Gerechtshof Amsterdam, 10-09-2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3445, 200.231.021/01
Gerechtshof Amsterdam, 10-09-2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3445, 200.231.021/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 september 2019
- Datum publicatie
- 27 september 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:3445
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2022:121, Meerdere afhandelingswijzen
- Zaaknummer
- 200.231.021/01
Inhoudsindicatie
Aansprakelijkheidsrecht. Regres van verzekeraar in verband met schade als gevolg van een omvangrijke grondverzakking (sinkhole). Schade als gevolg van de aanwezigheid van mijnen. Toepasselijkheid Bedrijfsregeling Brandregres 2000 (BBr 2000). Voorwaarde voor verhaal is dat de aansprakelijkheid verband houdt met onzorgvuldig handelen of nalaten. VVE en Q-Park hebben nagelaten de gezien de omstandigheden van het geval passende en redelijkerwijs te vergen maatregelen te treffen door niet het advies op te volgen om contact op te nemen met het Staatstoezicht op de Mijnen en door de verzakkingen niet te monitoren. Begrip schadegebeurtenis in de zin van de BBr 2000. Uitleg beperking verhaal tot € 500.000 per persoon. Afwijzing vordering ex artikel 843a Rv.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer: 200.231.021/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam: C/13/613093 / HA ZA 16-778
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 10 september 2019
inzake
de rechtspersoon naar het recht van het Verenigd Koninkrijk
CHUBB EUROPEAN GROUP LIMITED,
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
appellante,
advocaat: mr. P.R. van der Vorst te Rotterdam,
tegen:
1 VERENIGING VAN EIGENAARS WINKELCENTRUM ’T LOON TE HEERLEN,
gevestigd te Heerlen,
advocaat: mr. M.M. van Asch te Rotterdam,
2. Q-PARK ’T LOON B.V.,
gevestigd te Maastricht,
advocaat: mr. S.C. de Lange te Rotterdam,
3. NSI WINKELS B.V.,
gevestigd te Hoorn,
advocaat: mr. D.K. Baas te Arnhem,
4. 3W HOLDING B.V.,
gevestigd te Maastricht,
advocaat: mr. H.J. van der Baan te Amsterdam,
geïntimeerden.
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna Chubb, VVE, Q-Park, NSI en 3W genoemd. Geïntimeerden worden gezamenlijk VVE c.s. genoemd.
Chubb is bij dagvaardingen van 12 oktober 2017 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 19 juli 2017, onder het hierboven genoemde zaak-/rolnummer gewezen tussen Chubb als eiseres en VVE c.s. als gedaagden.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, tevens houdende voorwaardelijk ingestelde exhibitie vordering ex artikel 843a Rv, met producties;
- memorie van antwoord tevens antwoord in voorwaardelijk incident 843a Rv, met producties, van VVE;
- memorie van antwoord tevens antwoord in het incident ex artikel 843a Rv, van Q-Park, met producties;
- memorie van antwoord tevens antwoord in het incident ex art. 843a Rv van NSI;
- memorie van antwoord van 3W.
Partijen hebben de zaak ter zitting van 18 maart 2019 doen bepleiten, Chubb door haar hiervoor genoemde advocaat, VVE door haar hiervoor genoemde advocaat en door mr. R. Noordermeer, advocaat te Rotterdam, Q-Park door mrs. I. van Marsbergen en D.J.C. Blox, advocaten te Rotterdam, NSI door haar hiervoor genoemde advocaat en mr. P.E. Bloemendal, advocaat te Arnhem, en 3W door haar hiervoor genoemde advocaat en mrs. M.P.L. Schaink en C.L.F.F. van Ginneken, advocaten te Amsterdam. Met uitzondering van de advocaten van Q-Park hebben de respectievelijke advocaten gepleit aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd. Ter gelegenheid van het pleidooi zijn door alle partijen nog producties in het geding gebracht: producties 49 tot en met 65 van Chubb, productie 30 van VVE, productie 30 van Q‐Park, productie 31 van NSI en productie 4 van 3W.
Ten slotte is arrest gevraagd.
Chubb heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en bij arrest - uitvoerbaar bij voorraad - haar vorderingen zal toewijzen zoals deze zijn verwoord in de memorie van grieven, met beslissing over de proceskosten, met nakosten en vermeerderd met wettelijke rente.
VVE heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van Chubb in de proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.
Q-Park heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van Chubb in de proceskosten, met nakosten, uitvoerbaar bij voorraad.
NSI en 3W hebben geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van Chubb in de proceskosten, met nakosten en vermeerderd met wettelijke rente, uitvoerbaar bij voorraad.
Alle partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.
2 Feiten
De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.10 feiten opgesomd die tussen partijen vaststaan. Grief 1 van Chubb is daartegen gericht. Met deze grief is in de navolgende feitenweergave rekening gehouden. Voor zover Chubb meent dat de rechtbank meer of andere feiten had moeten weergeven in het vonnis, faalt de grief. De rechtbank was niet gehouden meer feiten op te sommen dan zij ter motivering van haar beslissingen nodig achtte. Voor het overige zijn de feiten in hoger beroep niet in geschil, zodat het hof daarvan als vaststaand zal uitgaan. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.
