Gerechtshof Amsterdam, 20-11-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4275, 200.227.557/01
Gerechtshof Amsterdam, 20-11-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4275, 200.227.557/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 20 november 2018
- Datum publicatie
- 4 december 2018
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2018:4275
- Zaaknummer
- 200.227.557/01
Inhoudsindicatie
Inzage in bescheiden als bedoeld in artikel 843a Rv.
Uitspraak
Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.227.557/ 01
zaaknummers rechtbank: C/13/589509 / FA RK 15-4643 (KK/SV) en C/13/611571 / FA RK 16-4742 (KK/SV)
beschikking van de meervoudige kamer van 20 november 2018 inzake
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats a] , Spanje,
verzoekster in het principaal hoger beroep,
verweerster in het incidenteel hoger beroep,
verder te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. L. Laus te Haarlem,
en
[de man] ,
wonende te [woonplaats b] ,
verweerder in het principaal hoger beroep,
verzoeker in het incidenteel hoger beroep,
verder te noemen: de man,
advocaat: mr. P.P.M. Voskuil-van Dijk te Amsterdam.
1 Het verloop van het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Amsterdam van 13 april 2017 en 9 augustus 2017, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 Het geding in hoger beroep
De vrouw is op 6 november 2017 in hoger beroep gekomen van een gedeelte van voornoemde beschikking van 13 april 2017 en van de beschikking van 9 augustus 2017.
De man heeft op 5 januari 2018 een verweerschrift tevens houdende incidenteel hoger beroep ingediend.
De vrouw heeft op 19 februari 2018 een verweerschrift in het incidenteel hoger beroep ingediend.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:
- een journaalbericht van de zijde van de vrouw van 31 mei 2018 met bijlagen, ingekomen op 31 mei 2018;
- een journaalbericht van de zijde van de man van 31 mei 2018 met bijlagen, ingekomen op 4 juni 2018;
- een journaalbericht van de zijde van de man van 1 juni 2018 met bijlage, ingekomen op 1 juni 2018;
- een journaalbericht van de zijde van de vrouw van 5 juni 2018 met bijlagen, ingekomen op 5 juni 2018;
- een journaalbericht van de zijde van de man van 6 juni 2018 met bijlagen, ingekomen op 7 juni 2018;
- een journaalbericht van de zijde van de vrouw van 7 juni 2018 met bijlage, ingekomen op 7 juni 2018;
- een journaalbericht van de zijde van de vrouw van 8 juni 2018 met bijlagen, ingekomen op 8 juni 2018.
De mondelinge behandeling heeft op 11 juni 2018 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. De advocaat van de vrouw en de man hebben ter zitting pleitnotities overgelegd.
Bij journaalbericht van 10 juli 2018 heeft de advocaat van de vrouw het hof laten weten dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt. Hij heeft het hof verzocht een beschikking te geven.
3 De feiten
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.
Partijen zijn [in] 1994 in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd. Het huwelijk is op 24 juli 2017 ontbonden door inschrijving van de – in zoverre niet bestreden -echtscheidingsbeschikking van 13 april 2017. Partijen zijn de ouders van de meerderjarige [A] (hierna: [kind a] ), geboren [in] 1994 en [B] (hierna: [kind b] ), geboren [in] 1996.
Het hof heeft, voor zover hierna bedragen zijn genoemd, deze telkens afgerond, tenzij anders vermeld.