Home

Gerechtshof Amsterdam, 14-07-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:2015, 200.262.787/01

Gerechtshof Amsterdam, 14-07-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:2015, 200.262.787/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14 juli 2020
Datum publicatie
18 augustus 2020
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2020:2015
Zaaknummer
200.262.787/01

Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid, lastgeving, geen verboden hoedanigheidswisseling. Toerekenen van betalingen, is art. 6:43 lid 1 of lid 2 BW van toepassing? Beroep op verjaring ongegrond

Uitspraak

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.262.787/01

zaak- en rolnummer rechtbank Noord-Holland : C/15/269781 / HA ZA 18-70

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 14 juli 2020

inzake

1 [naam V.O.F.] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [appellant sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. [appellante sub 3],

wonende te [woonplaats] ,

appellanten,

advocaat: mr. J.T.P. Koenis te Hoorn,

tegen

COÖPERATIEF RECREATIEPARK "WEST FRIESLAND" U.A.,

gevestigd te Opmeer,

geïntimeerde,

advocaat: mr. E.C.J. Ris te Leusden.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [appellanten] en RWF genoemd.

[appellanten] zijn bij dagvaarding van 19 juni 2019, zoals hersteld bij exploot van 29 juli 2019, in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 3 april 2019, onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen RWF als eiseres en [appellanten] als gedaagden.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met producties;

- memorie van antwoord.

Ten slotte is arrest gevraagd.

[appellanten] hebben geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - alsnog RWF in haar vorderingen niet-ontvankelijk zal verklaren, althans deze zal afwijzen, met veroordeling van RWF in de kosten van het geding in beide instanties, met rente.

RWF heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [appellanten] in de kosten van het geding in hoger beroep.

Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

2 Feiten

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.5 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Grief 1 bevat een (voorwaardelijke) klacht over deze feitenvaststelling. Voor zover deze klacht voldoende grondslag vindt in de feiten en bovendien relevant is voor de te nemen beslissing zal het hof daarmee in het onderstaande rekening houden. Voor het overige zijn de feiten niet in geschil en worden zij als vaststaand beschouwd. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.

2.1.

RWF exploiteert een recreatiepark. Aangrenzend bevindt zich de horecagelegenheid van [naam V.O.F.] , genaamd “ [X] ”.

2.2.

Vóór 2000 hadden [X] en het recreatiepark dezelfde eigenaar. [X] beschikte niet over een eigen aansluiting voor elektra- en watervoorzieningen; deze voorzieningen liepen via de meters van het recreatiepark. De bedrijfsruimte van [X] had wel een tussenmeter. Rond 2000 is [naam V.O.F.] eigenaar geworden van [X] . De elektra- en watervoorzieningen bleven ongewijzigd.

2.3.

[naam V.O.F.] heeft aan RWF maandelijks voorschotbedragen betaald voor de levering van elektriciteit en water. RWF heeft [naam V.O.F.] afrekennota’s gestuurd.

2.4.

Sinds 2015 beschikt [X] over een eigen elektra-aansluiting. In eerste instantie had [naam V.O.F.] voor de levering van elektriciteit een overeenkomst met Nuon; thans heeft zij een overeenkomst met Essent. De watervoorziening bleef ongewijzigd.

2.5.

De volgende afrekennota’s zijn door [naam V.O.F.] niet (volledig) aan RWF voldaan:

Datum

Openstaand Bedrag

10 februari 2014 (afrekening 2013/2)

€ 879,86

8 juli 2014 (afrekening 2014/1)

€ 7.413,80

21 januari 2015 (afrekening 2014/2)

€ 6.266,53

8 juli 2015 (afrekening 2015/1)

€ 7.909,25

22 januari 2016 (afrekening 2015/2)

€ 4.800,85

1 november 2016 (afrekening 2016)

€ 437,25

Totaal:

€ 27.707,54

2.6.

Bij brief van 1 februari 2017 heeft de door RWF ingeschakelde incassogemachtigde [naam V.O.F.] gesommeerd tot betaling van een betalingsachterstand van € 32.616,85 met betrekking tot de afname van elektriciteit en water over de periode van 2003 tot en met 2017.

3 Beoordeling

4 Beslissing