Gerechtshof Amsterdam, 09-09-2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:3088, 200.296.224/01 OK
Gerechtshof Amsterdam, 09-09-2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:3088, 200.296.224/01 OK
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 9 september 2021
- Datum publicatie
- 5 november 2021
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:3088
- Zaaknummer
- 200.296.224/01 OK
- Relevante informatie
- Burgerlijk Wetboek Boek 2 [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 344, Wet medezeggenschap op scholen [Tekst geldig vanaf 01-08-2024 tot 01-08-2025] art. 24, Wet medezeggenschap op scholen [Tekst geldig vanaf 01-08-2024 tot 01-08-2025] art. 39, Wet op de ondernemingsraden [Tekst geldig vanaf 18-02-2023] art. 3
Inhoudsindicatie
OK; enquêterecht; het enquêterecht is niet van toepassing op verweerster, een stichting die scholen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs in stand houdt; overigens wordt niet voldaan aan het in artikel 2:344, aanhef en onder b, BW gestelde vereiste voor de toepasselijkheid van het enquêterecht; de GMR wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot het bevelen van een onderzoek en tot het treffen van bepaalde onmiddellijke voorzieningen
Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.296.224/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 9 september 2021
inzake
de GEMEENSCHAPPELIJKE MEDEZEGGENSCHAPSRAAD VAN STICHTING CHRISTELIJKE BASISSCHOLEN LOCHEM-LAREN,
gevestigd te Lochem,
VERZOEKER,
advocaat: mr. R.J.M. Hampsink, kantoorhoudende te Utrecht,
t e g e n
de stichting
STICHTING CHRISTELIJKE BASISSCHOLEN LOCHEM-LAREN,
gevestigd te Lochem,
VERWEERSTER,
niet bij advocaat verschenen,
e n t e g e n
1 de RAAD VAN TOEZICHT VAN STICHTING CHRISTELIJKE BASISSCHOLEN LOCHEM-LAREN,
gevestigd te Lochem,
2. [A],
wonende te [....] ,
3. [B],
wonende te [....] ,
4 [C] ,
wonende te [....] ,
5. [D],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. B.P.L. Vorstermans, kantoorhoudende te Den Haag,
e n t e g e n
6 [E] ,
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. E. Unger, kantoorhoudende te Amsterdam.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
- -
-
verzoeker als de GMR;
- -
-
verweerster als SCBOLL;
- -
-
belanghebbende 2 als [A] ;
- -
-
belanghebbende 3 als [B] ;
- -
-
belanghebbende 4 als [C] ;
- -
-
belanghebbende 5 als [D] ;
- -
-
belanghebbenden 1 tot en met 5 gezamenlijk (en in enkelvoud) als de RvT;
- -
-
belanghebbende 6 als [E] .