Gerechtshof Amsterdam, 05-04-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1052, 200.260.559/01
Gerechtshof Amsterdam, 05-04-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1052, 200.260.559/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 5 april 2022
- Datum publicatie
- 15 juni 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2022:1052
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2023:870, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.260.559/01
Inhoudsindicatie
In deze zaak spelen drie geschilpunten, twee in principaal hoger beroep en een in incidenteel hoger beroep. Deze geschilpunten worden door het hof afzonderlijk behandeld.
Geschilpunt 1: Tussen de partijen in dit geding is een investment agreement tot stand gekomen. Appellanten in principaal hoger beroep beogen (primair) dat deze overeenkomst wordt vernietigd wegens misbruik van omstandigheden en (subsidiair) dat er aan hen een schadevergoeding wordt toegekend wegens onrechtmatig handelen voorafgaand aan de totstandkoming van deze overeenkomst. Deze vorderingen zijn niet toewijsbaar.
Geschilpunt 2: Geïntimeerden in principaal hoger beroep vorderden in eerste aanleg de hoofdelijke veroordeling van appellanten in hoger beroep tot betaling van € 500.000, met rente. Daaraan legden zij de vrijwaringsverplichting ten grondslag uit de investment agreement. De rechtbank heeft hun vordering toegewezen. De grieven daartegen zijn ongegrond.
Geschilpunt 3: Appellanten in incidenteel hoger beroep vorderden in eerste aanleg (en thans in hoger beroep) de veroordeling van geïntimeerde in incidenteel hoger beroep om driemaal een bedrag van € 500.000 te voldoen, met rente. Daaraan legden zij ten grondslag dat er meermaals geheimhoudingsverklaringen zijn geschonden. De rechtbank heeft deze vordering afgewezen. Ten verwere is een beroep op berusting gedaan. Dat slaagt. Appellanten in incidenteel hoger beroep worden niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.260.559/01
zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/639813 / HA ZA 17-1261
arrest van 5 april 2022
inzake
1 [appellant sub 1] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante in principaal hoger beroep,
2. [appellant sub 2],
wonende te [woonplaats] ,
appellant in principaal hoger beroep,
tevens geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. W.M. Schonewille te 's-Gravenhage,
tegen
1 RECYCLING SOLUTIONS INVESTMENT PARTNERS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. EM CAPITAL PARTNERS B.V.,
gevestigd te Musselkanaal,
3. [appellant sub 2] HOLDING APPINGEDAM B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerden in principaal hoger beroep,
tevens appellanten in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. R.Q. Potter te Amsterdam.
1 Het geding in hoger beroep
Appellanten worden hierna STAK en [appellant sub 2] genoemd en gezamenlijk STAK c.s. Geïntimeerden worden hierna Recycling Solutions, EM Capital en [appellant sub 2] Holding genoemd en gezamenlijk [appellant sub 2] Holding c.s.
Recycling Solutions en EM Capital worden hierna gezamenlijk de Investeerders genoemd.
STAK c.s. zijn bij dagvaarding van 12 april 2019 in hoger beroep gekomen van de vonnissen van 28 februari 2018 en 16 januari 2019, onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen [appellant sub 2] Holding c.s. als eiseressen in conventie, tevens (voorwaardelijk) verweersters in reconventie en STAK c.s. als gedaagden in conventie, tevens (voorwaardelijk) eisers in reconventie.
Ingevolge het tussenarrest van 25 juni 2019 heeft op 21 oktober 2019 bij het hof een comparitie na aanbrengen plaatsgevonden.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, tevens akte wijziging van eis, met producties;
- memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel appel, met producties;
- memorie van antwoord in incidenteel appel, met producties.
Partijen hebben de zaak ter zitting van 10 november 2021 mondeling laten toelichten, STAK c.s. door mr. Schonewille voornoemd, en [appellant sub 2] Holding c.s. door mr. Potter voornoemd en mrs. C.R.B. Jonker en P.H. Hannema, advocaten te Amsterdam. Beide partijen hebben spreekaantekeningen overgelegd en beide partijen hebben op voorhand nog producties in het geding gebracht. Ten slotte is arrest gevraagd.
STAK c.s. hebben in principaal hoger beroep geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis van 16 januari 2019 (hierna: het bestreden vonnis) zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - hun in hoger beroep gewijzigde eis zal toewijzen, met hoofdelijke veroordeling van [appellant sub 2] Holding c.s. in de kosten van het geding in beide instanties, met rente, alsook dat het hof [appellant sub 2] Holding c.s. zal veroordelen tot terugbetaling van hetgeen ter uitvoering van het bestreden vonnis is voldaan, met rente.
[appellant sub 2] Holding c.s. hebben in principaal hoger beroep geconcludeerd dat het hof de gewijzigde eis van STAK c.s. zal afwijzen en in zoverre het bestreden vonnis zal bekrachtigen, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van STAK c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep, met nakosten en rente.
[appellant sub 2] Holding c.s. hebben in incidenteel hoger beroep geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - alsnog het niet-toegewezen deel van hun eis zal toewijzen, met veroordeling van STAK c.s. in de kosten van het geding in beide instanties, met nakosten en rente.
STAK c.s. hebben in incidenteel hoger beroep geconcludeerd dat het hof het incidenteel appel zal verwerpen, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [appellant sub 2] Holding c.s. in de kosten van het geding in incidenteel hoger beroep.
Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.
In deze zaak spelen drie geschilpunten, twee in principaal hoger beroep en een in incidenteel hoger beroep. Deze geschilpunten zullen hierna afzonderlijk worden behandeld. De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.13 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Voor zover deze in hoger beroep niet in geschil zijn, dienen zij ook het hof als uitgangspunt. De feiten die het hof als vaststaand beschouwt, zullen per geschilpunt worden weergegeven, gevolgd door een beoordeling van dat geschilpunt.
In principaal hoger beroep
Geschilpunt 1: Misbruik van omstandigheden en onrechtmatige daad