Gerechtshof Amsterdam, 20-12-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4766, 200.231.032/02 OK
Gerechtshof Amsterdam, 20-12-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4766, 200.231.032/02 OK
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 20 december 2018
- Datum publicatie
- 23 januari 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2018:4766
- Zaaknummer
- 200.231.032/02 OK
Inhoudsindicatie
OK; enquêterecht; niet-ontvankelijkverklaring in de verzoeken tot voortzetting van de behandeling van het tweedefaseverzoek, tot het heropenen van het onderzoek c.q. het gelasten van een nader onderzoek en tot het geven van een bevel aan de onderzoeker tot het verstrekken van stukken; afwijzing van de overige verzoeken
Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.231.032/02 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 20 december 2018
inzake
[A] ,
wonende te [....] ,
VERZOEKER,
advocaat: mr. M.C. Schepel, kantoorhoudende te Den Haag,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] ,
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. J.M. Blanco Fernández, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1 [C] ,
wonende te [....] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[D] ,
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. M.N. Stoop, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
3 [E] ,
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. W.J. Tielemans, kantoorhoudende te Amsterdam.
1 Het verloop van het geding
In het vervolg zullen partijen, belanghebbenden en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
- -
-
verzoeker met [A] ,
- -
-
verweerster met DPB,
- -
-
[F] met [F] ,
- -
-
[D] met PPB,
- -
-
[C] met [C] ,
- -
-
PPB en [C] gezamenlijk met PPB c.s.,
- -
-
[E] met [E] .
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 16 en 18 mei 2017, 27 november 2017 en 22 december 2017 in de zaak met zaaknummer 200.200.490/01 OK en de beschikking van de raadsheer-commissaris van 25 oktober 2017 in de zaak met zaaknummer 200.200.490/02 OK.
Bij de beschikking van 16 mei 2017 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van DPB over de periode vanaf 1 januari 2014, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, [C] geschorst als bestuurder van DPB (voor zover zij niet reeds rechtsgeldig was ontslagen), een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot bestuurder van DPB – met beslissende stem voor zover [F] rechtsgeldig als bestuurder was benoemd –, bepaald dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is DPB te vertegenwoordigen en dat DPB zonder deze bestuurder niet vertegenwoordigd kan worden, en bepaald dat de bijzondere rechten verbonden aan de prioriteitsaandelen in DPB zijn opgeschort. Bij de beschikking van 18 mei 2017 zijn mr. F.D. Stibbe te Amsterdam (hierna: Stibbe of de onderzoeker) en mr. J.G. Molenaar te Amsterdam (hierna: Molenaar) aangewezen als onderzoeker respectievelijk bestuurder zoals bedoeld in de beschikking van 16 mei 2017.
Op 22 november 2017 heeft de onderzoeker het verslag van het onderzoek met bijlagen aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Bij de beschikking van 27 november 2017 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden. Bij de beschikking van 22 december 2017 heeft de Ondernemingskamer de vergoeding van de onderzoeker bepaald op € 35.000, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
[A] heeft bij op 9 januari 2018 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer onder meer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, 1. vast te stellen dat zich bij DPB gedurende de onderzoeksperiode wanbeleid heeft voorgedaan en 2. te bepalen dat (i) [E] als bestuurder en/of feitelijke beleidsbepaler van DPB en PPB verantwoordelijk is voor het wanbeleid en (ii) naast [E] ook [C] als bestuurder van DPB en PPB verantwoordelijk is voor het wanbeleid.
Tevens heeft [A] de Ondernemingskamer verzocht een aantal voorzieningen als bedoeld in artikel 2:356 BW te treffen en [E] en/of [C] en/of PPB (hoofdelijk) te veroordelen de proceskosten en onderzoekskosten aan [A] te voldoen.
PPB c.s. hebben bij op 22 maart 2018 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht het verzoek af te wijzen en [A] te veroordelen in de kosten van het geding.
Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 12 april 2018. De zaak is, nadat is afgezien van re- en dupliek, aangehouden om partijen de gelegenheid te bieden een regeling nader uit te werken, waarvan de hoofdlijnen ter zitting zijn besproken.
Bij brief van 17 april 2018 heeft mr. Schepel zich – conform daartoe strekkende afspraak ter zitting – uitgelaten over de inhoud van de overgelegde verklaringen voor zover die niet ter zitting zijn voorgelezen.
Een regeling is niet tot stand gekomen en mr. Schepel heeft de Ondernemingskamer namens [A] verzocht een beschikking te geven.
PPB heeft bij op 3 juli 2018 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties in deze zaak een ‘zelfstandig verzoek tevens inhoudende voorlopige voorzieningen’ gedaan. Bij dit verzoek heeft PPB de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens,
i. de inhoudelijke behandeling van het verzoek van [A] , strekkende tot vaststelling van wanbeleid en het treffen van voorzieningen voort te zetten, en hiertoe een comparitie te gelasten;
en bij wijze van voorlopige voorziening
ii. de tijdelijk bestuurder te gelasten alle door PPB verzochte (financiële) informatie op eerste verzoek aan PPB te verstrekken of daaromtrent inzage te verschaffen;
iii. het onderzoek te heropenen c.q. een nader onderzoek te gelasten naar het beleid van [F] gedurende de periode vanaf het ontslag van [C] tot de datum van de beschikking;
iv. de onderzoeker te gelasten alle aan het verslag ten grondslag liggende stukken aan PPB te verstrekken, zodat PPB zich kan verweren tegen het door haar gewraakte onderzoeksverslag;
v. [F] te ontslaan als bestuurder van DPB;
vi. de tijdelijk bestuurder te ontslaan als bestuurder van DPB en een nieuwe tijdelijke bestuurder te benoemen;
vii. [A] te veroordelen tot voldoening aan DPB van diens volledige uitstaande rekening-courantverhouding.
[A] heeft bij op 26 september 2018 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht PPB niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek, subsidiair het verzoek af te wijzen, met veroordeling van PPB in de (hoger dan het liquidiatietarief vast te stellen) proceskosten.
Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 18 oktober 2018. Bij die gelegenheid heeft mr. Stoop aan de hand van – aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen overgelegde – aantekeningen het standpunt van PPB toegelicht. Mr. Schepel heeft laten weten dat wat hem betreft alles in het verweerschrift staat en dat hij niets heeft toe te voegen. Mr. Blanco Fernández heeft volstaan met de mededeling dat DPB zich refereert aan het oordeel van de Ondernemingskamer.