Gerechtshof Amsterdam, 16-07-2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:2595, 200.237.930/01
Gerechtshof Amsterdam, 16-07-2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:2595, 200.237.930/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 juli 2019
- Datum publicatie
- 13 augustus 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:2595
- Zaaknummer
- 200.237.930/01
Inhoudsindicatie
Kort geding; misbruik van aandeelhoudersbevoegdheden door enig aandeelhouder die, ondanks de fiduciaire verhouding waarin hij staat tot zijn vader en zus en terwijl hij al geruime tijd jegens hen verplicht is zijn doorslaggevende zeggenschap binnen de algemene vergadering op te geven, aandeelhoudersbesluiten neemt waarmee hij een eigen vetorecht binnen de organen van de vennootschap veilig stelt voor het geenszins onwaarschijnlijke – en door hem kennelijk gevreesde – scenario waarin hij nog slechts minderheidsaandeelhouder zal zijn; veroordeling om aan herroeping van de aandeelhoudersbesluiten mee te werken; spoedeisend belang.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.237.930/01 KG
zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/643884 / KG ZA 18-188
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 16 juli 2019
inzake
[appellant] ,
wonend te [woonplaats 1] , [land] ,
appellant,
tevens incidenteel geïntimeerde,
advocaat: mr. H. Moltmaker te Amsterdam,
tegen
1 [geïntimeerde sub 1] ,
wonend te [woonplaats 2] , [land] ,
2. [geïntimeerde sub 2],
wonend te [woonplaats 3] , [land] ,
geïntimeerden,
tevens incidenteel appellanten,
advocaat: mr. A.E. Schluep te Amsterdam.
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna achtereenvolgens [appellant] , [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] genoemd.
[appellant] is bij dagvaarding van 3 april 2018 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 12 maart 2018, in kort geding gewezen tussen [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] als eisers en [appellant] en Investpharma B.V. als gedaagden.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel appel, met producties;
- memorie van antwoord in incidenteel appel, met producties.
[appellant] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog de vorderingen van [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] geheel zal afwijzen, met beslissing over de proceskosten.
[geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] hebben geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis en hebben in incidenteel appel hun eis vermeerderd en geconcludeerd tot toewijzing van de vermeerderde eis, met beslissing over de proceskosten. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen de eisvermeerdering in hoger beroep en heeft subsidiair geconcludeerd tot afwijzing daarvan, met beslissing over de proceskosten.
Partijen hebben de zaak ter zitting van 26 maart 2019 doen bepleiten, [appellant] door mr. Moltmaker voornoemd en [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] door mr. Schluep voornoemd, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd. Beide partijen hebben nog producties in het geding gebracht.
Ten slotte is arrest gevraagd.
2 Feiten
De voorzieningenrechter heeft in het vonnis onder 2 de feiten opgesomd die zij bij de beoordeling van de zaak tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die volgen uit niet weersproken stellingen van partijen dan wel de niet (voldoende) bestreden inhoud van producties waarnaar zij ter staving van hun stellingen verwijzen, komen de feiten neer op het volgende.
[geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] zijn vader en dochter. [appellant] is hun zoon respectievelijk broer. De echtgenote van [geïntimeerde sub 1] en moeder van [geïntimeerde sub 2] en [appellant] , wijlen [X] , is overleden op [overlijdensdatum] .
Vanaf 1998 waren de vier leden van het gezin [familienaam] aandeelhouders, ieder voor 25%, in de Nederlands-Antilliaanse vennootschap Pandora N.V., welke vennootschap op haar beurt enig aandeelhouder was van de in Nederland gevestigde besloten vennootschap Investpharma B.V. (hierna: Investpharma). Investpharma is enig aandeelhouder van de Italiaanse vennootschap Farma 1000 S.R.L. (hierna: Farma 1000), die handelt in farmaceutica. Tot 14 februari 2018 is het trustkantoor Duma Corporate Services B.V. (hierna: Duma) de enige bestuurder van Investpharma geweest.
Wijlen [X] heeft bij testament van 18 december 2012 [geïntimeerde sub 1] onterfd en [geïntimeerde sub 2] en [appellant] benoemd tot haar enige erfgenamen, ieder voor de helft.
Op 15 oktober 2013 heeft [appellant] 39 van de 40 aandelen in Investpharma verkregen. Het veertigste aandeel werd toen overgedragen aan Talego Holding B.V. (hierna: Talego). Op 13 februari 2018 is dit veertigste aandeel door Talego aan [appellant] overgedragen.
