Home

Gerechtshof Amsterdam, 11-04-2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1271, 200.180.669/01

Gerechtshof Amsterdam, 11-04-2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1271, 200.180.669/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11 april 2017
Datum publicatie
21 april 2017
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2017:1271
Zaaknummer
200.180.669/01
Relevante informatie
Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 2, Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 248

Inhoudsindicatie

Uitleg samenwerkingsovereenkomst inzake nieuwbouwproject: met betrekking tot welke kavels dienden de sloop- en saneringskosten 50/50 tussen de gemeente en de projectvennootschappen te worden verdeeld. Letterlijke tekst geeft onder de gegeven omstandigheden niet de doorslag.

Wetsartikelen: 6:248 BW

Uitspraak

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.180.669/01

zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : C/14/158063 / HA ZA 14-358

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 11 april 2017

inzake

1 DE BANGERT C.V.en

2. ONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ HOORN B.V.,

beide gevestigd te Hoorn,

appellanten,

advocaat: mr. J.C. Binnerts te Haarlem,

tegen

GEMEENTE HOORN,

zetelend te Hoorn,

geïntimeerde,

advocaat: mr. P.L. Loeb te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

De partijen worden hierna enerzijds gezamenlijk OMH en afzonderlijk De Bangert en OMH, anderzijds de Gemeente genoemd.

OMH is bij dagvaarding van 18 september 2015 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank), van 24 juni 2015 (hierna: het vonnis) onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen tussen de Gemeente als eiseres in conventie, tevens verweerster in reconventie, en OMH als gedaagden in conventie, tevens eiseressen in reconventie.

De partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven (waarbij één grief is aangevoerd), met producties;

- memorie van antwoord, met producties;

- akte uitlating producties zijdens OMH.

Ten slotte is arrest gevraagd.

2 Feiten

2.1

De rechtbank heeft in het vonnis onder 2.1 tot en met 2.5, de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt.

2.2

Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als verder nog enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, zijn die feiten de volgende.

( a) De commanditaire vennootschappen De Bangert en Oosterpolder CV (hierna: Oosterpolder) zijn opgericht ten behoeve van de ontwikkeling van het in de gemeente Hoorn gelegen projectgebied Bangert en Oosterpolder (hierna: Projectgebied). OMH is beherend vennoot van beide commanditaire vennootschappen. In OMH werkt een aantal participanten samen; hierna worden deze participanten niet afzonderlijk genoemd maar onder de aanduiding OMH begrepen. De Gemeente heeft met beide commanditaire vennootschappen afspraken gemaakt ten aanzien van de ontwikkeling van het Projectgebied. Deze afspraken zijn vastgelegd, voor zover thans van belang, in schriftelijke raamovereenkomsten van 25 augustus 2004 (Raamovereenkomst 2004) en van 2 november 2010 (Raamovereenkomst 2010), welke laatste de eerste vervangt. De afspraken die in de laatste zijn neergelegd, wijken niet af, voor zover in dit geding van belang, van de afspraken die in de eerste zijn neergelegd. Eind 2014 is Oosterpolder uit de Raamovereenkomst 2010 getreden; zij heeft haar rechten en plichten uit die overeenkomst overgedragen aan De Bangert.

( b) Voorafgaand aan de Raamovereenkomst 2004 werkten de partijen al enige tijd samen voordat zij besloten de diverse tussen hen geldende afspraken over de ontwikkeling van het Projectgebied in een raamovereenkomst vast te leggen.

Vanaf 1997 was een aantal gronden en opstallen binnen het Projectgebied door OMH verworven (de eerste categorie gronden); deze zijn vervolgens doorverkocht en overgedragen aan de Gemeente.

