Gerechtshof Amsterdam, 24-12-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4897, 200.239.972/03 OK
Gerechtshof Amsterdam, 24-12-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4897, 200.239.972/03 OK
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 december 2018
- Datum publicatie
- 16 januari 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2018:4897
- Zaaknummer
- 200.239.972/03 OK
Inhoudsindicatie
OK. Enquete. Verzoek van de onderzoeker aan de raadsheer-commissaris ex artikel 2:352 lid 1 BW.
Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.239.972/03 OK
beschikking van de raadsheer-commissaris van 24 december 2018
inzake
1 [A] ,
wonende te [....] ,
2. [B],
wonende te [....] ,
VERZOEKERS,
advocaat: mr. J.T. Stekelenburg, kantoorhoudende te Holten,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[C] (in liquidatie),
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTER,
e n t e g e n
1 [D] ,
wonende te [....] ,
2. [E],
wonende te [....] ,
advocaten: mr. P. Roorda en mr. R.N. de Jong, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
3. [F],
wonende te [....] ,
in persoon verschenen,
BELANGHEBBENDEN.
1 Het verloop van het geding
In het vervolg zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
- verzoekers afzonderlijk: [A] respectievelijk [B] ;
gezamenlijk: [A] c.s.;
- -
-
verweerster: [C] ;
- -
-
belanghebbende sub 1: [D] ;
- -
-
belanghebbende sub 2: [E] ;
- belanghebbende sub 3: [F] .
De raadsheer-commissaris verwijst voor het verloop van het geding naar de beschikkingen van de Ondernemingskamer van 2 augustus 2018, 8 augustus 2018 en 11 december 2018 in deze zaak.
Bij de beschikkingen van 2 augustus 2018 en 8 augustus 2018 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [C] over de periode vanaf 1 september 2012, drs. E.A. Marseille RA (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede – bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding – [D] en [E] geschorst als bestuurders van [C] , drs. H.C. van Eyck van Heslinga (hierna: Van Eyck van Heslinga) als tijdelijk bestuurder van [C] benoemd en bepaald dat de aandelen in [C] – telkens met uitzondering van één aandeel – van ieder van de aandeelhouders ten titel van beheer zijn overgedragen aan mr. A.L. Leuftink (hierna: Leuftink).
Bij de beschikking van 11 december 2018 heeft de Ondernemingskamer, op verzoek van de door haar benoemde functionarissen, Van Eyck van Heslinga ontheven uit de functie van bestuurder, Leuftink ontheven uit zijn functie van beheerder van aandelen en Van Eyck van Heslinga benoemd als beheerder van aandelen.
De onderzoeker heeft bij brief, ingekomen per e-mail van 27 november 2018, de raadsheer-commissaris verzocht aan [D] , voormalig bestuurder van [C] , een bevel ex artikel 2:352 lid 1 BW te geven.
De secretaris van de Ondernemingskamer heeft bij e-mail van 28 november 2018 (de advocaten van) partijen, Leuftink en Van Eyck van Heslinga in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten.
Mr. Stekelenburg heeft namens [A] c.s. bij e-mail van 30 november 2018 bericht zich te refereren aan het oordeel van de raadsheer-commissaris.
Leuftink heeft, mede namens Van Eyck van Heslinga, bij brief, ingekomen per e-mail op 4 december 2018, de Ondernemingskamer bericht dat zij het verzoek van de onderzoeker onderschrijven.
Mr. De Jong heeft namens [D] bij brief (met bijlagen), ingekomen per e-mail op 5 december 2018, de Ondernemingskamer verzocht het verzoek van de onderzoeker af te wijzen.
Leuftink heeft bij e-mail van 6 december 2018 gereageerd op bepaalde stellingen van mr. De Jong.
Hierop heeft mr. De Jong namens [D] bij e-mail van 7 december 2018 gereageerd.
Van [E] en [F] heeft de Ondernemingskamer niet vernomen.