Gerechtshof Amsterdam, 26-07-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:2192, 200.298.878/01
Gerechtshof Amsterdam, 26-07-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:2192, 200.298.878/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 26 juli 2022
- Datum publicatie
- 6 september 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2022:2192
- Zaaknummer
- 200.298.878/01
Inhoudsindicatie
Inleidende dagvaarding met vordering op grond van art. 15 lid 1 aanhef en onder a, b, c en g AVG in plaats van verzoekschrift zoals bepaald in art. 35 lid 1 UAVG. Hof past art. 69 Rv toe.
Art. 35 lid 2 UAVG: verzoeker ondanks termijnoverschrijding ontvankelijk, omdat hij op het verkeerde been is gezet door geïntimeerde.
Art. 15 lid 1 en 3 AVG: verzoek deels toewijsbaar voor zover betreffende de persoonsgegevens van verzoeker.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.298.878/01
zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam: C/13/684958 / HA ZA 20-584
beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 26 juli 2022
inzake
[appellant] ,
wonend te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. N. Bakker te Amsterdam,
tegen
TRAVELEX N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. R. Taal te Nijmegen.
Partijen worden hierna [appellant] en Travelex genoemd.
1 De zaak in het kort
[appellant] wilde in april 2018 een bedrag van € 5.000 in contanten omwisselen in Amerikaanse dollars bij een vestiging van Travelex in verband met een vakantie in de VS. Deze transactie werd geweigerd. [appellant] heeft Travelex herhaaldelijk verzocht om mededeling van de belastende gegevens, waarop deze weigering is gebaseerd. Travelex heeft niet aan zijn verzoeken voldaan, omdat zij zegt die gegevens niet te mogen meedelen op grond van wetgeving betreffende het voorkomen van witwassen en het financieren van terrorisme.
2 Het geding in hoger beroep
[appellant] is bij dagvaarding van 4 augustus 2021 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 mei 2021, onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen [appellant] als eiser en Travelex als gedaagde.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, tevens houdende vermeerdering van eis;
- memorie van antwoord.
Partijen hebben de zaak ter zitting van 13 mei 2022 doen bepleiten, [appellant] door mr. Bakker voornoemd en Travelex door mr. Taal voornoemd en mr. D.S. Teitler, advocaat te Nijmegen, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd. [appellant] heeft aan zijn pleitnota een productie gehecht.
Ten slotte is arrest gevraagd.
[appellant] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en
− uitvoerbaar bij voorraad − alsnog zijn vorderingen zal toewijzen en Travelex zal veroordelen tot (terug)betaling van de proceskosten van de eerste aanleg, met rente, en in de kosten van het geding in beide instanties.
Travelex heeft geconcludeerd tot bekrachtiging, met − uitvoerbaar bij voorraad − beslissing over de proceskosten.
[appellant] heeft in hoger beroep bewijs van zijn stellingen aangeboden.
3 Feiten
De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.6 de feiten vastgesteld. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en neemt het hof ook als vaststaand aan.
Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.
[appellant] heeft zich in april 2018 tot Travelex gewend om € 5.000 contant geld te wisselen voor Amerikaanse dollars wegens een vakantie naar de Verenigde Staten.
Travelex heeft geweigerd om deze transactie uit te voeren.
[appellant] heeft Travelex per e-mail van 13 april 2018 gevraagd waarom de transactie is geweigerd.
Travelex heeft hierop per e-mail van 26 april 2018 als volgt geantwoord, voor zover van belang:
Tot onze spijt moeten wij u berichten dat u ook in de toekomst geen transacties meer zult kunnen doen bij GWK Travelex.
Dit is de uitkomst van de beoordeling van gegevens (en eventuele bewijsstukken) over de transacties die u in het verleden heeft gedaan bij GWK Travelex.
De afdeling KYCSupportDesk van GWK Travelex volgt bij het beoordelen van klant-
documentatie strikt de richtlijnen die voortvloeien uit de wet- en regelgeving waar wij als financiële instelling aan gehouden zijn.
De uitkomst van onze procedure is bindend, er is geen beroep mogelijk, en wij doen geen nadere mededelingen over de reden. (...)
[appellant] heeft bij brief van 11 juli 2018 nogmaals navraag gedaan bij Travelex naar de reden waarom de transactie is geweigerd.
Travelex heeft bij brief van 16 juli 2018 als volgt geantwoord, voor zover van belang:
(...)
Travelex (...) heeft als financieel dienstverlener te voldoen aan een uitgebreid scala aan wet- en regelgeving betreffende het voorkomen van witwassen en het voorkomen van terrorismefinanciering. De kaders die hiervoor [hof: gelden] zijn onder meer terug te vinden in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (...) en de Wet op het financieel toezicht (...).
Gezien de dienstverlening, zoals deze thans wordt aangeboden, heeft Travelex een poortwachtersfunctie ten aanzien van de financiële sector. (...)
Ten aanzien van alle klanten wordt een wettelijk verplicht cliëntonderzoek uitgevoerd. Op grond van de uitkomsten van dit cliëntonderzoek kunnen en -waar van toepassing- moeten transacties geweigerd worden.
De uitkomst van het cliëntonderzoek en de eventuele reden(en) waarom een klant geen transacties meer mag/kan uitvoeren bij Travelex mogen wij op basis van het hierboven gestelde wettelijk kader dan ook niet meedelen aan de betreffende klant. (...)
Mocht u het, met de hierboven weergegeven onderbouwing, niet eens zijn, dan kunt u zich wenden tot het Klachteninstituut Financieel Dienstverleners, het Kifid. (...)
Op 31 juli 2018 heeft [appellant] een klacht ingediend tegen Travelex bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (hierna: het Kifid) in verband met de geweigerde transactie. Daarbij heeft [appellant] verzocht te bepalen dat Travelex openheid van zaken dient te geven over de gegevens omtrent zijn persoon op grond waarvan zij weigert zaken met hem te doen en van wie die gegevens afkomstig zijn.
Het Kifid heeft op 4 april 2019 uitspraak gedaan, inhoudende dat het Kifid de klacht niet kan behandelen omdat de klacht ziet op het weigeren om een rechts-verhouding aan te gaan. [appellant] heeft geen beroep ingesteld.