Gerechtshof Amsterdam, 28-10-2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:4430, 20/00286
Gerechtshof Amsterdam, 28-10-2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:4430, 20/00286
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 28 oktober 2021
- Datum publicatie
- 18 mei 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:4430
- Zaaknummer
- 20/00286
- Relevante informatie
- Wet waardering onroerende zaken [Tekst geldig vanaf 01-01-2025] art. 17
Inhoudsindicatie
WOZ: de waarde van de woning is niet te hoog vastgesteld.
Uitspraak
Kenmerk 20/00286
28 oktober 2021
uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
de heffingsambtenaar van de gemeente Medemblik, de heffingsambtenaar,
tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk HAA 18/3298 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
[X] , wonende te [Z] , belanghebbende,
gemachtigde: G. Gieben (Previcus B.V. te Boxmeer)
en
de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking met dagtekening 24 februari 2018 op de voet van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde (hierna: WOZ-waarde) van de onroerende zaak bekend als [adres 1] te [Z] (hierna: het Object) op de waardepeildatum 1 januari 2017 voor het kalenderjaar 2018 vastgesteld op € 203.000 (hierna: de WOZ-beschikking).
Na daartegen door belanghebbende gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak, gedagtekend 21 juni 2018, de WOZ-waarde gehandhaafd.
Belanghebbende heeft tegen de hiervoor vermelde uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. Bij uitspraak van 13 maart 2020 heeft de rechtbank daarop als volgt beslist (in die uitspraak is belanghebbende aangeduid als ‘eiseres’ en de heffingsambtenaar als ‘verweerder’):
“De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde tot € 190.000;
- vermindert de aanslag onroerende-zaakbelasting tot een berekend naar een waarde van € 190.000;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.579.
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46 aan eiseres te vergoeden.”
Het tegen deze uitspraak door de heffingsambtenaar ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 23 april 2020 en aangevuld op 25 mei 2020. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2021. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2 Feiten
De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld:
“1. Eiseres is genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de woning. De woning is een tussenwoning met bouwjaar 1970. De inhoud van de woning inclusief aanbouw is ongeveer 335 m3 en de oppervlakte van het perceel is ongeveer 153 m2.”
Nu de hiervoor vermelde feiten door partijen op zichzelf niet zijn bestreden zal ook het Hof daarvan uitgaan. In aanvulling hierop stelt het Hof de volgende feiten vast.
Namens belanghebbende is ter zitting van de rechtbank een vergelijkingsmatrix ingebracht. De in deze matrix gebruikte grondwaardes gaan uit van één grondstaffel voor alle vergelijkingsobjecten, dus zonder gebruik te maken van verschillende waardegebieden voor het centrum van Medemblik enerzijds en de overige liggingen anderzijds. Voor zover van belang kent deze grondstaffel de volgende waardes:
|
Grondstaffel m2 |
Grondprijs |
|
140 |
210 |
|
160 |
206 |
|
180 |
202 |
|
201 |
199 |
|
221 |
195 |
|
241 |
191 |
|
261 |
187 |
|
281 |
183 |
|
301 |
179 |
|
321 |
175 |
3 Geschil in hoger beroep
Evenals bij de rechtbank is in hoger beroep in geschil of de WOZ-waarde van het Object niet te hoog is vastgesteld.
Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken. Voor hetgeen zij daaraan ter zitting hebben toegevoegd wordt verwezen naar het van het verhandelde ter zitting opgemaakte proces-verbaal.