Home

Gerechtshof Amsterdam, 17-11-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3102, 200.231.325/01

Gerechtshof Amsterdam, 17-11-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3102, 200.231.325/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17 november 2020
Datum publicatie
11 december 2020
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2020:3102
Zaaknummer
200.231.325/01

Inhoudsindicatie

Overheidsaansprakelijkheid.

Gemeenten publiceren bestand met ritgegevens van (huidige) vervoerder in kader van aanbesteding Wmo-vervoer.

Gemeenten zijn niet gebonden aan overeenkomst tussen provincie en vervoerder.

Vervoerder komt geen beroep toe op bescherming van Databankenwet.

Gemeenten hebben wel door het openbaren van bedrijfsgeheimen onrechtmatig gehandeld jegens vervoerder.

Verwijzing naar schadestaatprocedure wordt in hoger beroep bekrachtigd en tevens uitgesproken in zaak van zusterbedrijf.

Uitspraak

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.231.325/01

zaaknummer rechtbank Noord-Holland : C/15/251636 / HA ZA 16-763

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 17 november 2020

inzake

1 GEMEENTE ALKMAAR,

zetelend te Alkmaar,

2. GEMEENTE BERGEN,

zetelend te Bergen,

3. GEMEENTE CASTRICUM,

zetelend te Castricum,

4. GEMEENTE HEERHUGOWAARD,

zetelend te Heerhugowaard,

5. GEMEENTE HEILOO,

zetelend te Heiloo,

6. GEMEENTE LANGEDIJK,

zetelend te Langedijk,

7. GEMEENTE UITGEEST,

zetelend te Uitgeest,

appellanten,

tevens incidenteel geïntimeerden,

advocaat: mr. J. Tophoff te Alkmaar,

tegen

1 ZORGVERVOERCENTRALE NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. REVA TAXI B.V., handelend onder de naam

BIOS PERSONENVERVOER,

gevestigd te Rotterdam,

3. CETORHINUS MAXIMUS B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

geïntimeerden,

tevens incidenteel appellanten,

advocaat: mr. R.W. de Vrey te Utrecht.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna de gemeente Alkmaar (appellant sub 1), de andere gemeenten (appellanten sub 2 tot en met 7), de gemeenten (appellanten gezamenlijk), ZCN, Reva en Cetorhinus (geïntimeerden 1 tot en met 3 afzonderlijk) en ZCN c.s. (geïntimeerden gezamenlijk) genoemd.

De gemeenten zijn bij dagvaarding van 4 december 2017 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 6 september 2017, onder bovenvermeld rol/zaaknummer gewezen tussen ZCN c.s. als eisers en de gemeenten als gedaagden.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met een productie;

- memorie van antwoord in principaal appel, tevens memorie van grieven in incidenteel appel, met producties;

- memorie van antwoord in incidenteel appel.

Geïntimeerden hebben vervolgens nog een USB-stick met gegevens ter griffie van dit hof gedeponeerd.

De zaak is mondeling behandeld ter zitting van 20 februari 2020. Voornoemde advocaten hebben pleitnotities voorgedragen en overgelegd. Ook hebben beide partijen bij die gelegenheid nog producties overgelegd.

Ten slotte is arrest gevraagd.

De gemeenten hebben in principaal appel geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - alsnog de vorderingen van ZCN c.s. zal afwijzen, met veroordeling van ZCN c.s. in de kosten van het geding in beide instanties, voor zover de kosten zien op inbreuk op het databankrecht de volledige kosten ex artikel 1019 Rv, met nakosten.

ZCN c.s. hebben in principaal appel geconcludeerd tot verwerping daarvan, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van de gemeenten in de kosten van beide instanties, althans tot vergoeding van de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten. In incidenteel appel hebben zij geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis onder 5.5 tot en met 5.7 en tot toewijzing, alsnog, van de in eerste aanleg afgewezen vorderingen, met - uitvoerbaar bij voorraad - voor zover de proceskosten zien op inbreuk op de databankrechten veroordeling van de gemeenten in de proceskosten van beide instanties conform artikel 1019 Rv, en voor het andere deel in de overige proceskosten van beide instanties.

De gemeenten hebben in incidenteel appel geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van ZCN c.s. met veroordeling van ZCN c.s. in de kosten van het geding in incidenteel appel, voor zover dat betrekking heeft op een inbreuk van databankrechten op de voet van artikel 1019 Rv.

Beide partijen hebben bewijs van hun stellingen aangeboden.

2 Feiten

3 Beoordeling

4 Beslissing