Home

Gerechtshof Amsterdam, 23-04-2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1451, 200.201.242/01

Gerechtshof Amsterdam, 23-04-2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1451, 200.201.242/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23 april 2019
Datum publicatie
11 juni 2019
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2019:1451
Zaaknummer
200.201.242/01

Inhoudsindicatie

Huisarts maakte gebruik van een declaratieservice. Vraag wie gerechtigd is eventueel te veel betaalde bedragen van haar terug te vorderen. Uitleg overeenkomst, onverschuldigde betaling.

Uitspraak

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.201.242/01

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/564315 / HA ZA 14-459

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 23 april 2019

inzake

mr. dr. ing. Adrianus Johannes VERDAAS en

mr. L.L. TEN WOLDE,

in hun hoedanigheid van curator in het faillissement van Stichting Beheer Derdengelden LHV Declaratie Direct,

kantoorhoudende te Utrecht,

appellanten,

tevens incidenteel geïntimeerden,

advocaat: mr. M.G. Kos te Utrecht,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

tevens incidenteel appellante,

advocaat: mr. N. van den Burg te Utrecht.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna de curator (in enkelvoud) en [geïntimeerde] genoemd.

De curator is bij dagvaarding van 8 augustus 2016 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 mei 2016, onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen de curator als eiser en [geïntimeerde] als gedaagde.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met producties,

- memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in het incidenteel appel, en

- memorie van antwoord in het incidenteel appel.

Op 15 januari 2019 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt.

Ten slotte is arrest gevraagd.

De curator heeft – na vermindering van eis bij memorie van grieven – in het principaal appel geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog – met toepassing van art. 356 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en uitvoerbaar bij voorraad – [geïntimeerde] zal veroordelen:

primair: tot betaling van € 19.376,36, de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 18 oktober 2016 tot aan de dag van algehele voldoening en de kosten van het geding in beide instanties, te vermeerderen met nakosten en rente, en

subsidiair: tot betaling van € 7.947,08, de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 18 oktober 2016 tot aan de dag van algehele voldoening en de kosten van het geding in beide instanties, te vermeerderen met nakosten en rente.

Meer subsidiair heeft de curator gevorderd dat het hof de zaak zal terugwijzen naar de rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.

[geïntimeerde] heeft in het principaal appel geconcludeerd dat het hof de curator niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vorderingen, althans zijn vorderingen zal afwijzen, met veroordeling van de curator – uitvoerbaar bij voorraad – in de kosten van dit geding.

[geïntimeerde] heeft in het incidenteel appel geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog de curator niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vorderingen, althans zijn vorderingen zal afwijzen, met veroordeling van de curator – uitvoerbaar bij voorraad – in de kosten van dit geding.

De curator heeft in het incidenteel appel geconcludeerd dat het hof de incidentele grieven van [geïntimeerde] zal verwerpen.

Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

2 Feiten

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Met de eerste grief in het principaal appel wordt deze vaststelling door de curator bestreden. Het hof zal hiermee rekening houden. Het hof zal hierna een overzicht geven van de feiten die ook in hoger beroep onbetwist zijn en dus het uitgangspunt vormen.

2.1.

LHV Declaratie Direct B.V. (hierna: LDD) is in 2004 opgericht door de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) om huisartsen een declaratieservice aan te bieden. Eveneens in 2004 is, mede door LDD, de Stichting Beheer Derdengelden LHV Declaratie Direct (hierna: SBD) opgericht.

2.2.

In de akte van oprichting van SBD van 4 oktober 2004 is, voor zover van belang, het volgende bepaald:

Artikel 2

1. De Stichting heeft ten doel:

a. het ontvangen van derdengelden en andere vermogensbestanddelen, ten behoeve van rechthebbenden of degene die zal blijken rechthebbende te zijn;

b het tijdelijk beheren van hetgeen de stichting heeft ontvangen, een en ander voor rekening en risico van de rechthebbende of degene die zal blijken rechthebbende te zijn; en

c. het betalen of overdragen van hetgeen de stichting heeft ontvangen aan de rechthebbende of degene die zal blijken rechthebbende te zijn, alsmede het incasseren van de (eventueel) door bedoelde rechthebbenden teveel ontvangen bedragen;

d. het verstrekken van geldleningen voor zover de gelden daarvoor afkomstig zijn uit door en ten behoeve van de stichting gekweekte rente en andere inkomsten uit vermogen.

