Gerechtshof Amsterdam, 28-06-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1900, 200.305.658/01 OK
Gerechtshof Amsterdam, 28-06-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1900, 200.305.658/01 OK
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 28 juni 2022
- Datum publicatie
- 1 juli 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2022:1900
- Zaaknummer
- 200.305.658/01 OK
Inhoudsindicatie
OK; Enquêterecht; Verzoeker niet ontvankelijk;
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.305.658/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 28 juni 2022
inzake
[A] ,
wonende te [....] ,
VERZOEKER,
advocaat: mr. M. Mos, kantoorhoudende te Nieuwegein,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
B.V. EMBA,
gevestigd te Den Haag,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] ,
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTERS,
advocaat: mr. D.F. Spoormans, kantoorhoudende te Den Haag,
e n t e g e n
1 [C] ,
wonende te [....] ,
2. de naamloze vennootschap
HERIOT N.V.,
gevestigd te Willemstad, Curaçao,
3. de naamloze vennootschap
FERULA N.V.,
gevestigd te Willemstad, Curaçao,
4. de naamloze vennootschap
RHODIA N.V.,
gevestigd te Willemstad, Curaçao,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. D.F. Spoormans, kantoorhoudende te Den Haag.
In het vervolg zullen partijen (ook) als volgt worden aangeduid:
- -
-
verzoeker als [A] ;
- -
-
verweerster sub 1 als EMBA;
- -
-
verweerster sub 2 als HPF;
- -
-
belanghebbende sub 1 als [C] ;
- -
-
belanghebbende sub 2 als Heriot;
- -
-
belanghebbende sub 3 als Ferula;
- -
-
belanghebbende sub 4 als Rhodia;
- -
-
verweersters en belanghebbenden gezamenlijk als EMBA c.s.
1 Het verloop van het geding
[A] heeft bij verzoekschrift met producties van 25 januari 2022 de Ondernemingskamer verzocht, samengevat,
-
een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van EMBA en HPF;
-
als onmiddellijke voorzieningen voor de duur van de procedure:
a. de huidige bestuurders van EMBA en HPF te schorsen;
b. een onafhankelijk bestuurder aan te stellen in EMBA en in HPF;
c. het stemrecht op de aandelen in EMBA die worden gehouden door Heriot, Rhodia, Ferula dan wel enig ander aandeelhouder die direct of indirect door [C] wordt bestuurd of aangestuurd, te schorsen en deze aandelen ten titel van beheer over te dragen aan een door de Ondernemingskamer aan te wijzen (rechts)persoon teneinde beslissingen te nemen ter zake de bestemming van de ‘Cash and Securities Portfolio held by Pictet 7 Cie Europe SA’;
d. de te benoemen bestuurder te bevelen een laag risicoprofiel te hanteren in het kader van het beheer van de ‘Cash and Securities Portfolio held by Pictet 7 Cie Europe SA’;
3. EMBA en HPF te veroordelen in de kosten van de procedure.
EMBA en HPF hebben bij verweerschrift met producties van 24 maart 2022 de Ondernemingskamer verzocht [A] niet ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek dan wel dit verzoek af te wijzen en hem te veroordelen in de kosten van de procedure.
Bij e-mail van 11 april 2022 heeft mr. Spoormans de Ondernemingskamer bericht dat hij (mede) optreedt namens de belanghebbenden [C] , Heriot, Ferula en Rhodia.
Het verzoek is behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 14 april 2022. De advocaten hebben toen de standpunten van partijen toegelicht aan de hand van overgelegde aantekeningen en onder overlegging van tevoren toegestuurde nadere producties. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt.
2 Feiten
De familie [D] heeft vanaf 1786 een groep ondernemingen opgebouwd die actief is in de financiële dienstverlening. [E] , de vader van [A] en [C] , (hierna: [E] ) gaf tot zijn overlijden leiding aan de groep. [E] is in 2015 overleden. De verstandverhouding tussen [A] en [C] is verstoord en zij strijden over de onverdeelde nalatenschap van hun vader.
Tot de onverdeelde nalatenschap behoren onder meer alle door stichting administratiekantoor de Mill (hierna: STAK de Mill) uitgegeven certificaten van de door STAK de Mill gehouden aandelen in Heriot, Rhodia en Ferula. Daarnaast behoren tot de nalatenschap de aandelen in Continuity Inc.
STAK de Mill houdt 100% van de aandelen in Heriot, 37,5% van de aandelen in Rhodia en 35% van de aandelen in Ferula. Continuity Inc. houdt 37,5%van de aandelen in Rhodia en 46% van de aandelen in Ferula. [A] houdt in privé 25% van de aandelen in Rhodia en 19% van de aandelen in Ferula.
Heriot houdt 84,81% van de aandelen in EMBA. Rhodia en Ferula houden ieder 4,95% van de aandelen in EMBA. [A] houdt in privé 1,07% van de aandelen in EMBA. Daarnaast houdt [A] 50% van de aandelen in FGR Finanz AG. Zug. (hierna: FGR), dat op haar beurt 2,02% van de aandelen in EMBA houdt.
EMBA houdt 79,42% van de aandelen in HPF. Heriot houdt 15,65% van de aandelen in HPF.
[C] is (middellijk) bestuurder van STAK de Mill, Heriot, Rhodia, Ferula, EMBA en HPF.
[E] is op 3 april 2015 overleden. Hij heeft bij testament zijn (indirecte) belangen in Heriot, Rhodia en Ferula aan [C] gelegateerd. Het erfdeel van [A] is bij het testament beperkt tot de legitieme portie, naar Zwitsers recht 3/16e deel van de nalatenschap.
[A] heeft [C] en hun beider moeder betrokken in een procedure voor de Franse rechter omtrent de nalatenschap van [E] Het Tribunal de Grande Instance te Parijs heeft bij uitspraak van 31 januari 2019 de vordering van [A] tot nietigverklaring van het testament en zijn vordering tot verklaring voor recht dat [A] in zijn legitieme portie is geschonden, afgewezen. [A] heeft tegen deze uitspraak cassatie ingesteld, waarop nog niet is beslist. Ook in Zwitserland wordt geprocedeerd over de nalatenschap.