Gerechtshof Amsterdam, 03-11-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:2948, 200.278.465/01
Gerechtshof Amsterdam, 03-11-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:2948, 200.278.465/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 3 november 2020
- Datum publicatie
- 1 april 2021
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2020:2948
- Zaaknummer
- 200.278.465/01
Inhoudsindicatie
Kort geding. Verbod op het uitoefenen van stemrecht op aandelen in BV. De gemaakte afspraken omtrent het niet uitoefenen van stemrecht zijn bindend. Daaraan staat art. 2:190 BW niet in de weg. Toelaatbare steminstructie. Spoedeisend belang. Anders dan de eerste rechter geeft het hof het gevorderde verbod.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer: 200.278.465/01 SKG
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam: C/13/682727/KG ZA 20-361
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 3 november 2020
inzake
AMIENS HOLDING B.V.,
gevestigd te Lexmond,
appellante,
advocaat: mr. E. Maarsen-Neumann te Amsterdam,
tegen
1 GREYFRIARS GROUP B.V.,
2. SRI KUBERA HOLDING B.V.,
beide gevestigd te Almere,
geïntimeerden,
advocaat: mr. B. Coskun te Amsterdam.
1 Het geding in hoger beroep
Appellante wordt hierna Amiens genoemd. Geïntimeerden worden gezamenlijk Greyfriars Group c.s. genoemd en afzonderlijk Greyfriars Group en SKH.
Amiens is bij dagvaarding van 18 mei 2020 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 22 april 2020 onder bovenvermeld zaak-/rolnummer in kort geding gewezen tussen Greyfriars Group c.s. als eiseressen in conventie, verweersters in reconventie en Amiens als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie. De (spoed)appeldagvaarding bevat de grieven.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- conclusie van eis in hoger beroep (overeenkomstig de appeldagvaarding), met producties;
- memorie van antwoord, met producties.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2020. Aldaar is namens Amiens aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities het woord gevoerd door mr. Maarsen-Neumann voornoemd. Zijdens Greyfriars Group c.s. is niemand verschenen; mr. Cosgun heeft kort voor de zitting laten weten wegens verkoudheidsklachten en in verband met de Coronacrisis daaraan niet te zullen deelnemen, ook niet via de ter beschikking gestelde telehoorverbinding. Daarbij heeft hij zich met betrekking tot de voortzetting van de procedure gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Mr. Cosgun is na de zitting in de gelegenheid gesteld om bij akte te reageren op de pleitnotities van mr. Maarsen-Neumann, deze reactie heeft hij op 21 oktober 2020 toegestuurd.
Ten slotte is arrest gevraagd.
Amiens heeft geconcludeerd, zakelijk samengevat, dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen voor zover daarbij de vordering van Amiens is afgewezen en deze vordering alsnog zal toewijzen en dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bekrachtigen voor zover daarbij de vordering van Greyfriars Group c.s. is afgewezen, met beslissing over de proceskosten.
Greyfriars Group c.s. hebben geconcludeerd – naar het hof begrijpt ‒ dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bekrachtigen, behoudens wat betreft de veroordeling van Greyfriars Group c.s. in de proceskosten van het geding in conventie, het vonnis in zoverre zal vernietigen en de bedoelde proceskosten zal compenseren, met veroordeling van Amiens in de (daadwerkelijke) kosten van het hoger beroep.
2 Feiten
De voorzieningenrechter heeft in haar vonnis onder 2.1 tot en met 2.15 de feiten opgesomd die zij bij de beoordeling van het geschil van partijen tot uitgangspunt heeft genomen. De eerste grief van Amiens is gericht tegen de vermelding onder 2.3 dat Mulberry een dochtervennootschap van Greyfriars Group is. Het hof zal met dit bezwaar in het onderstaande rekening houden. Voor het overige zijn de feiten niet in geschil en dienen deze ook het hof als uitgangspunt, zij worden voor zover in hoger beroep nog relevant, hierna onder 3.1 weergegeven.