Gerechtshof Amsterdam, 23-02-2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:517, 200.218.968/01
Gerechtshof Amsterdam, 23-02-2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:517, 200.218.968/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 23 februari 2021
- Datum publicatie
- 5 maart 2021
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:517
- Zaaknummer
- 200.218.968/01
Inhoudsindicatie
Vordering tot opheffen dan wel matigen opgelegde dwangsom.
Verbod inbreuk auteursrechten en naburige rechten.
Persoonlijk faillissement. Geen onmogelijkheid aan hoofdveroordeling te voldoen.
Afwijzing door rechtbank in hoger beroep bevestigd.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.218.968/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/623533/KG ZA 17-143
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 23 februari 2021
inzake
Mr. J.A. Dullaart in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [X] ,
gevestigd te Naaldwijk,
appellant,
advocaat: mr. J.A.M. van Oers te Amsterdam,
tegen
1 Vereniging Buma,
gevestigd te Amstelveen,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.W.A. Meddens te Amsterdam,
2 Stichting Ter Exploitatie van Naburige Rechten (Sena),
gevestigd te Hilversum,
geïntimeerde,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna [X] , Buma en Sena genoemd. Geïntimeerden gezamenlijk worden als Buma c.s. aangeduid.
In deze zaak zijn op 30 juli 2019 en 10 december 2019 tussenarresten uitgesproken. Voor het verloop van het geding tot laatstgenoemde datum wordt verwezen naar die arresten.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord van de zijde van Buma;
- memorie van antwoord van de zijde van Sena, met producties;
- akte uitlaten en wijziging van eis tevens incidentele conclusie van eis inhoudende verzoek tot aanhouding datum eind vonnis bodemprocedure, met producties;
- akte houdende reactie op akte inzake proceskosten en andere zaken zijdens [X] , van de zijde van Buma;
- antwoordakte tevens memorie van antwoord in incident van de zijde van Sena.
Het verzoek om aanhouding van de zijde van [X] is bij rolbeslissing van 22 juli 2020 afgewezen.
Partijen hebben de zaak ter zitting van 5 november 2020 doen bepleiten, [X] door mr. Van Oers voornoemd, Buma door mr. Meddens voornoemd en Sena door mrs. P. de Leeuwe en M. J. Kroon, advocaten te Amsterdam. Mrs. Van Oers, Meddens en Kroon hebben gepleit aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd. [X] , en Sena hebben nog producties in het geding gebracht.
Ten slotte is arrest gevraagd.
[X] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis van de voorzieningenrechter van 10 april 2017 zal vernietigen en opnieuw rechtdoende de dwangsommen ten aanzien van [X] , opgelegd bij het hierna onder 2.4 te noemen vonnis, zal opheffen, op nihil zal stellen, zal verminderen dan wel zal matigen, met veroordeling van Buma c.s. in de proceskosten in beide instanties, primair conform het reguliere liquidatietarief, en subsidiair ex 1019h Rv met nakosten en rente.
Buma c.s. hebben beide geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van de curator in de kosten van, naar het hof begrijpt, dit hoger beroep op grond van artikel 1019h Rv.