Gerechtshof Amsterdam, 18-01-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:148, 200.297.079/01
Gerechtshof Amsterdam, 18-01-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:148, 200.297.079/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 18 januari 2022
- Datum publicatie
- 31 januari 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2022:148
- Zaaknummer
- 200.297.079/01
Inhoudsindicatie
Kort geding. Vennootschapsrecht. Uitleg van de statuten en de aandeelhoudersovereenkomst. Is de meerderheidsaandeelhouder verplicht om zijn aandelenbelang te verkopen aan de minderheidsaandeelhouder?
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.297.079/01
zaak- en rolnummer rechtbank Noord-Holland : C/15/315884 / KG ZA 21-220
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 18 januari 2022
inzake
OTX LOGISTICS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante,
advocaat: mr. H.R. Pleiter te Amsterdam,
tegen
DBB BEHEER B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. F. Diepraam te Haarlem.
Partijen worden hierna Logistics en DBB genoemd.
1 De zaak in het kort
Een vennootschap die zich bezighoudt met internationale expeditie heeft een minderheidsaandeelhouder met een belang van 20% en een meerderheidsaandeelhouder met een belang van 80%. De minderheidsaandeelhouder maakt er aanspraak op dat de meerderheidsaandeelhouder zijn aandelenbelang aan hem te koop aanbiedt voor de net asset value. Hiertoe doet de minderheidsaandeelhouder een beroep op een regeling in de aandeelhoudersovereenkomst en in de statuten van de vennootschap. In dit kort geding heeft de voorzieningenrechter de daarop gebaseerde vordering grotendeels toegewezen. In dit hoger beroep beoordeelt het hof de vordering opnieuw.
2 Het geding in hoger beroep
Bij dagvaarding van 12 juli 2021 is Logistics in hoger beroep gekomen tegen een in kort geding gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank
Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem (hierna: de voorzieningenrechter) van 17 juni 2021. Dat vonnis is onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen DBB als eiseres en Logistics als gedaagde. De dagvaarding bevat de grieven.
Bij het aanbrengen van de zaak heeft Logistics producties in het geding gebracht.
Logistics heeft verzocht om behandeling van de zaak als spoedappel. Het hof heeft dat verzoek afgewezen.
DBB heeft een memorie van antwoord ingediend, met producties.
Bij de mondelinge behandeling van de zaak op 23 november 2021 hebben partijen hun standpunten doen toelichten, OTX door mr. Pleiter voornoemd en Logistics door mr. E.F. Seunke, advocaat te Amsterdam, ieder aan de hand van spreekaantekeningen waarvan exemplaren zijn overgelegd. Beide partijen hebben nog producties in het geding gebracht. Ten slotte is arrest gevraagd.
Logistics heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en (naar het hof begrijpt) de vordering van DBB alsnog zal afwijzen, met veroordeling van DBB – uitvoerbaar bij voorraad – in de kosten van het geding in beide instanties, met nakosten en rente. Bij appeldagvaarding heeft Logistics daarnaast geconcludeerd dat DBB veroordeeld wordt om mee te werken aan ongedaanmaking van hetgeen ter uitvoering van het bestreden vonnis is verricht, op straffe van verbeurte van dwangsommen. Dat deel van de conclusie heeft Logistics bij de mondelinge behandeling ingetrokken. Het hof heeft akte verleend van die intrekking.
DBB heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal bekrachtigen, met veroordeling – uitvoerbaar bij voorraad – van Logistics in de kosten van het geding in hoger beroep, met nakosten en rente.
3 Feiten
De voorzieningenrechter heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.13 de feiten opgesomd die hij tot uitgangspunt heeft genomen. Voor zover deze feiten in hoger beroep niet in geschil zijn, dienen zij ook het hof als uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die enerzijds zijn gesteld en anderzijds niet of onvoldoende zijn betwist, komen de feiten neer op het volgende.
In 2010/2011 hadden [A] (hierna: [A] ) en [B] (hierna: [B] ) contacten met (mogelijke) opdrachtgevers voor vervoer van elektronische apparatuur van het Verre Oosten naar Nederland. Zij zochten een vervoerder om dergelijke opdrachten te kunnen uitvoeren. Zij kwamen in contact met Logistics.
