Gerechtshof Amsterdam, 12-05-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1372, 200.263.428/01
Gerechtshof Amsterdam, 12-05-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1372, 200.263.428/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 12 mei 2020
- Datum publicatie
- 6 juli 2020
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2020:1372
- Zaaknummer
- 200.263.428/01
Inhoudsindicatie
Kort geding. Bestuurlijke impasse. Verlenging van benoeming van een door de voorzieningenrechter benoemde bestuurder. Art. 2:357 lid 6 BW.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.263.428/01 KG
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/664706/KG ZA 19-391
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 12 mei 2020
inzake
AVINCO GROUP HOLDINGS N.V.,
gevestigd te Willemstad (Curaçao),
appellante,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen
1 [X] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. [X] te [plaats] ,
2. de vennootschap naar buitenlands recht EOLIA LIMITED,
gevestigd te Malta,
geïntimeerde,
advocaat: mr. A.W. van der Veen te Amsterdam.
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna AGH, [X] en Eolia genoemd.
AGH is bij dagvaarding van 17 juli 2019 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 19 juni 2019 dat onder bovenstaand zaak-/rolnummer in kort geding is gewezen tussen [X] als eiser en AGH en Eolia als gedaagden.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- -
-
memorie van grieven, met producties;
- -
-
memorie van antwoord van [X] , met productie;
- -
-
memorie van antwoord van Eolia.
Op 25 februari 2020 is een mondelinge behandeling gehouden, waarbij partijen hun standpunten nader uiteen hebben gezet, AGH door mrs. T. de Waard en D.S. de Waard, advocaten te Amsterdam, [X] door hemzelf en Eolia door mr. Van der Veen voornoemd en mr. J. de Vries, advocaat te Amsterdam. Alle partijen hebben zich daarbij bediend van pleitnotities die zijn overgelegd.
Ten slotte is arrest gevraagd.
AGH heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en – uitvoerbaar bij voorraad – alsnog de vorderingen van [X] zal afwijzen en zal vaststellen dat [X] geen bestuurder meer is vanaf eind februari 2019, dan wel vanaf de datum van de brieven van [A] en [B] (van 12 september 2018 en 4 oktober 2018), althans de benoeming van [X] te beëindigen en een nieuwe bestuurder te benoemen, mr. J.H.M. Willems, die heeft aangegeven deze positie te accepteren, met veroordeling van geïntimeerden tot terugbetaling van hetgeen AGH ter uitvoering van het bestreden vonnis aan hen heeft voldaan, met rente en met beslissing over de proceskosten, met nakosten.
[X] heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis met beslissing over de proceskosten. Eolia heeft eveneens geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met – uitvoerbaar bij voorraad – beslissing over de proceskosten met nakosten en rente.
2 Feiten
De voorzieningenrechter heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.13 de feiten weergegeven die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Met grief 1 komt AGH op tegen een deel van die feiten. Met deze grief heeft het hof rekening gehouden bij onderstaande weergave van de feiten. Voor het overige zijn de feiten in hoger beroep niet in geschil en dienen zij ook het hof als uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die uit de stukken en bij de mondelinge behandeling in hoger beroep zijn gebleken, komen de feiten neer op het volgende.
AGH houdt 74% van de aandelen in Avinco Holdings B.V. (hierna: Avinco B.V.) Eolia houdt 26% van de aandelen in Avinco B.V.
De uiteindelijk belanghebbenden in AGH zijn leden van de familie [naam] . Lange tijd heeft tussen [B] (hierna: [B] ) en zijn zoon [A] (hierna: [A] ) een geschil bestaan over de vragen aan wie dat belang (uiteindelijk) toekomt en wie AGH kon vertegenwoordigen.
Avinco B.V. was tot 9 november 2018 de moedervennootschap van een groep van vennootschappen, waaronder Avinco Limited en Avinco SAM. De activiteiten van de Avincogroep vonden hoofdzakelijk in deze twee vennootschappen plaats. Vanaf 2016 bestond tussen Eolia en AGH verschil van inzicht over de te voeren strategie van Avinco B.V. en haar dochtervennootschappen.
Eind 2017 heeft de Ondernemingskamer van dit hof een verzoek van Eolia tot het houden van een enquête naar het bij Avinco B.V. gevoerde beleid afgewezen. De Ondernemingskamer heeft daartoe, kort gezegd, overwogen dat weliswaar duidelijk was dat de algemene vergadering van Avinco B.V. niet goed functioneert omdat er onduidelijkheid bestond over de bevoegdheid AGH te vertegenwoordigen in de algemene vergadering, maar dat een enquête in Nederland op dat punt waarschijnlijk geen duidelijkheid kan brengen. Aansluitend is in november 2017 de enig bestuurder van Avinco B.V. opgestapt, met (eigenmachtige) sluiting van de bankrekeningen van Avinco B.V.