Het was aanvankelijk de bedoeling van de partijen dat OMH deze gronden schoon – vrij van opstallen en verontreiniging – aan de Gemeente zou overdragen, waarna de Gemeente ze bouwrijp zou maken en vervolgens, voor zover ze door OMH ontwikkeld zouden worden, weer aan OMH overdragen. Sloop- en saneringswerkzaamheden op een aantal gronden van deze categorie werden inderdaad tot en met 2004 door OMH verricht/bekostigd. Later hebben de partijen afgesproken dat de Gemeente de sloop- en saneringswerkzaamheden voortaan zou verrichten en dat OMH in de kosten daarvan zou bijdragen.

De Gemeente heeft ook rechtstreeks gronden binnen het Projectgebied verworven (de tweede categorie gronden) en vanaf 2001 tot en met 2004 sloop- en saneringswerkzaamheden op de tweede categorie gronden verricht/bekostigd. Ook deze gronden zou de Gemeente bouwrijp maken en vervolgens, voor zover ze door OMH ontwikkeld zouden worden, aan OMH overdragen.

De kosten van de tot en met 2004 op beide voormelde categorieën gronden verrichte sloop- en saneringswerkzaamheden zijn later feitelijk alsnog 50/50 over OMH en de Gemeente verdeeld, hetgeen resulteerde in factuur 126755 van 27 november 2007 aan OMH (waarover meer hieronder, 2.2.o).

( c) Vanaf 2005 verricht alleen de Gemeente de sloop- en saneringswerkzaamheden, zowel op de via OMH als op de rechtstreeks door de Gemeente verworven gronden.

Feitelijk draagt de Gemeente de kosten van die sloop- en saneringswerkzaamheden voor 50% zelf en brengt zij de resterende 50% in rekening bij OMH.

Onder de raamovereenkomsten maakt de Gemeente beide categorieën gronden woon- en bouwrijp en draagt zij het merendeel van die gronden als kavels uitgeefbare grond met de bestemming woondoeleinden over aan OMH. Onder de raamovereenkomsten had en heeft OMH het recht gronden in het Projectgebied te ontwikkelen volgens de daaromtrent overeengekomen afspraken en voorwaarden. OMH ontwikkelt de aan haar overgedragen gronden ten behoeve van woningbouw; de Gemeente ontwikkelt en realiseert alle openbare en andere voorzieningen binnen het Projectgebied.

Naast de genoemde twee categorieën gronden zijn er ook gronden in het Projectgebied die noch door OMH noch door de Gemeente worden verworven (een derde categorie gronden); deze zijn eigendom van ‘zelfrealisatoren’, eigenaren van grond in het Projectgebied die in staat zijn voor eigen risico de nieuwe bestemming in het bestemmingsplan te realiseren en te kennen geven dat te willen doen. De afspraak over 50/50 verdeling van kosten van sloop- en saneringswerkzaamheden heeft geen betrekking op deze gronden van zelfrealisatoren.

Het projectgebied heeft een capaciteit van circa 3.400 wooneenheden. OMH heeft een bouwclaim op het gehele Projectgebied, echter met uitzondering van kavels bestemd voor particuliere opdrachtgevers, voor door de Gemeente te ontwikkelen openbare en andere voorzieningen en voor ‘zelfrealisatoren’.

De Raamovereenkomsten voorzien in een gefaseerde ontwikkeling. Ten tijde van de inleidende dagvaarding, 24 oktober 2014, was de stand van zaken als volgt. In Fase 1 heeft de Gemeente de eerste bouwrijpe gronden in 2004 aan OMH overgedragen en is OMH eveneens in 2004 begonnen te bouwen. In 2005 zijn de eerste woningen opgeleverd. Fase 1, circa 600 woningen, is in 2007 afgerond. In Fase 2, eveneens circa 600 woningen, is OMH in 2007 begonnen te bouwen; deze fase is afgerond in 2009. Fase 3 betreft het door de Gemeente te realiseren centrumgebied c.a. waarin OMH geen woningen bouwt. In Fase 4A is OMH in 2010 begonnen te bouwen. Voor de rest van Fase 4 zijn bepaalde plannen vastgesteld. Met Fase 5 moest nog worden begonnen. In 2012 heeft OMH 78, in 2013 en 2014 tezamen 112 woningen gebouwd.

