Home

Gerechtshof Amsterdam, 09-02-2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:455, 200.263.372/01

Gerechtshof Amsterdam, 09-02-2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:455, 200.263.372/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
9 februari 2021
Datum publicatie
22 maart 2021
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2021:455
Formele relaties
Zaaknummer
200.263.372/01

Inhoudsindicatie

Uitleg overeenkomst. Een groep vennootschappen beschikt over een kredietfaciliteit van twee banken. In het kader van een overname van de groep dragen de banken hun rechtsverhouding tot de groep over aan de overnemende partij door middel van een overeenkomst van contractsoverneming. Dit geding betreft de uitleg van die overeenkomst, in het bijzonder in verband met een verstrekte bankgarantie.

Uitspraak

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.263.372/01

zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/644820 / HA ZA 18-265

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 9 februari 2021

inzake

1 MID OCEAN GROUP B.V.,

2. TORENVLIET B.V.,

beide gevestigd te Barneveld,

appellanten,

advocaat: mr. M.H.J. van Rest te Den Haag,

tegen

ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

advocaat: mr. E.C. Netten te Amsterdam.

Partijen worden hierna MOG, Torenvliet en ING genoemd.

1 De zaak in het kort

MOG staat aan het hoofd van de Mid Ocean groep. Zij beschikte over een kredietfaciliteit van ABN Amro en ING. In 2013 heeft Torenvliet de Mid Ocean groep overgenomen. ABN Amro en ING hebben hun rechtsverhouding tot de Mid Ocean groep overgedragen aan Torenvliet door middel van een overeenkomst van contractsoverneming. Dit geding betreft de uitleg van die overeenkomst. Met name is in geschil hoe partijen moeten afrekenen in verband met een door ABN Amro verstrekte bankgarantie.

2 Het geding in hoger beroep

MOG en Torenvliet zijn bij dagvaarding van 16 mei 2019 in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 februari 2019, onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen MOG en Torenvliet als eiseressen en ING als gedaagde.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met producties;

- memorie van antwoord.

Partijen hebben de zaak ter zitting van 22 januari 2021 doen bepleiten, MOG en Torenvliet door mr. Van Rest voornoemd, en ING door mr. Netten voornoemd en door diens kantoorgenoot mr. T.S.F. Hautvast, ieder aan de hand van pleitnotities waarvan exemplaren zijn overgelegd.

Ten slotte is arrest gevraagd.

MOG en Torenvliet hebben geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en – uitvoerbaar bij voorraad – hun vorderingen alsnog zal toewijzen, met veroordeling van ING in de kosten van het geding in beide instanties, en met veroordeling van ING tot terugbetaling van het ter uitvoering van het bestreden vonnis door MOG en Torenvliet aan ING betaalde bedrag aan proceskosten, met rente.

ING heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal bekrachtigen, met veroordeling – uitvoerbaar bij voorraad – van MOG en Torenvliet in de kosten van het geding in hoger beroep.

Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

3 Feiten

8 Regeling re RBS

4 Vordering en beslissing rechtbank

5 Beoordeling

6 Beslissing