant Holding GmbH in Zurich, Zwitserland. Als eigenaar van Plant Holding GmbH staat in het bedrijfsregister in Zurich genoemd [D] . Van deze overdracht van bedrijfsactiva is pandhouder ING nimmer geïnformeerd door kredietnemer.

Uit informatie uit het Handelsregister is gebleken dat enig aandeelhouder en bestuurder Plant Holding BV op 27-11-2014 is opgeheven wegens staking van de activiteiten. De tweede bestuurder [appellant sub 1] (sinds 15-04-2004) heeft zich op 25 april 2014 met terugwerkende kracht laten uitschrijven per 01-01-2014. Met ingang van 19-11-2014 is de rechtspersoon [Plant Hosting, hof] in staat van faillissement verklaard.(..)

Conclusie

Gelet op het vorenstaande heeft ING het ernstige vermoeden dat de feitelijke belanghebbende van [Plant Hosting, hof], de heer [D] , de formele leiding heeft overgedragen aan een stroman c.q. katvanger in de persoon [appellant sub 1] en de verpande activa van onderneming opzettelijk heeft onttrokken aan het pandrecht zonder berichtgeving aan en aflossing van ING. Betrokkenen hebben daarbij vermoedelijk het oogmerk gehad om het uitstaande krediet en de afgegeven borgtocht nimmer aan ING terug te betalen.”

2.13.

In het verslag van de curator van 23 april 2015 heeft de curator de volgende bevindingen vermeld:

“Op donderdag 20-11-2014 heeft de curator contact gehad met de verhuurder van [adres 2] . Op vrijdagmorgen 21-11-2014 is de curator naar het pand aan de [adres 2] , zijnde, volgens website, het kantoor van Plant Hosting, geweest.

Daar werd de curator duidelijk gemaakt dat er in de gehuurde unit, wat niet meer is dan een klein kamertje op de eerste verdieping, nooit is gewerkt door iemand, dus ook niet van Plant Hosting.”

2.14.

Bij brief van 22 juli 2015 heeft ING [appellant sub 1] het volgende geschreven:

“Op 12 mei 2015 zijn uw persoonsgegevens naar voren gekomen in een onderzoek naar fraude.

Uit ons onderzoek is gebleken dat de heer [appellant sub 1] als wettelijk vertegenwoordiger van [Plant Hosting, hof] betrokken is bij faillissementsfraude en/of opzettelijke onttrekking aan het pandrecht van ING. ING heeft aangifte van fraude gedaan bij de politie. Er is sprake van het opzettelijk onttrekken van pandrecht zonder berichtgeving aan en aflossing van ING. Het vermoeden hierbij is dat het uitstaande krediet en de afgegeven borgtocht nimmer aan ING terug betaald zou worden. Op grond van het voorgaande heeft de ING een vordering op u verkregen.

Gelet op de omstandigheden waaronder deze fraude heeft plaatsgevonden, staat uw betrokkenheid bij voornoemde fraude voor de ING in voldoende mate vast. Vanwege het belang van de ING bij het handhaven van de integriteit van het financiële stelsel en het voorkomen en bestrijden van fraude achten wij het noodzakelijk om zowel uw persoonsgegevens als uw zakelijke gegevens [Plant Hosting, hof] voor de duur van 8 jaar op te nemen in het incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister. Het belang van opname van uw gegevens in het incidentenregister is naar ons oordeel groter dan de mogelijk voor u nadelige gevolgen van de plaatsing.

Door uw betrokkenheid bij fraude hebben wij verder besloten dat wij de relatie met u zullen beëindigen. Alle hierna genoemde Zakelijke rekeningen en Betaalrekening zijn inmiddels geblokkeerd en worden binnen 14 dagen beëindigd.

• [nummer 2] t.n.v. dhr. [appellant sub 1]

• [nummer 3] t.n.v. Longstay Today

• [nummer 4] t.n.v. Shortstay Boeking BV

• [nummer 5] t.n.v. Shortstay Today BV

Wij zullen onze vordering zover mogelijk verrekenen met aanwezig positief saldo op uw Betaalrekening en zakelijke rekeningen. Als er geen saldo op uw rekening(en) aanwezig is, of als er na genoemde verrekening een restvordering overblijft, zullen wij de (rest)vordering overdragen aan een incassobureau.”

2.15.

ING is deelnemer aan het incidentenwaarschuwingssysteem financiële instellingen. In het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (hierna: het Protocol) zijn regels vastgelegd ten aanzien van gegevensuitwisseling tussen de aangesloten financiële instellingen. Het Protocol bepaalt in artikel 3 dat iedere deelnemer een Incidentenregister, met daaraan gekoppeld een Extern Verwijzingsregister (hierna: EVR), heeft. Het Protocol bepaalt verder, voor zover hier van belang:

4 Incidentenregister

4.1

Doel Incidentenregister

4.1.1

Met het oog op het kunnen deelnemen aan het Waarschuwingssysteem is iedere deelnemer

gehouden de volgende doelstelling voor het vastleggen van gegevens in het Incidentenregister te hanteren:

Het geheel aan verwerkingen ten aanzien van het Incidentenregister heeft tot doel het ondersteunen van activiteiten gericht op het waarborgen van de veiligheid en de integriteit van de financiële sector, daaronder mede begrepen (het geheel van) activiteiten die gericht zijn:

• op het onderkennen, voorkomen, onderzoeken en bestrijden van gedragingen die kunnen leiden

tot benadeling van branche waar de financiële instelling deel van uitmaakt, van de economische

eenheid (groep) waartoe de financiële instelling behoort, van de financiële instelling zelf alsmede van haar cliënten en medewerkers;

• op het onderkennen, voorkomen, onderzoeken en bestrijden van oneigenlijk gebruik van producten, diensten en voorzieningen en/of (pogingen) tot strafbare of laakbare gedragingen en/af

overtreding van (wettelijke) voorschriften, gericht tegen de branche waar de financiële instelling deel van uitmaakt, de economische eenheid (groep) waartoe de financiële instelling behoort, de financiële instelling zelf, haar cliënten en medewerkers;

• op het gebruik van en de deelname aan het waarschuwingssystemen.

(..)

5 Extern Verwijzingsregister

3 Beoordeling

4 Beslissing