Home

Gerechtshof Amsterdam, 17-12-2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:4493, 200.218.561/01 en 200.227.561/01

Gerechtshof Amsterdam, 17-12-2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:4493, 200.218.561/01 en 200.227.561/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17 december 2019
Datum publicatie
9 maart 2020
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2019:4493
Zaaknummer
200.218.561/01 en 200.227.561/01

Inhoudsindicatie

Appel van ECLI:NL:RBNHO:2017:1968. Vordering van Italiaanse leverancier FC op Albert Heijn in Nederland wegens onbetaalde geleverde goederen. Albert Heijn beroept zich op bevrijdende betaling aan derden die onder haar executoriaal beslag hadden gelegd. Die betaling vond plaats nadat ten aanzien van FC een Italiaanse insolventieprocedure (concordato preventivo) was geopend. De eerste rechter heeft terecht geoordeeld dat het toepasselijke Italiaanse recht niet eraan in de weg stond dat die betaling bevrijdend was. Art. 21 en 24 Europese Insolventieverordening (zoals die ten tijde van de betaling luidde). Art. 465 Rv.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummers: 200.218.561/01 en 200.227.561/01

zaak-/rolnummers rechtbank Noord-Holland: C/15/220193/HA ZA 15-23 en C/15/227814/HA ZA 15-407

arresten van de meervoudige burgerlijke kamer van 17 december 2019

in de zaak met nummer 200.218.561 van

de vennootschap naar vreemd recht FLORY CART S.R.L. in concordato preventivo,

gevestigd te Cappanori, Italië,

appellante,

tevens incidenteel geïntimeerde in de hoofdzaak;

advocaat: mr. E.A. van der Kuilen-Stap te Breda,

tegen

1 ALBERT HEIJN B.V.,

gevestigd te Zaandam,

geïntimeerde,

tevens incidenteel appellante in de hoofdzaak,

advocaat: mr. M.C. van Genugten te Haarlem,

2. de vennootschap naar vreemd recht HB TRANSPORT U. LAGERHAUS

GMBH,

gevestigd te Bludech, Oostenrijk,

geïntimeerde in de hoofdzaak,

advocaat: mr. J.A. Bloo te Venlo,

en in de zaak met nummer 200.227.561 van

ALBERT HEIJN B.V.,

gevestigd te Zaandam,

appellante in de vrijwaringszaak,

advocaat: mr. M.C. van Genugten te Haarlem,

tegen

1 RAILCARGO B.V. (voorheen genaamd Cabooter Railcargo B.V.)

gevestigd te Venlo,

2. de vennootschap naar vreemd recht HB TRANSPORT U. LAGERHAUS GMBH,

gevestigd te Bludech, Oostenrijk,

geïntimeerden in de vrijwaringszaak,

advocaat: mr. J.A. Bloo te Venlo.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen in de hoofdzaak worden hierna Flory Cart, Albert Heijn en HB Transport genoemd. Partijen in de vrijwaringszaak worden Albert Heijn, Railcargo en HB Transport genoemd. Deze laatste twee worden ook gezamenlijk met Railcargo c.s. aangeduid.

in de (hoofd)zaak met nummer 200.218.561

Flory Cart is bij dagvaarding van 7 juni 2017 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 8 maart 2017 onder het hierboven als eerste vermelde zaak-/rolnummer gewezen tussen Flory Cart als eiseres, Albert Heijn als gedaagde en HB Transport als gevoegde partij aan de zijde van Albert Heijn.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- exploot van anticipatie ex artikel 126 jo. 353 Rv zijdens Albert Heijn d.d. 19 juni 2017;

- ( herstel) exploot van anticipatie zijdens Albert Heijn d.d. 26 juni 2017;

- memorie van grieven tevens inhoudende eiswijziging, met producties aan de zijde van Flory Cart;

- memorie van antwoord, tevens inhoudende memorie van grieven in incidenteel appel, met producties, aan de zijde van Albert Heijn;

- memorie van antwoord houdende verzet tegen de vermeerdering van eis, aan de zijde van HB Transport;

- memorie van antwoord in incidenteel appel, met producties aan de zijde van Flory Cart.

in de (vrijwarings)zaak met nummer 200.227.561

Albert Heijn is bij dagvaarding van 10 november 2017 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 8 maart 2017 onder het hierboven als tweede vermelde zaak-/rolnummer in de vrijwaringszaak gewezen tussen Albert Heijn als eiseres en Railcargo c.s. als gedaagden. De appeldagvaarding bevat de grieven.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven (overeenkomstig de appeldagvaarding), met producties;

- memorie van antwoord in vrijwaring.

in beide zaken

Partijen hebben hun zaken ter zitting van het hof van 11 april 2018 doen bepleiten, Flory Cart door mr. Van de Kuilen-Stap voornoemd, alsmede door mr. J.H.M.G. van der Heijden, advocaat te Breda, Albert Heijn door mr. Van Genugten voornoemd en HB Transport en Railcargo door mr. J.A. Bloo voornoemd, ieder aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities.

Van de zijde van Flory Cart en Albert Heijn zijn voorafgaand aan het pleidooi in de hoofdzaak nadere producties in het geding gebracht.

Ten slotte is arrest gevraagd.

Flory Cart heeft in de hoofdzaak geconcludeerd dat het hof – uitvoerbaar bij voorraad – haar vordering, zoals in de memorie van grieven verwoord, alsnog (geheel) zal toewijzen, met hoofdelijke veroordeling van Albert Heijn en HB Transport in de kosten van het geding, te vermeerderen met rente.

Albert Heijn heeft in de hoofdzaak geconcludeerd, zakelijk samengevat, dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bekrachtigen voor zover daarbij een deel van de vordering van Flory Cart is afgewezen en voor het overige dit vonnis zal vernietigen en de vordering van Flory Cart alsnog zal afwijzen, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van Flory Cart in de kosten van het geding in beide instanties.

HB Transport heeft in de hoofdzaak geconcludeerd dat het hof de eiswijziging van Flory Cart niet zal toelaten en de door Flory Cart jegens HB Transport en Albert Heijn ingestelde vorderingen zal afwijzen, met – uitvoerbaar bij voorraad – beslissing over de proceskosten.

Albert Heijn heeft in de vrijwaringszaak geconcludeerd dat het hof – uitvoerbaar bij voorraad – haar vordering zoals in de appeldagvaarding verwoord alsnog zal toewijzen, met hoofdelijke veroordeling van Railcargo c.s. in de kosten van het geding in beide instanties.

Railcargo c.s. hebben in de vrijwaringszaak geconcludeerd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bekrachtigen, dan wel Albert Heijn niet ontvankelijk zal verklaren, met – uitvoerbaar bij voorraad – beslissing over de proceskosten.

Partijen hebben in beide zaken in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

2 Feiten

3 Beoordeling

4 Beslissing