Home

Gerechtshof Amsterdam, 13-09-2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3683, 23-002508-16

Gerechtshof Amsterdam, 13-09-2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3683, 23-002508-16

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13 september 2017
Datum publicatie
20 september 2017
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2017:3683
Formele relaties
Zaaknummer
23-002508-16

Inhoudsindicatie

Vuurwapen gericht op ex-vriendin, trekker overgehaald (geen kogel afgevuurd): vrijspraak poging moord: ondubbelzinnige vaststellingen omtrent werking/toestand van het vuurwapen t.t.v. feit niet mogelijk. Toepassing art 423 lid 4 Sv. Oplegging art. 38v.

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-002508-16

Datum uitspraak: 13 september 2017

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 16 juni 2016 in de strafzaak onder de parketnummers 13-684234-15 en 13-168595-13 (TUL) tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 december 2016 en 30 augustus 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte en door het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid in het hoger beroep ter zake van het onder 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde

De verdachte is bij vonnis van 16 juni 2016 veroordeeld voor de feiten 1 subsidiair, 2, 3, 4 en 5. Blijkens de daarvan opgemaakte akten is het hoger beroep tegen dit vonnis door zowel de officier van justitie als de verdachte onbeperkt ingesteld.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte medegedeeld dat het door de verdediging ingestelde hoger beroep zich enkel richt tegen de beslissing van de rechtbank ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. Ook het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep is, blijkens mededeling van de advocaat-generaal, alleen gericht tegen de beslissing naar aanleiding van het onder 1 tenlastegelegde. Ten aanzien van de overige feiten, te weten het onder 2, 3, 4, en 5 tenlastegelegde, hebben de raadsman en de advocaat-generaal medegedeeld geen belang meer te zien in de behandeling in hoger beroep.

Het hof is van oordeel dat, nu de raadsman en de advocaat-generaal tot uitdrukking hebben gebracht niet langer reden zien het hoger beroep, voor zover gericht tegen het onder 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde, te handhaven, zij moeten worden geacht de eerdere, bij de verdachte en de officier van justitie levende, bezwaren tegen de beslissingen in het vonnis waarvan beroep ten aanzien van deze feiten te hebben ingetrokken. Nu ten aanzien van deze feiten ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te beschermen belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak zelf, zullen de verdachte en de officier van justitie, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede respectievelijk derde lid, van het Wetboek van Strafvordering ten aanzien van het onder 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

Het voorgaande leidt ertoe, dat het hof – nu in eerste aanleg ter zake van de onder 1 subsidiair, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde feiten één hoofdstraf is uitgesproken – op de voet van artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering bij dit arrest de straf voor het in eerste aanleg onder 2, 3, 4 en 5 bewezenverklaarde zal bepalen. De raadsman en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting te kennen gegeven zich hierin te kunnen vinden.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover in hoger beroep nog aan de orde – tenlastegelegd dat:

1. primair:hij op of omstreeks 06 mei 2015 te Amsterdam, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachte rade [slachtoffer 1] en/of M. [slachtoffer 2] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet (op korte afstand) een pistool op voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gericht en/of de trekker van het pistool heeft overgehaald;

1. subsidiair:hij op of omstreeks 06 mei 2015 te Amsterdam, althans in Nederland, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk (op korte afstand) een pistool op voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gericht en/of de trekker van het pistool overgehaald en/of (kort hierna telefonisch via de moeder van voornoemde [slachtoffer 1] ) dreigend de woorden toegevoegd :"Moeders ik krijg die kans nog wel hoor" en/of "het is nu niet gelukt maar een volgende keer gaat het me wel lukken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep – voor zover in hoger beroep nog aan de orde – zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring, tot een andere sanctietoepassing en tot een andere beslissing omtrent de vordering van de benadeelde partij komt dan de rechtbank.

Vrijspraak

Bewezenverklaring

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Strafbaarheid van de verdachte

Strafbepaling conform artikel 423, vierde lid, Wetboek van Strafvordering

Gevangenneming

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Vordering tenuitvoerlegging

BESLISSING