Gerechtshof Amsterdam, 30-10-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4034, 200.235.601/01
Gerechtshof Amsterdam, 30-10-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4034, 200.235.601/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 30 oktober 2018
- Datum publicatie
- 17 december 2018
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2018:4034
- Zaaknummer
- 200.235.601/01
Inhoudsindicatie
Concurrentiebeding niet geldig overeengekomen. In (eerste) contract bepaalde tijd staat vermeld dat indien en zodra (‘ if and when’) een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zal worden afgesproken, op dat laatste contract een (thans al precies omschreven) concurrentiebeding van toepassing zal zijn. Vervolgens wordt bij (door werkgever opgestelde en door werknemer voor akkoord ondertekende) brief dat eerste tijdelijke contract tweemaal verlengd, waarbij in algemene zin wordt verwezen naar de toepasselijke voorwaarden uit het eerste contract. Vervolgens wordt door de werkgever een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangeboden, en door werknemer geaccepteerd, waarbij voor de toepasselijke voorwaarden alleen wordt verwezen naar de voorwaarden van het eerste contract, zonder dat die voorwaarden (waaronder het voorwaardelijke concurrentiebeding) worden genoemd en zonder dat dat eerste contract is bijgevoegd. Het hof oordeelt dat aldus niet is voldaan aan de door de Hoge Raad gestelde eisen om een geldig concurrentiebeding te sluiten.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.235.601/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : 6592119 KK EXPL 18-59
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 30 oktober 2018
inzake
1 G-STAR RAW C.V.
gevestigd te Amsterdam
2 STICHTING BLUEBOX BEHEER
gevestigd te Amsterdam
appellanten,
advocaat: mr. S.A. Tan te Rotterdam.
tegen
[geïntimeerde] ,
wonend te [woonplaats]
geïntimeerde,
advocaat: mr. L.J. de Vroe te Amsterdam,
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna G-Star, Bluebox, G-Star c.s. (waar het betreft geïntimeerden gezamenlijk) en [geïntimeerde] genoemd.
G-Star c.s. is bij dagvaarding van 8 maart 2018 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 21 februari 2018, in kort geding gewezen tussen [geïntimeerde] als eiser en G-Star c.s. als gedaagden (verder ook: het bestreden vonnis). De appeldagvaarding bevat de grieven.
G-Star c.s. heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en de vorderingen van [geïntimeerde] alsnog zal afwijzen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten in beide instanties.
[geïntimeerde] heeft bij memorie van Antwoord in principaal appel gevorderd het bestreden vonnis te bekrachtigen, met veroordeling van G-Star c.s. – naar het hof begrijpt – in de proceskosten met nakosten in hoger beroep en in voorwaardelijk incidenteel appel het in eerste aanleg gevorderde alsnog toe te wijzen met veroordeling van G-Star c.s. – naar het hof begrijpt – in de proceskosten in hoger beroep.
G-Star c.s. heeft bij memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel appel gevorderd tot afwijzing van de vorderingen van [geïntimeerde] met veroordeling van hem in de proceskosten in beide instanties.
Partijen hebben hun standpunten ter zitting op 1 oktober 2018 nader doen toelichten door hun voornoemde advocaten, ieder aan de hand van pleitnotities die aan het hof zijn overgelegd.
Vervolgens is arrest gevraagd.