( d) De nota ‘Uitgangspunten voor raamovereenkomsten tussen de gemeente Hoorn en de Ontwikkelingsmaatschappij Hoorn bv inzake Bangert en Oosterpolder’ van 11 oktober 2002, gevoegd als Bijlage 2 bij de Raamovereenkomst 2004, houdt onder meer het volgende in.

10. Kavels voor particuliere opdrachtgevers en voorzieningen

De gemeente vergoedt geen deficit aan de OM [OM is OMH – hof] over de door haar uit te geven gronden (...). Het deficit dient verrekend te worden op de door OM te realiseren vrije sector woningen.

11. Gemeentelijke kavels

De gronden bedoeld onder punt 10 zijn tot een maximum van 18 hectare bestemd voor de uitgifte van particuliere kavels (...) en voorzieningen langs de Strip [de Strip is een ontsluitingsweg die langs de Fasen 1 tot en met 5 loopt - hof].

13. Bouwclaim

Op de nog door de gemeente aan te kopen gronden, exclusief een aantal percelen van zogenaamde zelfrealisatoren (...) heeft de OM een bouwclaim.

De nota is ondertekend door vertegenwoordigers van de Gemeente en van OMH.

( e) Een ontwerpversie van de Raamovereenkomst 2004 van 25 februari 2004 houdt, voor zover thans van belang, het volgende in.

-- Artikel 9.3.1: De door de OMH aan de gemeente verkochte gronden zijn geleverd vrij van [kort gezegd: opstallen] en vrij van bodemvervuiling, tenzij anders is bepaald in een koopovereenkomst (...) tussen partijen. (...) De opstallen c.a. inzake door de gemeente (direct) verworven en nog te verwerven gronden (...) zullen in beginsel niet eerder worden gesloopt dan nadat over de hoogte en de verdeling van de kosten overeenstemming is bereikt tussen de OMH en de gemeente. (...) De aan deze sloop verbonden kosten zullen gelijkelijk tussen de OMH en de gemeente worden verdeeld.**.

( f) Het verslag van een op 8 maart 2004 gehouden ‘bestuurlijk overleg’ tussen onder meer vertegenwoordigers en medewerkers van de Gemeente en van OMH houdt onder meer het volgende in.

2. Mededelingen

De heer [A] [deze was toen wethouder van de Gemeente – hof] geeft aan dat het geheel van onderwerpen welke in deze vergadering besproken worden gezien moeten worden als een “packagedeal”. Het moet een voor beide partijen evenwichtig verhaal zijn, waar geen onderdelen van afgepeld kunnen worden. (...)

5. Kwalitatieve bedingen

Onderscheid kan worden gemaakt tussen percelen die door de gemeente van de OMH zijn gekocht en de percelen welke direct door de gemeente worden gekocht.

Ter zake van de eerste categorie is onduidelijkheid in de betreffende contracten. Een raming door een onafhankelijk deskundige in opdracht van OMH bedraagt ca € 6.000.000,-- [gelet op het hierna, onder (g) vermelde, leest het hof: € 600.000,--] excl. BTW voor sloop en eenzelfde bedrag voor sanering. Ter zake van de tweede categorie moeten afspraken worden gemaakt.

Overeengekomen wordt dat de kosten voor zowel de eerste als de tweede categorie op 50/50 basis tussen de gemeente en de OMH worden verdeeld. De uitvoering geschiedt door de gemeente.

( g) Het verslag van een op 5 april 2004 gehouden ‘bestuurlijk overleg’ tussen vertegenwoordigers en medewerkers van de Gemeente en van OMH houdt onder meer het volgende in.