In 2015 is een geschil ontstaan tussen [geïntimeerde sub 1] en [appellant] over (de leiding over) Farma 1000. Partijen zijn toen in discussie getreden over een herverdeling van de aandelen in Investpharma tussen hen. Omdat [appellant] weigerde aandelen aan [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] over te dragen, zoals zij wensten, zijn zij een arbitrale procedure gestart bij het Swiss Chamber’s Arbitration Institution.
Bij arbitraal vonnis van 26 mei 2017 is [appellant] veroordeeld tot restitutie van 25% van de aandelen in Investpharma aan [geïntimeerde sub 1] en 25% aan [geïntimeerde sub 2] , alles met effect vanaf 14 juli 2016. De arbiter heeft kort samengevat overwogen dat [appellant] 25% van de aandelen in Investpharma fiduciair hield voor zijn vader en 37,5% voor [geïntimeerde sub 2] (haar eigen deel van 25% en de 12,5% die zij van haar moeder heeft geërfd) en dat hij gehouden is tot overdracht van deze aandelen aan hen. Omdat [geïntimeerde sub 2] slechts de overdracht van 25% van de aandelen aan haar had gevorderd, kon de arbiter [appellant] echter niet veroordelen tot overdracht van de 12,5% die zij had geërfd. De arbiter heeft overwogen dat deze 12,5% zal moeten worden meegenomen bij de vereffening en afwikkeling van de nalatenschap van wijlen [X] .
Op 6 december 2017 hebben [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] conservatoire beslagen tot levering laten leggen op 50% van de aandelen Investpharma. Op 12 februari 2018 heeft [geïntimeerde sub 2] daarnaast conservatoir leveringsbeslag doen leggen op 12,5% van de aandelen Investpharma.
Op 14 februari 2018 heeft [appellant] aan [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] laten weten bereid te zijn om mee te werken aan de overdracht van 50% van de aandelen Investpharma aan hen. Op diezelfde dag, of daags ervoor, heeft hij als enig aandeelhouder van Investpharma buiten vergadering het aandeelhoudersbesluit genomen om ondanks negatieve adviezen van Duma de statuten van Investpharma te wijzigen. De (beoogde) statutenwijziging houdt in dat (i) alle aandeelhoudersbesluiten in beginsel moeten worden genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte geldige stemmen (artikel 18 lid 5) in plaats van met een absolute meerderheid, zoals nu nog het geval is, (ii) besluiten tot wijziging van de statuten slechts kunnen worden genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldige stemmen, uitgebracht in een algemene vergadering, in welke ten minste drie vierde van het stemgerechtigde geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd (artikel 19 lid 1) en (iii) besluiten tot ontslag van een bestuurder slechts kunnen worden genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldige stemmen, mits die meerderheid meer dan de helft van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigt (artikel 12 lid 3). De statutenwijziging houdt verder in dat er meerdere bestuurders A en B kunnen bestaan en dat de bevoegdheid tot vertegenwoordiging, behalve aan het bestuur, mede toekomt aan een bestuurder A handelend tezamen met een bestuurder B. Voorts heeft [appellant] op dezelfde datum buiten vergadering het aandeelhoudersbesluit genomen, eveneens ondanks een negatief advies van Duma, om zichzelf, naast zittend bestuurder Duma, met onmiddellijke ingang tot (tweede) bestuurder te benoemen en vanaf de datum van inwerkingtreding van de nieuwe statuten tot bestuurder B. Op 14 februari 2018 is [appellant] als (tweede) bestuurder van Investpharma ingeschreven in het handelsregister.
De akte houdende statutenwijziging is nog niet gepasseerd. Nadat [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] kennis hadden gekregen van de statutenwijziging, zijn zij een kort geding gestart tegen Investpharma en de met het passeren van de akte belaste notaris, met als doel het tegenhouden van de wijziging van de statuten (artikel 2:234 lid 1 BW). Bij vonnis van 15 februari 2018 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam de door [appellant] ingeschakelde notaris verboden om de akte te passeren binnen vier weken na vonnisdatum omdat de daartoe strekkende vordering niet was weersproken.
Op 20 februari 2018 heeft [appellant] 50% van de aandelen Investpharma overgedragen aan [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] .
[geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] hebben [appellant] op 20 februari 2018 gesommeerd om binnen twee dagen mee te werken aan het nemen van een aandeelhoudersbesluit waarbij alle eerdere besluiten die na 14 juli 2016 zijn genomen worden herroepen, maar aan die sommatie heeft hij geen gevolg gegeven.