Gerechtshof Amsterdam, 04-12-2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5021, 23-000333-16
Gerechtshof Amsterdam, 04-12-2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5021, 23-000333-16
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 4 december 2017
- Datum publicatie
- 4 december 2017
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2017:5021
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2019:1455, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 23-000333-16
Inhoudsindicatie
Veroordeling in hoger beroep tot een levenslange gevangenisstraf voor het plegen van 2 medicijnmoorden. Gebruik van schakelbewijs voor de bewezenverklaring van één van de twee moorden. De man heeft zijn slachtoffers om het leven gebracht door hen succinylcholine toe te dienen, een middel dat wordt gebruikt als spierverslapper bij operaties en moeilijk is terug te vinden tijdens een sectie. Veroordeelde heeft tevens de familie van één van zijn slachtoffers opgelicht door hen een veel hoger bedrag te laten betalen dan de uitvaartverzorger in rekening bracht. Het hof acht de straf passend gelet op de ernst van de beide levensdelicten en de geraffineerde wijze waarop de verdachte heeft gehandeld. Een levenslange gevangenisstraf is volgens het hof ook noodzakelijk omdat sprake is van een zeer groot recidiverisico bij de verdachte. Het hof verwerpt het verweer dat oplegging van een levenslange gevangenisstraf in strijd is met artikel 3 EVRM. Het verwijst daarvoor naar uitspraken in het Passageproces. Het hof verwerpt tevens het verweer dat de herbeoordeling van de levenslange gevangenisstraf te zijner tijd door een onafhankelijke rechter dient te gebeuren, en acht evenmin noodzakelijk dat een herbeoordelingsprocedure een formeel-wettelijke grondslag vereist.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000333-16
datum uitspraak: 4 december 2017
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 14 januari 2016 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-650991-13 (hierna: zaak A), 13-674201-14 (hierna: zaak B), 13-674334-14 (hierna: zaak C) en 13-733023-14 (hierna: zaak D) tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
thans gedetineerd in [detentieadres].
1 Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is door de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van het in zaak A onder 2 ten laste gelegde, de in zaak A onder 3 cumulatief tenlastegelegde onderdelen B en C, de in zaak B onder 2 cumulatief ten
laste gelegde onderdelen A, D en E en het in zaak C, cumulatief tenlastegelegde onderdeel A.
Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open.
Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken.
2 Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 31 oktober 2017, 2, 3 en 20 november 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het door het openbaar ministerie ingestelde hoger beroep is, blijkens de daarvan opgemaakte akte die zich bij de stukken bevindt, op 26 september 2016 door de advocaat-generaal ingetrokken.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadslieden naar voren is gebracht.
3 Tenlastelegging
Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijzigingen is aan de verdachte – in de kern – voor zover in hoger beroep nog aan de orde, ten laste gelegd dat hij zich telkens al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, heeft schuldig gemaakt aan:
Zaak A onder 1: moord/doodslag op [slachtoffer 1], op of omstreeks 13 november 2013;
Zaak A onder 3: poging tot oplichting van verzekeringsmaatschappij (A: DELA), met betrekking tot een overlijdensrisicoverzekering op naam van [slachtoffer 2], in de periode van 1 juni 2013 tot en met 13 november 2013;
Zaak B onder 1: moord/doodslag op [slachtoffer 2], in de periode van 26 augustus 2013 tot en met 30 augustus 2013.
Zaak B onder 2: pogingen tot oplichting van diverse verzekeringsmaatschappijen met betrekking tot een overlijdensrisicoverzekering op naam van [naam 1] (B: ING) en een overlijdensrisicoverzekering (C: TAF) op naam van [naam 2], in de periode van 1 mei 2010 tot en met 13 november 2013;
Zaak C: (B) oplichting van de familie/nabestaanden/erfgenamen van [slachtoffer 2], met betrekking tot de uitvaart van [slachtoffer 2] en het transport van het stoffelijk overschot naar de Dominicaanse Republiek, in de periode van 31 augustus 2013 tot en met 13 november 2013;
Zaak D onder 1: pogingen tot oplichting van verzekeringsmaatschappijen Generali (A) en Monuta (B) met betrekking tot een overlijdensrisicoverzekering en een uitvaartverzekering op naam van de verdachte, in de periode van 4 januari 2013 tot en met 11 juni 2013.
Zaak D onder 2: oplichting van de Dienst Basisinformatie van de Gemeente Amsterdam met betrekking tot een afschrift uit de basisadministratie inhoudende dat de verdachte is overleden, op of omstreeks 4 januari 2013.
De integrale tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I, die aan dit arrest is gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van het arrest.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.