Home

Gerechtshof Amsterdam, 22-10-2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3844, 200.255.973/01

Gerechtshof Amsterdam, 22-10-2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3844, 200.255.973/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22 oktober 2019
Datum publicatie
5 november 2019
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2019:3844
Zaaknummer
200.255.973/01

Inhoudsindicatie

“Bankgarantie. Spoedkortgeding. Inroepen van bankgarantie niet aan te merken als bedrieglijk of willekeurig. Onderscheiden posities begunstigde en bank.”

Uitspraak

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 200.255.973/01 SKG

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam: C/13/659845/KG ZA 19-4

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 oktober 2019

inzake

de rechtspersoon naar vreemd recht GEOSUNG TECH CO. LTD,

gevestigd te Gyeonsangnam-do, Republiek Korea,

appellante,

advocaat: mr. M.M. van Leeuwen te Rotterdam,

tegen

1 OPENIJ EPC V.O.F.,

kantoorhoudend te Vianen,

2. VAN HATTUM EN BLANKEVOORT B.V.,

gevestigd te Vianen,

3. BAM INFRA B.V.,

gevestigd te Gouda,

advocaat mr. S.H.J. Rutten te Rotterdam,

4. ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

advocaat: mr. E.C. Netten te Amsterdam,

geïntimeerden.

1 Het geding in hoger beroep

Appellante wordt hierna Geosung genoemd. Geïntimeerden sub 1 tot en met 3 worden gezamenlijk OpenIJ (in enkelvoud) genoemd en geïntimeerde sub 4 ING.

Geosung is bij dagvaarding van 26 februari 2019 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 31 januari 2019 onder bovenvermeld zaak-/rolnummer in kort geding gewezen tussen Geosung als eiseres en OpenIJ en ING als gedaagden. De appeldagvaarding bevat de grieven.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- de conclusie van eis in hoger beroep (overeenkomstig de appeldagvaarding), met een productie;

- memorie van antwoord, met producties, aan de zijde van OpenIJ;

- memorie van antwoord, tevens houdende incidentele vordering ex artikel 224 Rv, aan de zijde van ING.

Partijen hebben hun zaak ter zitting van het hof van 6 september 2019 doen bepleiten, Geosung door mr. Van Leeuwen voornoemd, OpenIJ door mr. Rutten voornoemd en ING door mr. Netten voornoemd, ieder aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities. Van de zijde van Geosung zijn bij die gelegenheid nadere producties in het geding gebracht. Van de zijde van ING is bevestigd dat de hiervoor genoemde incidentele vordering is ingetrokken.

Ten slotte is arrest gevraagd.

Geosung heeft geconcludeerd, kort samengevat, dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en het door haar gevorderde alsnog zal toewijzen (eventueel aangepast in verband met sedert de zitting in eerste aanleg gewijzigde omstandigheden), met hoofdelijke veroordeling van OpenIJ en ING in de kosten van het geding in beide instanties en tot terugbetaling van hetgeen Geosung uit hoofde van het vonnis in eerste aanleg aan hen mocht hebben voldaan.

OpenIJ en ING hebben ieder geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis waarvan beroep, met beslissing over de proceskosten.

2 Feiten

De voorzieningenrechter heeft in zijn vonnis onder 2.1 tot en met 2.12 de feiten opgesomd die hij bij de beoordeling van het geschil van partijen tot uitgangspunt heeft genomen. De grieven 1 tot en met 5 strekken ten betoge dat de door de voorzieningenrechter opgesomde feiten onvolledig (grieven 1, 4 en 5) zijn en dat de onder 2.2, 2.4, 2.8 vermelde feiten (deels) onjuist zijn (grieven 2, 3 en 5). Voor zover deze voldoende grondslag vinden in het feitenmateriaal en relevant zijn voor de te nemen beslissing zal het hof met deze bezwaren in het onderstaande rekening houden. Voor het overige zijn de feiten niet in geschil en dienen deze ook het hof als uitgangspunt.

3 Beoordeling

4 Beslissing