Gerechtshof Amsterdam, 21-09-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3563, 200.159.002/01 OK
Gerechtshof Amsterdam, 21-09-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3563, 200.159.002/01 OK
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 21 september 2018
- Datum publicatie
- 26 oktober 2018
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2018:3563
- Zaaknummer
- 200.159.002/01 OK
Inhoudsindicatie
OK; enquêterecht; afwijzing van de verzoeken tot ontheffing van één van de onderzoekers
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.159.002/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 21 september 2018
inzake
1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS (voorheen genaamd VEB NCVB),
gevestigd te Den Haag,
2. [A],
wonende te [....] ,
3. [B],
wonende te [....] ,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[C] ,
gevestigd te [....] ,
5. [D],
wonende te [....] ,
6. [E],
wonende te [....] ,
7. [F],
wonende te [....] ,
8. [G],
wonende te [....] ,
VERZOEKERS,
advocaten: aanvankelijk mrs. P.J. van der Korst en J. van Bekkum, beiden kantoorhoudende te Amsterdam, thans mr. P.W.J. Coenen, kantoorhoudende te Den Haag, en mrs. G.T.J. Hoff en J.M.K.P. Cornegoor, beiden kantoorhoudende te Haarlem,
t e g e n
1. de naamloze vennootschap
SRH N.V. (voorheen genaamd SNS REAAL N.V.),
gevestigd te Utrecht,
2. de naamloze vennootschap
DE VOLKSBANK N.V. (voorheen genaamd SNS BANK N.V.),
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTERS,
advocaten: mrs. H.J. de Kluiver, P.N. Ploeger en J.L. van der Schrieck, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1 DE STAAT DER NEDERLANDEN,
gevestigd te Den Haag,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. R.G.J. de Haan, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
2. de stichting
STICHTING BEHEER SNS REAAL,
gevestigd te Utrecht,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: mrs. S. Perrick en I. Spinath, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
3. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR BEHEER FINANCIËLE INSTELLINGEN,
gevestigd te Den Haag,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: mrs. A.R.J. Croiset van Uchelen en A.J.F. de Bruijn, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
4. de stichting
RESTITUTIE ONTEIGENDE OBLIGATIEHOUDERS SNS STICHTING,
gevestigd te Amsterdam,
5. [H],
wonende te [....] ,
6. [I],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mrs. K. Rutten en J.R. Hurenkamp, beiden kantoorhoudende te Utrecht,
e n t e g e n
7 [J] ,
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. A.R. Oosthout, kantoorhoudende te Leiden.
1 Het verloop van het geding
Voor het verloop van het geding tot de hierna te noemen beschikkingen van de Ondernemingskamer van 26 juli 2018 en 2 augustus 2018 verwijst de Ondernemingskamer naar die beschikkingen.
Bij de beschikking van 26 juli 2018 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van SRH N.V. (voorheen genaamd SNS Reaal N.V., hierna te noemen SNS Reaal) en de Volksbank N.V. (voorheen genaamd SNS Bank N.V., hierna te noemen SNS Bank) over de periode vanaf 1 juli 2006 tot 1 februari 2013, in het bijzonder met betrekking tot de in rechtsoverweging 3.133 van de in die beschikking genoemde onderwerpen. Daarbij heeft de Ondernemingskamer in voormelde beschikking drie nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken personen benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.
Bij de beschikking van 2 augustus 2018 heeft de Ondernemingskamer als onderzoekers als bedoeld in de beschikking van 26 juli 2018 aangewezen: dr. F.J.G.M. Cremers te Oegstgeest, mr. F.D. Stibbe te Amsterdam en mr. E.M. Jansen Schoonhoven MBA te Den Haag (hierna Jansen Schoonhoven).
Bij brief van 17 augustus 2018 hebben mrs. Ploeger en Van der Schrieck namens SNS Reaal en SNS Bank (hierna gezamenlijk ook: SNS c.s.) de Ondernemingskamer verzocht Jansen Schoonhoven van zijn taken als onderzoeker te ontheffen en in zijn plaats een andere onderzoeker aan te wijzen. Bij brief van dezelfde datum hebben mrs. De Haan en S.J. van Calker (kantoorgenoot van mr. De Haan) namens de Staat der Nederlanden (hierna: de Staat) een gelijkluidend verzoek gedaan.
Bij brief van 21 augustus 2018 hebben de onderzoekers laten weten zich ten aanzien van de verzoeken aan het oordeel van de Ondernemingskamer te refereren.
Bij brief van 23 augustus 2018 heeft mr. Oosthout namens [J] (hierna: [J] ) te kennen gegeven dat [J] zich aansluit bij de bezwaren van (de Ondernemingskamer begrijpt) SNS c.s. en van de Staat tegen de aanwijzing van Jansen Schoonhoven als onderzoeker en tevens een zelfstandig bezwaar inbrengt. Bij e-mailbericht van 24 augustus 2018 heeft mr. Hurenkamp bericht dat de stichting Restitutie Onteigende Obligatiehouders SNS geen bezwaren heeft tegen de onderzoekers en zich refereert aan het oordeel van de Ondernemingskamer. Van de overige partijen is geen reactie ontvangen.
Bij brief van 31 augustus 2018 hebben de onderzoekers laten weten in de reacties geen reden te zien een ander standpunt in te nemen dan zij al hadden gedaan.
De VEB had bij brief van 10 augustus 2018 reeds laten weten dat de omstandigheid dat Jansen Schoonhoven in de schadeloosstellingsprocedure van de Minister van Financiën tegen de voormalige en onteigende houders van aandelen en obligaties SNS Reaal tot deskundige is benoemd hem in een bijzondere positie doet geraken die aandacht verdient maar dat VEB daaruit geen conclusies ten aanzien van de benoemingsbeschikking trekt.