Gerechtshof Amsterdam, 20-04-2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1231, 200.278.680/01
Gerechtshof Amsterdam, 20-04-2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1231, 200.278.680/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 20 april 2021
- Datum publicatie
- 11 mei 2021
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:1231
- Zaaknummer
- 200.278.680/01
Inhoudsindicatie
Consumentenkredietovereenkomst, verstek, ambtshalve toetsing precontractuele informatieverplichtingen, kredietwaardigheidstoets, vertragingsrentebeding, geen ambtshalve toetsing artikel 34 lid 2 Wft.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.278.680/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : 8123465 CV EXPL 19-22239
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 20 april 2021
inzake
RABO DIRECT FINANCIERING B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
appellante,
advocaat: mr. A. van Hees te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonend te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
niet verschenen.
Partijen worden hierna Freo en [geïntimeerde] genoemd. Freo is de handelsnaam van Rabo Direct Financiering B.V.
1 De zaak in het kort
Freo heeft [geïntimeerde] op 12 augustus 2015 een bedrag van € 15.000 ter beschikking gesteld op basis van een tussen Freo en [geïntimeerde] gesloten consumentenkredietovereenkomst. Toen [geïntimeerde] niet meer voldeed aan zijn verplichtingen op grond van die overeenkomst, heeft Freo hem een aantal keer tevergeefs tot betaling aangemaand. Uiteindelijk heeft Freo de kredietovereenkomst beëindigd en het openstaande bedrag opgeëist. [geïntimeerde] heeft het openstaande bedrag niet betaald en Freo is een procedure bij de kantonrechter begonnen. De kantonrechter heeft de vordering van Freo bij vonnis van 18 februari 2020 afgewezen. In hoger beroep komt Freo op tegen deze afwijzing.
2 Het geding in hoger beroep
Freo is bij dagvaarding van 15 mei 2020 in hoger beroep gekomen van bedoeld vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter), onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen Freo als eiseres en [geïntimeerde] als gedaagde (hierna: het bestreden vonnis).
Ter rolle van 2 juni 2020 is tegen [geïntimeerde] verstek verleend.
Freo heeft een memorie van grieven, met producties genomen en heeft bewijs van haar stellingen aangeboden.
Freo heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, uitvoerbaar bij voorraad, de vorderingen van Freo alsnog zal toewijzen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep, met nakosten.
Ten slotte heeft Freo arrest gevraagd.
3 Feiten
Het hof gaat in hoger beroep uit van de volgende feiten.
Op 7 juli 2015 heeft [geïntimeerde] via de website van Freo een doorlopend krediet aangevraagd ter hoogte van € 15.000.
Op 10 juli 2015 heeft Freo [geïntimeerde] digitaal en per post een (concept)overeenkomst gestuurd voor een doorlopend krediet met onbepaalde looptijd. In deze overeenkomst is (onder andere) een termijnbedrag opgenomen van € 275 per maand, een debetrente van 4,7% per jaar en een debetrente bij betalingsachterstand van eveneens 4,7% per jaar. Bij beide rentes is vermeld dat Freo de rente altijd mag wijzigen. In de begeleidende brief, ook gedateerd 10 juli 2015, heeft Freo [geïntimeerde] laten weten: “Neem de offerte op uw gemak en zorgvuldig door, u heeft 14 dagen de tijd om te beslissen.”
In de overeenkomst zijn de “Algemene Voorwaarden Freo Doorlopend Krediet” van toepassing verklaard. Freo heeft twee sets algemene voorwaarden in het geding gebracht, evenals het formulier “Europese Standaardinformatie inzake consumentenkrediet” (hierna: het ESIC-formulier). In het ESIC-formulier is vermeld dat de daarin opgenomen informatie geldig is van 10 juli 2015 tot en met 24 juli 2015.
[geïntimeerde] heeft de overeenkomst op 14 juli 2015 ondertekend.
Bij brief van 12 augustus 2015 heeft Freo de ook door Freo ondertekende overeenkomst (hierna: de kredietovereenkomst) aan [geïntimeerde] retour gestuurd. Freo heeft op diezelfde dag het kredietbedrag van € 15.000 aan [geïntimeerde] ter beschikking gesteld.
Freo heeft afschriften in het geding gebracht van documenten die zij van [geïntimeerde] heeft ontvangen. Het betreft, voor zover relevant, een rekeningafschrift d.d. 30 juni 2015 van een betaalrekening van [geïntimeerde] bij ING, een huurovereenkomst d.d. 1 juni 2015 voor de duur van zes maanden waarin een huurprijs van € 1.300 is overeengekomen (met [geïntimeerde] als één van de twee huurders), een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de periode van 6 april 2015 tot en met 30 november 2015, waarin een bruto salaris van € 2.500 per maand is overeengekomen, en een salarisspecificatie over de maand juni 2015. Daarnaast heeft Freo een overzicht uit haar interne systeem in het geding gebracht van de beoordeling van de aanvraag van [geïntimeerde] . In dit overzicht zijn ook de “BKR resultaten aanvrager” opgenomen. Bij de beoordeling is onder “Totaal” vermeld “Niet ok”. Daarnaast staat bij de beoordeling vermeld: “Override mogelijk”.
Freo heeft [geïntimeerde] bij brief van 11 april 2017 geschreven dat zij [geïntimeerde] een aantal keer heeft gevraagd zijn achterstand te betalen, dat hij een achterstand heeft van meer dan twee maanden en dat Freo de totale schuld mag opeisen als [geïntimeerde] niet betaalt. Freo heeft [geïntimeerde] bij brief van 15 juni 2017 opnieuw aangeschreven. Daarna heeft Freo bij brief van 17 juli 2017 de kredietovereenkomst beëindigd en het openstaande bedrag opgeëist.