2. Verslag vorige vergadering dit is het zojuist onder (e) genoemde verslag - hof].

(...) Naar aanleiding van [dit verslag]:

[ad] 5. Kwalitatieve bedingen. De door de OMH genoemde bedragen van 2x 6 ton (...).

( h) Latere ontwerpversies van de Raamovereenkomst 2004 houden, voor zover thans van belang, het volgende in.

- Versie van 14 april 2004:

Artikel 9.3.1: Ter zake van de staat van de gronden is sprake van twee categorieën:

1. De door de OMH aan de gemeente verkochte gronden;

2. De nog door de gemeente direct te verwerven gronden.

Inzake de eerste categorie wordt tussen partijen afgesproken dat *** wordt geïnventariseerd wat de sloop- en saneringskosten van deze gronden zijn. Deze kosten worden tussen partijen op basis van een 50/50 verhouding gedeeld. (...) De kosten van sloop- en saneringswerkzaamheden voor de tweede categorie gronden worden eveneens in de verhouding 50/50 tussen partijen verdeeld.

De uitvoering van bedoelde sloop- en saneringswerkzaamheden berust bij de gemeente. De gemeente zal ter zake nauw overleg voeren met de OMH. (...);

- Versie van 12 mei 2004:

Artikel 9.3.1: Ter zake van de door de gemeente te leveren en de nog door de gemeente te verwerven gronden ten behoeve van de OMH zullen de kosten van het slopen van te verwijderen opstallen en het verwijderen van bodemverontreiniging in de verhouding 50/50 tussen partijen worden verdeeld.

De uitvoering van bedoelde sloop- en saneringswerkzaamheden berust bij de gemeente. De gemeente zal ter zake nauw overleg voeren met de OMH.;

- Versie van 4 juni 2004:

Artikel 9.3.1 heeft nu de bewoordingen van de eindversie van de Raamovereenkomst 2004 gekregen en luidde derhalve: Ter zake van de door de gemeente te leveren en de nog door de gemeente te verwerven gronden waarop een bouwclaim rust van de OMH zullen de kosten van het slopen van te verwijderen opstallen en het verwijderen van bodemverontreinigingen, in de verhouding 50/50 tussen partijen worden verdeeld.

De uitvoering van bedoelde sloop- en saneringswerkzaamheden berust bij de gemeente. De gemeente zal ter zake nauw overleg voeren met de OMH.

( i) De Raamovereenkomst 2004 houdt onder meer het volgende in.

Overwegende :

g. Partijen hebben op 11 oktober 2002 de nota ‘Uitgangspunten voor raamovereenkomst inzake Bangert en Oosterpolder’ voor akkoord ondertekend. Dit document is als bijlage 2 bijgevoegd bij deze raamovereenkomst.

Artikel 1: Begripsbepalingen

Bouwclaim: het recht om op door de gemeente uit te geven gronden bouwwerken te doen realiseren, zoals nader omschreven in artikel 8.

Bouwrijp maken: het aanleggen van (openbare) wegen, bruggen en duikers bestemd voor de realisatie van de bouw (...), alsmede het aan- of omleggen van de benodigde riolering (...), het aan- en/of afvoeren van grond voor het op hoogte brengen van het terrein, het plaatsen van beschoeiingen en het zorgdragen voor voldoende ontwatering.

Deficit: het verschil tussen de aankoopprijs van de door de OMH in het projectgebied aangekochte gronden en de (door)verkoopprijs hiervan aan de gemeente, vermeerderd met rente en de overige met aankoop van de betreffende gronden verbonden kosten.

Voorziening: een gebouw waarin sociale, culturele, recreatieve en/of commerciële organisaties of bedrijven kunnen worden gehuisvest en/of sociale, culturele, recreatieve en/of commerciële activiteiten kunnen worden gepleegd. Deze gebouwen zullen hoofdzakelijk centraal (...) in het plangebied worden ontwikkeld en gerealiseerd.