2. Ter verwezenlijking van haar doelstelling zal de stichting een daartoe strekkende overeenkomst sluiten met (...) LHV Declaratie Direct B.V., hierna te noemen: de vennootschap.

3. De stichting zal de hiervoor bedoelde werkzaamheden zodanig verrichten dat de door de stichting beheerde derdengelden, gelden en andere vermogenswaarden te allen tijde gescheiden zijn en blijven van het vermogen van LDD en diegenen die bij de vennootschap werkzaam zijn.”

2.3.

In deze procedure is een overeenkomst tussen SBD en LDD overgelegd die volgens de tekst is ingegaan op 1 januari 2005 en is ondertekend op 9 juli 2008. In die overeenkomst (hierna: de beheerovereenkomst) is, voor zover van belang, het volgende vermeld:

1. ALGEMEEN

1.1.

De Stichting voert in opdracht van LDD het beheer over aan LDD toevertrouwde gelden en/of andere vermogenswaarden uit hoofde van werkzaamheden die LDD voor derden krachtens met deze derden gesloten overeenkomsten in het kader van de uitoefening van haar bedrijf verricht en die zijn bedoeld en bestemd om te bestemder tijd uit te keren aan de rechthebbende(n), of te restitueren aan degene(n) die de gelden aan LDD hebben toevertrouwd (hierna: “Derdengelden”). Onder de rechthebbende (...) wordt in het kader van deze overeenkomst een huisarts bedoeld die het gehele declaratieproces middels een contractueel vastgelegde afspraak aan LDD heeft opgedragen.

1.2.

De Stichting ontvangt de Derdengelden rechtstreeks van de zorgverzekeraars en particuliere patiënten; zij voert over de Derdengelden het beheer en keert de Derdengelden uit aan de rechthebbende(n) , overeenkomstig deze tussen de Stichting en LDD gesloten beheerovereenkomst (“Beheerovereenkomst”) en eventuele nadere aanwijzingen van het bestuur van LDD.

1.3.

De Stichting zal de hiervoor bedoelde werkzaamheden zodanig verrichten dat de door de Stichting beheerde Derdengelden te allen tijde gescheiden zijn en blijven van het vermogen van LDD, haar aandeelhouder (s) en diegenen die bij LDD werkzaam zijn.

2 UITVOERING BEHEER

2.1.

De integrale, feitelijke bedrijfsvoering met betrekking tot het beheer van de Derdengelden en alle daarmee verband houdende diensten wordt krachtens deze Beheerovereenkomst uitbesteed aan LDD (...)”

2.4.

[geïntimeerde] is als huisarts werkzaam in haar praktijk genaamd [X] . Op 1 februari 2005 heeft zij met LDD een (standaard)overeenkomst “Financiële dienstverlening LHV Declaratie Direct” gesloten (hierna: de financiële dienstverleningsovereenkomst). In deze overeenkomst is, voor zover van belang, het volgende bepaald:

1. De werkzaamheden betreffen:

  1. Het factureren van al uw medische verrichtingen.

  2. Het bieden van online-rapportagemogelijkheden voor het volgen van de status

van declaraties.

Het incasseren van de vorderingen.

Het afhandelen van vragen en problemen rond de nota’s van patiënten en/of

derden.

(...).

2. De voorwaarden waaronder de werkzaamheden worden uitgevoerd zijn:

a. LDD BV betaalt praktijk [X] de volgende bedragen:

- door LDD BV ontvangen ziekenfondshonoraria na controle en binnen 5 werkdagen na ontvangst

- binnen 6 weken na indienen van het bij haar ingediend declaratiebestand voor een zorgverzekeraar, de som van de niet door de zorgverzekeraar betwiste declaraties in dit bestand

- binnen 8 weken na indienen van het bij haar ingediend declaratiebestand de som van de niet door patiënten betwiste bedragen van declaraties in dit bestand

- minus de declaraties die door LDD BV zijn geretourneerd op basis van onjuiste verzekeringsgegevens

- minus de verschuldigde kosten voor de dienstverlening LDD BV

(...)

c. Ter zekerheid van de praktijk [X] maakt LDD BV gebruik van een zogenaamde derderekening, waardoor de praktijk [X] gevrijwaard is van de operationele risico’s van LDD BV.