Logistics hield zich onder andere bezig met vervoer van textiel van het Verre Oosten naar Nederland. Logistics had toen twee aandeelhouders. Dat waren: de buitenlandse vennootschap Jumbo Channel Limited (hierna in navolging van partijen ook aangeduid als OTEL, waarschijnlijk als afkorting voor On Time Express Logistics) voor 75% en de Nederlandse vennootschap T.Y.D. Holding B.V. (hierna: TYD) voor de resterende 25%. De toenmalige bestuurders van Logistics waren: [C] (hierna: [C] ), [D] (hierna: [D] ) en [E] (hierna: [E] ). [C] had een (indirect) belang in meerderheidsaandeelhouder OTEL; [D] en [E] in minderheidsaandeelhouder TYD.
[A] en [B] hebben enige tijd bij Logistics in loondienst gewerkt.
Op 15 maart 2013 is een nieuwe structuur in werking getreden (zie hierna 3.4.1 tot en met 3.4.4).
Op 15 maart 2013 hebben DBB (de vennootschap van [A] , thans procespartij) en Jasa Beheergroep B.V. (de vennootschap van [B] , hierna: Jasa) ieder 20% verkregen van de aandelen in OTX Solutions B.V. (hierna: Solutions). Logistics hield de overige 60% van de aandelen in Solutions. Bestuurders van Solutions werden: [A] , [B] , [C] , [D] en [E] . Vanuit Solutions werden en worden expeditiediensten aangeboden.
Op 15 maart 2013 zijn ook de statuten van Solutions (hierna: de Statuten) gewijzigd. De toen in werking getreden bepalingen vermelden onder meer:
“Blokkeringsregeling.
Artikel 13.
Afdeling A. Aanbieding van aandelen bij voorgenomen overdracht.
1. Elke overdracht van aandelen kan slechts geschieden nadat de aandelen aan de mede-aandeelhouders zijn te koop aangeboden zoals hierna in dit artikel is bepaald.
2. (...)
3. De aandeelhouder die een of meer aandelen wil overdragen (...) geeft daarvan kennis aan het bestuur (...).
5. De koopprijs zal (...) worden vastgesteld door een of meer onafhankelijke deskundigen (...)
Afdeling B. Verplichting tot aanbieding in andere gevallen.
1. Ingeval van (...) moeten de betrokken aandelen aan de andere aandeelhouders te koop worden aangeboden met inachtneming van het in de volgende leden bepaalde.
Eenzelfde verplichting tot aanbieding bestaat met betrekking tot de aandelen gehouden door een aandeelhouder-rechtspersoon ingeval de zeggenschap, direct of indirect, over de activiteiten van die aanhouder-rechtspersoon, door één of meer anderen wordt verkregen.
2. (...)
3. Ingeval een verplichting tot tekoopaanbieding bestaat, is het bepaalde in de leden 3 tot en met 10 en 14 van de voorgaande afdeling van overeenkomstige toepassing. De aanbieder is niet bevoegd zijn aanbod in te trekken. (...) De overdracht geschiedt binnen een maand na de vaststelling van de koopprijs tegen contante betaling.
4. Aan de verplichting tot aanbieding moet worden voldaan binnen een maand na haar ontstaan.
5. (...)
Afdeling C.
(...)
Bestuur.
Artikel 14
(...)
Benoeming. Schorsing en ontslag. Bezoldiging.
Artikel 15.
1. De bestuurders worden benoemd door de algemene vergadering.”
Eveneens op 15 maart 2013 hebben de aandeelhouders van Solutions (dus: Logistics, DBB en Jasa) een Shareholders Agreement gesloten (hierna: de SHA). Hierin staat onder meer (waarbij Logistics wordt aangeduid als OTX en Solutions als the Company):
“1 DEFINITIONS AND INTERPRETATION
Definitions
In this Agreement the capitalized terms and expressions shall, unless the context requires otherwise or unless specified otherwise in this Agreement, have the meaning set forth below:
(...)
Control with respect to a company or other entity (i) direct or indirect
ownership of more than 50% of the voting rights or share capital of
such company or other entity; or (ii) the right directly or indirectly to
appoint the majority of the members of the board of directors (or
similar body) (and the terms Controlled and Controlling shall have
meanings correlative to the foregoing)
(...)