Woonrijp maken: het in definitieve vorm afwerken van de openbare ruimte zoals de aanleg van openbare wegen en openbare verlichting (...).

Artikel 8: Bouwclaim

8.1

Overgedragen gronden ontwikkelaar

De OMH heeft de door of namens haar in het projectgebied aangekochte gronden overgedragen aan de gemeente. Het daarbij door de OMH geleden deficit is en blijft voor haar rekening. (...) De bouwclaim van de OMH heeft betrekking op het gehele projectgebied met uitzondering van de kavels bestemd voor de particuliere opdrachtgevers en de voorzieningen, gezamenlijk tot een maximum van achttien hectare (...). Mede zijn uitgesloten, de kavels van of voor zelfrealisatoren.

Artikel 9: Gronden

9.1.

Gemeentelijke gronden

De gemeente bezit de gronden in eigendom zoals aangegeven op de kaart van bijlage 1.

9.2

Verwerving gronden door gemeente van derden

De gemeente zal zich inspannen, voor zover mogelijk en nodig, de nieuwe bestemmingen te realiseren en de overige gronden in het projectgebied te verwerven. Hiervan zijn uitgezonderd de gronden van zelfrealisatoren. De gemeente verleent aan de OMH op de verworven gronden een bouwclaim zoals in artikel 8 omschreven.

9.3

Staat van de geleverde en nog te leveren gronden

9.3.1

Ter zake van de door de gemeente te leveren en de nog door de gemeente te verwerven gronden waarop een bouwclaim rust van de OMH zullen de kosten van het slopen van te verwijderen opstallen en het verwijderen van bodemverontreinigingen, in de verhouding 50/50 tussen partijen worden verdeeld.

De uitvoering van bedoelde sloop- en saneringswerkzaamheden berust bij de gemeente. De gemeente zal ter zake nauw overleg voeren met de OMH.

9.3.2

De gemeente zal de bouwkavels in bouwrijpe staat, zoals gedefinieerd in artikel 1, aan de betreffende participant in de OMH leveren.

Over de aanvang en voltooiing van bouw- en woonrijp maken van de afzonderlijke (deel)fasen zullen partijen bij het sluiten van de ontwikkelovereenkomsten en realisatieovereenkomsten nadere uitvoeringsafspraken maken.

(j) De Raamovereenkomst 2010 houdt onder meer het volgende in.

Artikel 10: Bouwclaim

10.1

De OMH heeft de door of namens haar in het projectgebied aangekochte gronden overgedragen aan de Gemeente. Het daarbij door de OMH geleden deficit is en blijft voor haar rekening. (...) De bouwclaim van de OMH heeft betrekking op het gehele projectgebied met uitzondering van de kavels bestemd voor de particuliere opdrachtgevers en de voorzieningen, gezamenlijk tot een maximum van achttien hectare (...). Mede zijn uitgesloten de kavels van of voor zelfrealisatoren. (...)

10.2

De Gemeente zal zich inspannen, voor zover mogelijk en nodig, de overige gronden in het projectgebied te verwerven. Hiervan zijn uitgezonderd de gronden van zelfrealisatoren. De Gemeente verleent aan de OMH op de verworven gronden een bouwclaim zoals in dit artikel omschreven (...).

Artikel 11: Gronden

De Gemeente heeft de gronden in eigendom zoals aangegeven op de kaart van bijlage 1.

Artikel 12: Staat van de geleverde en nog te leveren gronden

12.1

Ter zake van de door de Gemeente te leveren en de nog door de Gemeente te verwerven gronden waarop een bouwclaim rust van de OMH zullen de kosten van het slopen van te verwijderen opstallen en het verwijderen van bodemverontreinigingen, in de verhouding 50/50 tussen Partijen worden verdeeld.

12.2

De uitvoering van bedoelde sloop- en saneringswerkzaamheden berust bij de Gemeente, maar behoeft voorafgaande instemming van de OMH.

