Home

Gerechtshof Amsterdam, 26-07-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2651, 200.159.002/01 OK

Gerechtshof Amsterdam, 26-07-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2651, 200.159.002/01 OK

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26 juli 2018
Datum publicatie
26 juli 2018
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2018:2651
Formele relaties
Zaaknummer
200.159.002/01 OK

Inhoudsindicatie

OK; Enquête; onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van SNS Reaal N.V. en SNS Bank N.V. over de periode vanaf 1 juli 2006 tot 1 februari 2013, de dag waarop het SNS-concern is genationaliseerd. Art. 2:345, 350 lid 1 BW.

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.159.002/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 26 juli 2018

inzake

1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS (voorheen genaamd VEB NCVB),

gevestigd te Den Haag,

2. [A],

wonende te [....] ,

3. [B],

wonende te [....] ,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[C] ,

gevestigd te [....] ,

5. [D],

wonende te [....] ,

6. [E],

wonende te [....] ,

7. [F],

wonende te [....] ,

8. [G],

wonende te [....] ,

VERZOEKERS,

advocaten: aanvankelijk mrs. P.J. van der Korst en J. van Bekkum, beiden kantoorhoudende te Amsterdam, thans mr. P.W.J. Coenen, kantoorhoudende te Den Haag, en mrs. G.T.J. Hoff en J.M.K.P. Cornegoor, beiden kantoorhoudende te Haarlem,

t e g e n

1. de naamloze vennootschap

SRH N.V. (voorheen genaamd SNS REAAL N.V.),

gevestigd te Utrecht,

2. de naamloze vennootschap

DE VOLKSBANK N.V. (voorheen genaamd SNS BANK N.V.),

gevestigd te Utrecht,

VERWEERSTERS,

advocaten: mrs. H.J. de Kluiver, P.N. Ploeger en J.L. van der Schrieck, kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

1 DE STAAT DER NEDERLANDEN,

gevestigd te Den Haag,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. R.G.J. de Haan, kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

2. de stichting

STICHTING BEHEER SNS REAAL,

gevestigd te Utrecht,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mrs. S. Perrick en I. Spinath, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

3. de stichting

STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR BEHEER FINANCIËLE INSTELLINGEN,

gevestigd te Den Haag,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mrs. A.R.J. Croiset van Uchelen en A.J.F. de Bruijn, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

4. de stichting

RESTITUTIE ONTEIGENDE OBLIGATIEHOUDERS SNS STICHTING,

gevestigd te Amsterdam,

5. [H],

wonende te [....] ,

6. [J],

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaten: mrs. K. Rutten en J.R. Hurenkamp, beiden kantoorhoudende te Utrecht,

e n t e g e n

7 [K] ,

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. A.R. Oosthout, kantoorhoudende te Leiden.

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen worden hierna als volgt aangeduid:

-

verzoekers met VEB c.s.;

-

verzoekster sub 1 met VEB;

-

verweersters sub 1 en 2 gezamenlijk met SNS Reaal c.s. en afzonderlijk met SNS Reaal onderscheidenlijk SNS Bank;

-

belanghebbende sub 1 met de Staat;

-

belanghebbende sub 2 met Stichting Beheer;

-

belanghebbende sub 3 met NLFI;

-

belanghebbende sub 4 met ROOS;

-

belanghebbende sub 5 met [H] ;

-

belanghebbende sub 6 met [J] ;

-

belanghebbenden sub 4 tot en met 6 gezamenlijk met ROOS c.s.;

-

belanghebbende sub 7 met [K] .

1.2

In deze beschikking zullen voorts de volgende aanduidingen worden gebruikt:

Property Finance SNS Property Finance B.V., in citaten ook aangeduid als SPF of SNSPF, na de Onteigening genaamd Propertize B.V.;

Reaal Reaal N.V., zie ook 2.7 hierna;

[L] , voorzitter van de raad van bestuur van SNS Reaal voorzitter van de raad van commissarissen van Property Finance tot 15 april 2009;

[M] , voorzitter van de raad van bestuur van SNS Reaal en voorzitter van de raad van commissarissen van Property Finance vanaf 15 april tot 1 februari 2013;

[N] , CFO van SNS Reaal vanaf 15 april 2009 en lid van de raad van bestuur van SNS Bank en lid van de raad van commissarissen van Property Finance vanaf 2 juni 2009 tot 1 februari 2013;

[P] , CFO van SNS Bank van 1 oktober 2005 tot 1 januari 2012;

[Q] , lid van de raad van bestuur van SNS Bank en directievoorzitter van Property Finance tot 1 oktober 2009;

DNB De Nederlandsche Bank N.V.;

SREP-besluit besluit van 27 januari 2013 van DNB in het kader van het Supervisory Review and Evaluation Process 2012 tot het geven van een aanwijzing aan SNS Bank op de voet van artikel 3:111a lid 2 Wft, inhoudende dat SNS Bank uiterlijk op 31 januari 2013 haar kernkapitaal met minimaal € 1,84 miljard moet hebben aangevuld, althans een ‘finale oplossing’ zou moeten presenteren met een voldoende kans van slagen;

Onteigening de onteigening van de vermogensbestanddelen van SNS Reaal c.s. en door SNS Reaal c.s. uitgegeven effecten bij besluit van de minister van Financiën van 1 februari 2013;

Commissie ENS de Evaluatiecommissie Nationalisatie SNS Reaal, bestaande uit dr. J.M.G. Frijns en mr. R.J. Hoekstra, welke commissie in opdracht van de minister onderzoek heeft gedaan naar – kort gezegd – de Onteigening en daarover op 23 januari 2014 heeft gerapporteerd.