Op dat moment was er al negatieve publiciteit rondom Avinco B.V., en haar aandeelhouders, [B] daaronder begrepen. In een artikel dat op 18 september 2017 in The Guardian verscheen werden Avinco B.V., Eolia en [B] in verband gebracht met een corruptieaffaire. Door deze en andere negatieve publiciteit kon Avinco B.V. geen bankrekening meer openen.
Bij dagvaarding van 19 januari 2018 heeft Eolia een kort geding aanhangig gemaakt tegen AGH (hierna ook: het eerste kort geding). Gevorderd is onder meer alle aandelen gehouden door AGH in het kapitaal van Avinco B.V. over te dragen ten titel van beheer aan mr. C.M. Molhuysen (hierna: Molhuysen). Ook is gevorderd bij Avinco B.V. een tijdelijk bestuurder te benoemen.
Bij vonnis van 20 februari 2018 heeft de voorzieningenrechter in het eerste kort geding geoordeeld dat alle door AGH gehouden aandelen in het geplaatste kapitaal van Avinco B.V. met ingang van die datum ten titel van beheer dienden te worden overgedragen aan Molhuysen. Bij vonnis van 28 februari 2018 heeft de voorzieningenrechter [X] benoemd tot bestuurder van Avinco B.V. Beide voorzieningen zijn getroffen voor de duur van een jaar vanaf de datum van het vonnis of, indien dat korter is, tot het moment dat het conflict tussen [B] en [A] zou zijn opgelost, hetgeen zou moeten blijken uit ofwel een duidelijke verklaring van [B] en [A] ofwel een eindbeslissing van een bevoegde rechtbank.
Op 29 augustus 2018 hebben [X] namens Avinco B.V. en het management van de dochtervennootschappen overeenstemming bereikt over een management buy-out waarbij de aandelen in Avinco Limited en Avinco SAM zouden worden verkocht aan een vennootschap van het management van de dochtervennootschappen (hierna: de MBO).
Op 4 september 2018 heeft [X] een aandeelhoudersbesluit opgesteld ten behoeve van de aandeelhouders van Avinco B.V. In het besluit is opgenomen dat de aandeelhouders van Avinco B.V. hun goedkeuring verlenen aan de MBO. Op 4 september 2018 heeft Eolia het aandeelhoudersbesluit ondertekend. Molhuysen heeft [X] bericht dat hij van mening is dat het overdragen van de aandelen niet onder zijn mandaat valt.
Bij brief van 12 september 2018 hebben [B] en [A] gezamenlijk namens AGH aan (onder anderen) [X] instructies gegeven omtrent het door hem te voeren beleid. Zij stellen daarin, kort gezegd, dat de voorgenomen MBO geen doorgang dient te vinden en dat [X] de CEO van de Avincogroep moet ontslaan. Bij brief van 4 oktober 2018 onderschrijft [B] nog eens de inhoud van die brief.
Bij dagvaarding van 8 oktober 2018 heeft Eolia Avinco B.V. en Molhuysen gedagvaard in kort geding en gevorderd, voor zover hier van belang, te bepalen dat het vonnis van de voorzieningenrechter in de plaats treedt van goedkeuring namens AGH van het aandeelhoudersbesluit en dat Molhuysen zijn verdere medewerking dient te verlenen aan de voorgenomen MBO (hierna: het tweede kort geding). Deze vordering is bij vonnis van 26 oktober 2018 toegewezen. AGH is samen met [B] en [A] , die in dit vonnis zijn toegelaten als tussenkomende partijen, in hoger beroep tegen de gegeven voorziening opgekomen. Dit hof heeft het vonnis, voor zover het deze voorziening betreft, bij arrest van heden, gewezen onder zaaknummer 200.249.874/01, bekrachtigd.
Op 1 november 2018 is Molhuysen teruggetreden als beheerder van de aandelen van AGH in Avinco B.V.
Op 9 november 2018 is de MBO voltooid op basis van het onder 2.11 vermelde vonnis. De totale opbrengst van de MBO, een bedrag van ruim € 6,2 miljoen, is bij gebreke van een eigen bankrekening van Avinco B.V. met toestemming van de Amsterdamse deken gestort op de derdengeldenrekening van het advocatenkantoor waaraan [X] als advocaat is verbonden. Eveneens met toestemming van de Amsterdamse deken faciliteert het kantoor van [X] via haar derdengeldenrekening het betalingsverkeer van Avinco Management AG, een (niet verkochte) dochtervennootschap van Avinco B.V.
Het belangrijkste actief van Avinco B.V. bestaat thans uit de opbrengst van de MBO. Tussen Eolia en AGH bestaat een geschil over de verdeling van deze opbrengst tussen hen. Eolia heeft in juli 2019 een procedure bij de rechtbank Amsterdam aangebracht waarin zij – onder meer – vordert dat aan Avinco B.V. wordt bevolen om deze gelden op een bepaalde wijze aan Eolia uit te keren. AGH is ook partij bij deze procedure. Tussen Eolia en AGH lopen ook nog andere procedures.