12.3

De Gemeente zal de bouwkavels in bouwrijpe staat aan de betreffende participant in de OMH leveren.

12.4

Over het tijdstip van bouw- en woonrijp maken van de afzonderlijke (deel)fasen zullen Partijen bij het sluiten van de Bouwclaimovereenkomsten en Koopovereenkomsten nadere afstemmingsafspraken maken (...).

( k) De brief van 14 januari 2005 van de Gemeente aan OMH houdt, voor zover thans van belang en zakelijk weergegeven, het volgende in.

Ingevolge art. 9.3.1 Raamovereenkomst 2004 worden alle kosten van het slopen van opstallen en het verwijderen van bodemverontreinigingen in de verhouding 50/50 tussen de partijen verrekend. De Gemeente heeft een overzicht van de door haar van 2001-2004 aldus gemaakte kosten gemaakt; voordien heeft de Gemeente dergelijke kosten niet gemaakt. Om tot verrekening te komen wordt OMH verzocht een overzicht van de door haar tot dusverre gemaakte kosten toe te zenden.

( l) Bij brief van 13 juli 2005 namens OMH, met als bijlage ‘Overzicht sloop en saneringskosten 1996-2005’, is naar aanleiding van de zojuist genoemde brief van 14 januari 2005 opgave gedaan van door haar als sloop- en/of saneringskosten aangemerkte bedragen ter zake van werkzaamheden in de periode 1997-2004. Daarin is mede opgenomen, voor zover thans van belang, een drietal door OMH in 2000-2002 bekostigde posten betreffende het adres [adres] , een perceel in Fase 3. OMH heeft deze posten aangemeld voor de 50/50 verdeling.

( m) Bij brief van 1 november 2005 van de Gemeente zijn aan OMH onder meer vragen gesteld over enkele posten van het zojuist genoemde overzicht van 13 juli 2005, welke vragen in een bijlage zijn opgenomen.

Tevens zijn in deze brief de posten van meergenoemd overzicht die bodemonderzoek betreffen, door de Gemeente verworpen (omdat de desbetreffende kosten niet in de Raamovereenkomst 2004 zijn genoemd); dit betreft alle posten aangaande de jaren 1997-2000 die OMH had opgegeven, en nog enkele aangaande de jaren 2001-2002.

Ten slotte is in een tweede bijlage gespecificeerd, mede naar Fase en adres, welke sloop- en saneringskosten de Gemeente heeft gemaakt in de periode 2001-2005. Daarin is opgenomen, voor zover thans van belang, een twintigtal posten uit 2001-2005 betreffende adressen in Fase 3.

Bij brief van 3 oktober 2006 is OMH gerappelleerd, waarbij andermaal de onbeantwoord gebleven brief van 1 november 2005 met de twee bijlagen is gevoegd.

( n) Bij brief van 28 december 2006 is namens OMH geantwoord op de evengenoemde op 1 november 2005 gestelde vragen. Over de verwerping van de posten inzake bodemonderzoek en over de specificatie van de Gemeente inzake de periode 2001-2005 is niets vermeld.

( o) Bij brief van 26 november 2007 is door de Gemeente aan OMH factuur 126755 van 27 november 2007 gezonden. De factuur betreft sloop- en saneringskosten vanaf het begin van de samenwerking tot en met 2006.

In de brief meldt de Gemeente aan OMH dat nu een eindafrekening over de periode tot en met 2004 en over de jaren 2005-2006 is vastgesteld.

In twee bijlagen zijn berekeningen over de periode tot en met 2004 en over de jaren 2005-2006 neergelegd. Daarin zijn de sloop- en saneringskosten tussen OMH en de Gemeente 50/50 verdeeld, wat OMH betreft over de periode tot en met 2004 tot een beloop van ruim € 97.000 en over de jaren 2005-2006 tot een beloop van € 0, en wat de Gemeente betreft over de periode tot en met 2004 tot een beloop van ruim € 207.000 en over de jaren 2005-2006 tot een beloop van ruim € 226.000. De uitkomst van deze berekeningen was, na vermeerdering met rente en BTW, dat OMH nog in totaal ruim € 222.000 aan de Gemeente moest betalen.