In 1966 werd Winkelcentrum ’t Loon te Heerlen (hierna: het complex) geopend. Het complex bestaat uit – vereenvoudigd weergegeven – winkels, woningen (een woontoren) en een parkeergarage. Op 19 januari 1995 heeft het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds het complex verkocht aan de rechtsvoorgangster van Vastgoed ’t Loon B.V. (hierna: Vastgoed ’t Loon). Enig aandeelhouder van Vastgoed ’t Loon was Holding ’t Loon B.V. (hierna: Holding ’t Loon).
Op 30 december 1996 heeft Vastgoed ’t Loon het complex gesplitst in twee appartementsrechten. Het appartementsrecht betreffende de woningen is op dezelfde dag verkocht en geleverd aan Soluna B.V. (hierna: Soluna). Het andere appartementsrecht, betreffende de winkels en de parkeergarage, heeft Vastgoed ’t Loon op 6 december 2002 ondergesplitst in twee appartementsrechten: één dat betrekking heeft op de winkels en de andere op de parkeergarage. Het appartementsrecht met betrekking tot de winkels heeft Vastgoed ’t Loon verkocht en op 16 december 2002 geleverd aan NSI. Bij Vastgoed ’t Loon resteerde op dat moment nog het appartementsrecht ten aanzien van de parkeergarage.
Op 24 september 2003 zijn de hoofd- en ondersplitsing opgeheven en is onder andere het complex opnieuw in appartementsrechten gesplitst. Voor zover voor het onderhavige geschil relevant, is het complex daarbij in hoofdzaak op vergelijkbare wijze als daarvoor verdeeld: Vastgoed ’t Loon verkreeg appartementsrechten betreffende de parkeergarage, NSI ten aanzien van de winkels en Soluna verkreeg een appartementsrecht met betrekking tot de woningen.
Holding ’t Loon heeft de aandelen in Vastgoed ’t Loon verkocht en op 26 september 2003 geleverd aan Q-Park Exploitatie B.V. Na enige tijd is de naam van Vastgoed ’t Loon gewijzigd in Q-Park ’t Loon (dat is geïntimeerde sub 2).
3W Vastgoed B.V. is vanaf november 2000 enig aandeelhouder en bestuurder van Holding ’t Loon. In 2007 is de naam 3W Vastgoed B.V. gewijzigd in 3W Holding B.V. (dat is geïntimeerde sub 4). Op 15 september 2005 heeft 3W het appartementsrecht betreffende de woningen gekocht en geleverd gekregen van Soluna.
VVE is op 24 september 2003 opgericht. Q-Park en NSI zijn daarvan vanaf de datum van oprichting lid, 3W sinds 15 september 2005.
Door de (appartements)eigenaren zijn Ruyters Commercieel vastgoed B.V. en RVM Vastgoed Management B.V. (hierna RVM) aangesteld als beheerders. Bij de oprichting van VVE op 24 september 2003 is RVM aangesteld als beheerder van VVE.
In de periode van 1994 tot en met 2003 heeft zich scheurvorming in kolommen van de parkeergarage voorgedaan. De kolommen verplaatsten zich zowel verticaal als horizontaal. In opdracht van de beheerders zijn diverse onderzoeken verricht, onder andere door de ingenieursbureaus Van der Werf & Nass (hierna: W&N) en Geoconsult Geotechniek B.V. (hierna: Geoconsult).
Het eerste onderzoeksrapport van W&N naar aanleiding van de schade aan de kolommen van de parkeergarage is opgesteld in januari 1995, het zesde rapport (getiteld deel 5B) dateert van 17 oktober 2002 en is opgesteld met het oog op de hierna te noemen renovatie van de parkeergarage.
Het eerste onderzoek van Geoconsult naar de oorzaak van de verplaatsingen van de kolommen van de parkeergarage dateert van 2 april 2001. Geoconsult heeft een aanvullend onderzoek uitgevoerd dat heeft geleid tot een rapportage van 23 september 2002.
Op 16 april 2003 is voor de renovatie van het complex, daaronder begrepen de parkeergarage, een bouwvergunning afgegeven. Op 14 november 2003 is de parkeergarage na de uitgevoerde renovatie gebruiksklaar opgeleverd. Na de renovatie is opnieuw scheurvorming geconstateerd in de kolommen van de parkeergarage, waarover W&N op 18 november 2003 heeft gerapporteerd.
In augustus 2011 zijn brokken beton uit een kolom van de parkeergarage gevallen.
Eind 2011 is onder de parkeergarage een sinkhole ontstaan. In korte tijd is ongeveer 30-50 m3 aarde neerwaarts verschoven. Daarbij is een kolom van de parkeergarage weggezakt in de ondergrond. De sinkhole is het gevolg van ondiepe mijnwinning in het verleden in de ondergrond van het complex.
Als gevolg van de sinkhole was de constructieve veiligheid van het winkelcentrum niet meer gewaarborgd en heeft de gemeente Heerlen bestuursdwang uitgeoefend strekkende tot sloop van een deel van het complex. In dat deel bevond zich een winkel van C&A. Door de ontruiming en de sloop heeft C&A schade geleden.
Chubb is de rechtsopvolgster van de verzekeraar van C&A. Chubb heeft ter zake van de ontstane schade aan C&A een uitkering gedaan onder de verzekering.