1.3

Voor het verloop van het geding tot de hierna te noemen beschikking van de Ondernemingskamer van 8 juli 2015 verwijst de Ondernemingskamer naar die beschikking. Samengevat en voor zover hier van belang houdt dat procesverloop het volgende in:

-

VEB c.s. hebben bij verzoekschrift van 6 november 2014 de Ondernemingskamer verzocht een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van SNS Reaal, SNS Bank en Propertize vanaf 1 januari 2006 "tot en met het moment waarop het onderzoek is afgerond" en met betrekking tot de in het verzoekschrift aangeduide onderwerpen, met hoofdelijke veroordeling van SNS Reaal, SNS Bank en Propertize in de kosten van het geding.

-

De Ondernemingskamer heeft aanleiding gezien een mondelinge behandeling te bepalen uitsluitend met betrekking tot de bevoegdheid en ontvankelijkheid van VEB c.s.

-

SNS Reaal c.s., Propertize en de Staat hebben elk bij afzonderlijk verweerschrift geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van VEB c.s. in hun verzoek.

-

Bij verweerschrift van 22 januari 2015 heeft Stichting Beheer de Ondernemingskamer verzocht een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van SNS Reaal over de periode vanaf 1 januari 2012 tot een nader in het verzoekschrift beschreven tijdstip.

1.4

In haar beschikking van 8 juli 2015 heeft de Ondernemingskamer:

  1. bepaald dat ROOS in het vervolg van de procedure kan toelichten op welke gronden zij als belanghebbende moet worden aangemerkt (r.o. 3.11);

  2. beslist dat de onteigening van de aandelen in SNS Reaal op 1 februari 2013 door de minister van Financiën op grond van de Interventiewet, geen beletsel is om VEB c.s. en Stichting Beheer bevoegd te achten tot doen van een enquêteverzoek (r.o. 3.26);

  3. VEB c.s. niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek voor zover het betrekking heeft op Propertize (r.o. 3.31 en dictum);

  4. e beslissing met betrekking tot de ontvankelijkheid van VEB c.s. in hun verzoek voor zover het betrekking heeft op SNS Bank aangehouden (r.o. 3.32);

  5. de beslissing op het verweer van SNS Reaal c.s. dat VEB c.s. en Stichting Beheer onvoldoende belang hebben bij een enquête aangehouden (r.o. 3.37).

1.5

Bij de beschikkingen van 4 november 2016 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de Staat en NLFI en het cassatieberoep van SNS Reaal c.s. tegen de beschikking van 8 juli 2015 verworpen (ECLI:NL:HR:2016:2456 en ECLI:NL:HR:2016:2518).

1.6

SNS Reaal c.s. hebben bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 26 april 2017, geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van VEB c.s. voor zover hun enquêteverzoek is gericht tegen SNS Bank en tot afwijzing van de enquêteverzoeken van VEB c.s. en van Stichting Beheer die zijn gericht tegen SNS Reaal.

1.7

De Staat en NLFI hebben bij afzonderlijke verweerschriften, ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 26 april 2017, geconcludeerd – kort gezegd – tot niet-ontvankelijkheid van VEB c.s. voor zover hun enquêteverzoek is gericht tegen SNS Bank en tot afwijzing van het verzoek tot gelasten van een enquête bij SNS Reaal en SNS Bank. Subsidiair heeft de Staat verzocht een te gelasten enquête in tijdspanne en ten aanzien van de te onderzoeken onderwerpen te beperken, met het oog op de belangen van SNS Reaal c.s. en de Staat.

1.8

ROOS c.s. hebben bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 26 april 2017, geconcludeerd tot toewijzing van de verzoeken van VEB c.s. met veroordeling van SNS Reaal c.s. in de kosten van het geding.

1.9

SNS Reaal c.s. hebben bij aanvullend verweerschrift, ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 24 mei 2017, geconcludeerd dat ROOS c.s. niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt, althans dat ROOS c.s. niet-ontvankelijk zijn in hun zelfstandig tegenverzoek, althans dat dit verzoek moet worden afgewezen en een te gelasten onderzoek niet moet worden uitgebreid met de door ROOS c.s. aangevoerde gronden.

1.10

Het verzoek van VEB c.s. en het zelfstandig verzoek van Stichting Beheer zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 8 juni 2017. Mrs. Van der Korst en Van Bekkum (namens VEB c.s.), mrs. De Kluiver, Ploeger en Van der Schrieck (namens SNS Reaal c.s.), mr. De Haan (namens de Staat), mr. De Bruijn (namens NLFI), mrs. Perrick en Spinath (namens Stichting Beheer), mrs. Rutten en Hurenkamp, alsook mr. H. Pasman, advocaat te Utrecht, (namens ROOS c.s.) en mr. Oosthout (namens [K] ) hebben de standpunten van de partijen toegelicht, allen aan de hand van aan de Ondernemingskamer en de andere partijen overgelegde pleitaantekeningen. Daarbij zijn de volgende op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen gezonden nadere productie(s) overgelegd:

-

producties 86 tot en met 89 door VEB;

-

producties 12 tot en met 18 door ROOS;

-

twee producties door [K] .

2 De feiten

3 De gronden van de beslissing

4 De beslissing