( p) Bij brief van 23 januari 2008 heeft de Gemeente naar aanleiding van een telefonisch verzoek van de zijde van OMH haar in een bijlage – andermaal, na de zojuist, onder m, genoemde specificatie in een bijlage bij de brief van 1 november 2005 – een specificatie, mede naar Fase en adres, toegezonden van de sloop- en saneringskosten die de Gemeente heeft gemaakt, nu in de periode 2001-2006. Daarin is wederom opgenomen, voor zover thans van belang, het twintigtal posten uit 2001-2005 betreffende adressen in Fase 3.

( q) Bij brief van 11 februari 2008 is namens OMH, voor zover thans van belang, aan de Gemeente bericht dat het bedrag van factuur 126755 inmiddels door de directie van OMH is geaccordeerd. De factuur is betaald.

( r) In de facturen/berekeningen van 26 februari 2009, 26 oktober 2009, 22 juli 2010, 7 oktober 2010 en 25 september 2012 inzake door de Gemeente gemaakte sloop- en saneringskosten in 2006 (nagekomen), 2007, 2008, 2009, de eerste helft van 2010 en de eerste helft van 2012, en in de telkens daarbij gevoegde specificatie, mede naar Fase en adres, komen geen posten voor betreffende Fase 3 of de Strip.

( s) In de facturen 330864 van 19 april 2011 en 332353 van 15 juli 2011 inzake door de Gemeente gemaakte sloop- en saneringskosten in resp. de tweede helft van 2010 en de eerste helft van 2011, en in de telkens daarbij gevoegde specificatie, mede naar Fase en adres, zijn opgenomen, voor zover thans van belang, resp. een viertal en een negental posten betreffende adressen in de Strip (aan factuur 332353 van 15 juli 2011 is inhoudelijk identiek factuur 333125 van 7 oktober 2011; deze laatste gaat vergezeld van een duplicaatfactuur 333125 waarin bovendien creditnota 333687 van 18 november 2011 is verrekend).

( t) Op een vraag namens OMH naar nog te verwachten sloop- en saneringskosten heeft [B] , werkzaam bij het Bureau Vastgoed van de Gemeente, per e-mail op 22 februari 2010 geantwoord dat deze kosten per 1 januari 2009 werden geraamd (exclusief Fase 3) op € 3,4 miljoen, en voor OMH dus zouden uitkomen op € 1,7 miljoen.

( u) Dezelfde [B] heeft per e-mail op 5 juli 2011 aan OMH bericht dat de sloop- en saneringskosten per 1 januari 2011 werden geraamd (exclusief Fase 3) op ca. € 4 miljoen, en voor OMH dus zouden uitkomen op € 2 miljoen.

( v) Bij e-mail van 6 maart 2012 is namens OMH aan de Gemeente bericht dat sloop- en saneringskosten ter zake van Fase 3 over een aantal jaren voor 50% aan OMH in rekening zijn gebracht, maar onder de Raamovereenkomst niet in rekening hadden mogen worden gebracht.

( w) Bij e-mails van 24 juli 2012 en 17 september 2012 heeft voornoemde [B] naar aanleiding van evengenoemde e-mail van 6 maart 2012 aan OMH bericht dat, gezien de bepaling in de Raamovereenkomst over de sloop- en saneringskosten, het nooit de bedoeling is geweest die kosten, voor zover in Fase 3 gemaakt, aan OMH in rekening te brengen, dat dit voorheen wel gebeurd is en dat dit zal worden verrekend in de factuur over de eerste helft van 2012.

3 Beoordeling

4 Beslissing