9 TRANSFER OF SHARES
(...)
Offering Shareholder
(...)
When an Offering Shareholder wishes to transfer the Offered Shares to a third party for the purpose of this Clause including to the other shareholders, and provided that it has received a bona fide offer from such third party to purchase the Offered Shares, the Offering Shareholder shall, notify the other Shareholder(s) of the proposed offer in writing (“Offer Notice”). Such Offer Notice must state (i) the purchaser’s name and address; (ii) the number of Shares then held by the Offering Shareholder and (iii) the price and other terms and conditions of the proposed offer.
(...)
10 COMPULSORY TRANSFER OF SHARES
A Shareholder is deemed to have served an Offer Notice immediately before any of the following events:
a. the events described in the relevant provisions of the Articles of Association regarding the compulsory transfers of shares, at the date of signing this Agreement being the provisions mentioned under Clause 13;
b. (...)
For the purpose of this Agreement, a ‘change of control’ (wijziging zeggenschap) as described in the relevant provisions of the Articles of Association shall only be deemed to have taken place on the part of OTX in the event OTX is not longer Controlled by Mr. [C] and/or Mr. [D] .
In addition to the relevant provisions of the Articles of Association regarding the compulsory transfers of shares (at the date of signing this Agreement being the provisions mentioned under Clause 13), the Parties agree that deemed Offer Notice as described in Clause 10.1.1 has the same effect as an Offer Notice, except that:
a. (...);
b. the price for the Shares shall be equal to the (pro rata) Net Asset Value of the
Shares at the following dates:
i. 31st of December of the previous year, in the situation the events as
described in Clause 10.1.1 take place before the 1st of July;
ii. 1st of July of the current year in the situation the events as described
in Clause 10.1.1 take place on or after the 1st of July;
c. (...)
(...)
16 MISCELLANEOUS
(...)
In case of any conflict between the provisions of this Agreement and the provisions of the Company’s amended Articles of Association, the provisions of this Agreement shall prevail.”
In een concept van februari 2013 van de SHA is het voormelde art. 10.1.2 niet opgenomen.
Op 15 maart 2013 heeft Logistics managementovereenkomsten gesloten met DBB en Jasa (de respectievelijk door [A] en [B] beheerste vennootschappen).
Zoals hiervoor vermeld, had [C] een indirect belang in OTEL. Hij hield aandelen in de topholding van het On Time-concern (hierna: de topholding). In juli 2014 werd een kwart van de aandelen in de topholding naar de beurs van Hong Kong gebracht. Hierdoor verwaterde het indirecte aandelenbelang van [C] in OTEL tot ongeveer 48%. Eind 2017 verkreeg de in Hong Kong gevestigde en beursgenoteerde rechtspersoon YTO (hierna: YTO) een belang in de topholding. Hierdoor verwaterde het indirecte aandelenbelang van [C] in OTEL tot minder dan 10%.
In mei 2017 heeft Jasa (de vennootschap van [B] ) haar aandelen in Solutions verkocht aan Logistics. Hierdoor verkreeg Logistics 80% van die aandelen. De resterende 20% bleef bij DBB.
In 2018 heeft TYD (de Nederlandse vennootschap waarin [D] en [E] belangen hadden) haar aandelenbelang van 25% in Logistics verkocht aan OTEL.
Met ingang van 1 oktober 2020 is [D] afgetreden als bestuurder van Logistics en Solutions. Met ingang van 1 december 2020 zijn ook [C] en [E] afgetreden als bestuurders van deze beide vennootschappen. Met ingang van laatstgenoemde datum zijn [F] (hierna: [F] ) en [G] (hierna: [G] ) benoemd tot bestuurders van Logistics en (naast [A] ) van Solutions.
Bij e-mail van 12 december 2020 heeft DBB met een beroep op de SHA en de Statuten aanspraak erop gemaakt dat Logistics haar aandelenbelang van 80% in Solutions aan DBB te koop aanbiedt voor de net asset value. Logistics heeft bestreden dat DBB rechtsgeldig aanspraak hierop kan maken.