(...)

e. LDD BV spant zich tot het uiterste in om de vorderingen buitenrechtelijk te incasseren. De buitenrechtelijke incassokosten zijn in het tarief begrepen.

(...)

5. Machtiging

De praktijk [X] machtigt LDD BV namens hem/haar al die werkzaamheden te verrichten die noodzakelijk zijn om de volledige betaling van de medische verrichtingen te incasseren. LDD BV is daarmee ook gemachtigd het ziekenfondshonorarium voor de praktijk [X] te incasseren. De betaling van de vergoeding van deze verrichtingen vindt niet rechtstreeks plaats aan LDD BV, maar aan de Stichting Beheer Derdengelden LHV Declaratie Direct te Utrecht.”

2.5.

[geïntimeerde] heeft op 10 februari 2005 de machtiging die in art. 5 van de financiële dienstovereenkomst wordt genoemd aan LDD verstrekt. De inhoud van de machtiging luidt, voor zover van belang, als volgt:

“machtigt

[LDD, hof] tot wederopzegging om namens huisarts al die werkzaamheden te verrichten die noodzakelijk zijn om de volledige betaling van de medische verrichtingen te incasseren onder de voorwaarde dat de betaling van de vergoeding van deze verrichtingen, alsmede de ziekenfondshonoraria, over worden gemaakt op rekeningnummer (...) van [SBD, hof].”

2.6.

Op grond van art. 2 sub a, tweede en derde gedachtestreepje van de financiële dienstverleningsovereenkomst zijn via de bankrekening van SBD betalingen gedaan aan [geïntimeerde] en de andere huisartsen die gebruik maakten van de declaratieservice. Het kwam voor dat ten behoeve van een andere huisarts ontvangen gelden daarvoor werden aangewend.

2.7.

Door middel van inloggegevens kon [geïntimeerde] op de website van LDD haar rekening-courantoverzicht raadplegen. Het rekening-courantoverzicht bevatte een totaaloverzicht van de actuele stand van zaken van de ingediende declaraties, volgens de door LDD bijgehouden administratie. Op het overzicht werden de volgende kolommen vermeld, met daaronder telkens de relevante gegevens per ‘batchnummer’:

Batchnummer

Indiendatum zorgverlener bij LDD

Categorie

Bedrag verwerkt en gefactureerd

Definitief afgewezen declaratieregels

Door LDD betaald aan huisarts

Bedrag direct betaald aan huisarts

Aan huisarts nog te vergoeden

Door LDD nog te ontvangen

2.8.

LDD is op 15 september 2009 in staat van faillissement verklaard en SBD op 6 oktober 2009. De curator mr. Verdaas is als zodanig aangesteld in beide faillissementen.

2.9.

De curator heeft Cerios, destijds genaamd Valori, in 2010 opdracht gegeven om onderzoek te verrichten naar de vorderingen en schulden van LDD/SBD jegens de circa 1.500 huisartsen die evenals [geïntimeerde] een financiële dienstverleningsovereenkomst hadden gesloten. In het onderzoeksrapport van Cerios van 8 juli 2010 staat, voor zover van belang:

INLEIDING

(...)

De derdengeldrekening heeft een positief banksaldo (per datum faillissement SBD: circa 14 miljoen euro). (...).

Er is bij het uitspreken van het faillissement van LDD geen goed zicht op de financiële positie (vordering of schuld) van de aangesloten huisartsen. (...)”

2.10.

Op basis van het onderzoek door Cerios heeft de curator geconcludeerd dat vanaf maart 2005 tot aan het faillissement via de bankrekening van SBD ten behoeve van [geïntimeerde] minder is ontvangen dan aan [geïntimeerde] is betaald.

2.11.

Het onderhavige geding heeft voor partijen het karakter van een proefprocedure. Dit is de uitkomst van overleg tussen enerzijds de curator en anderzijds de rechtsbijstandsverzekeraars van een substantieel aantal huisartsen-debiteuren in het faillissement van SBD, die gelijkluidende verweren voeren tegen gelijksoortige vorderingen van de curator. Partijen zijn overeengekomen dat de rechtbank Amsterdam (en dus in hoger beroep dit hof) bevoegd is kennis te nemen van hun geschil.

3 Beoordeling

4 Beslissing