Gerechtshof Amsterdam, 16-08-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:2643, 200.278.326/01
Gerechtshof Amsterdam, 16-08-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:2643, 200.278.326/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 augustus 2022
- Datum publicatie
- 10 september 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2022:2643
- Zaaknummer
- 200.278.326/01
Inhoudsindicatie
Doorlopend krediet. Variabele kredietvergoeding. Geen oneerlijke bedingen in de zin van Richtlijn 93/13.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.278.326/01
zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : 7702014 CV EXPL 19-8739
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 16 augustus 2022
inzake
[appellante] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. V.H. Affourtit te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde 1] en
[geïntimeerde 2] ,
beiden wonend te [woonplaats] ,
geïntimeerden in principaal hoger beroep,
appellanten in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. R.J. Leijssen te Enschede.
Partijen worden hierna [appellante] en [geïntimeerden] genoemd.
1 De zaak in het kort
[geïntimeerden] hebben in 2008 twee doorlopend kredietovereenkomsten afgesloten bij [appellante] , uit hoofde waarvan zij tegen betaling van een kredietvergoeding krediet verkregen tot de overeengekomen limieten. De kredietovereenkomsten zijn inmiddels beëindigd.
De vorderingen van [geïntimeerden] strekken tot herberekening en terugbetaling van volgens hen onverschuldigd betaalde kredietvergoeding. [geïntimeerden] staan in hoger beroep toetsing voor aan de EG-Richtlijn 93/13 (hierna: de Richtlijn), voor zover dit leidt tot het volledig buiten toepassing laten van de kredietvergoeding en terugbetaling van de volledig door hen betaalde kredietvergoeding.
2 Het geding in hoger beroep
[appellante] is bij dagvaarding van 2 april 2020 in hoger beroep gekomen van een tussenvonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter) van 20 maart 2020, onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen [geïntimeerden] als eisers en [appellante] als gedaagde.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven;
- akte wijziging van eis met productie.
Partijen hebben hun standpunten ter zitting van 17 december 2021 doen toelichten, [appellante] door mr. Affourtit voornoemd en [geïntimeerden] door mr. Leijssen voornoemd, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd.
Het hof heeft tijdens de zitting het bezwaar dat [appellante] bij H14-formulier van
8 december 2021 had gemaakt tegen de akte wijziging van eis van [geïntimeerden] gehonoreerd. Deze akte wordt daarom buiten beschouwing gelaten in de verdere beoordeling.
Tijdens de zitting is namens McCulluck c.s. verklaard dat de memorie van antwoord in principaal appel, tevens houdende memorie van grieven in incidenteel appel en wijziging/correctie van eis, met productie, waarvoor een akte niet dienen is verleend, wel tijdig en op de juiste wijze is ingediend. [appellante] heeft verklaard dat zij dit processtuk heeft ontvangen. Afgesproken is dat het hof dit zou uitzoeken en partijen hierover nader zal informeren. Na de zitting is gebleken dat de memorie van antwoord wel tijdig, maar onder een verkeerd zaaknummer is ingediend. Het hof heeft daarom bepaald dat dit processtuk tijdig is genomen. Dat betekent dat wordt voort geprocedeerd op de hierin opgenomen gewijzigde eis.
Het hof heeft tijdens de zitting te kennen gegeven voorshands van oordeel te zijn dat de Richtlijn van toepassing is in deze zaak en partijen in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten.
Partijen hebben vervolgens de volgende processtukken ingediend:
- memorie van antwoord incidenteel appel;
- akte uitlaten Richtlijn 93/13 van [appellante] , met producties;
- antwoordakte van [geïntimeerden]
Ten slotte is arrest gevraagd.
[appellante] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog de vorderingen van [geïntimeerden] zal afwijzen, met – uitvoerbaar bij voorraad – hoofdelijke veroordeling van [geïntimeerden] in de kosten van het geding in beide instanties met nakosten en rente.
[geïntimeerden] hebben in principaal en incidenteel appel geconcludeerd, naar het hof begrijpt, dat het hof hun eis zoals geformuleerd in hun memorie van antwoord in principaal appel tevens houdende memorie van grieven in incidenteel appel en wijziging/correctie van eis zal toewijzen, met veroordeling van [appellante] in de kosten in beide instanties.
[appellante] heeft in incidenteel appel (opnieuw) geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [geïntimeerden] in de kosten van het incidenteel appel met nakosten en rente.
[appellante] heeft in hoger beroep bewijs van haar stellingen aangeboden.
3 Feiten
De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 1. de feiten vastgesteld die hij tot uitgangspunt heeft genomen. Voor zover tegen deze feiten geen grief is gericht, dienen zij ook het hof als uitgangspunt. Rekening houdend met de tegen de feitenvaststelling gerichte grief 1 van [appellante] , voor zover relevant, en samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.
Op 29 augustus 2008 heeft [appellante] als kredietgever twee kredietovereenkomsten gesloten met [geïntimeerden] als kredietnemers, te weten:
- een kredietovereenkomst met contractnummer [nummer 1] (hierna: kredietovereenkomst I), waarbij een doorlopend krediet werd verstrekt met een limiet van € 40.000 en een maandbedrag van € 400;
- een kredietovereenkomst met contractnummer [nummer 2] (hierna: kredietovereenkomst II), waarbij een doorlopend krediet met hypotheekverklaring werd verstrekt met een limiet van € 25.000 en een maandbedrag van € 250.
Deze kredietovereenkomsten worden hierna tezamen aangeduid als ‘de kredietovereenkomsten’. Zij zijn tot stand gekomen door bemiddeling van [bedrijf] .
Art. 1 van de kredietovereenkomsten (hierna: art. 1 OVK) luidt – voor zover van belang – als volgt:
“Cliënt is over het uitstaande saldo van deze overeenkomst kredietvergoeding verschuldigd. De kredietvergoeding zal maandelijks ten laste van het krediet worden geboekt en wordt van dag tot dag berekend over het uitstaand saldo.”
In kredietovereenkomst I staat voorts in art. 1 OVK:
“Kredietvergoeding thans per maand 0,631%
(...)
Effectieve rente op jaarbasis 7,8%”
In kredietovereenkomst II is blijkens art. 1 OVK de kredietvergoeding per maand 0,537% en de effectieve rente op jaarbasis 6,6%.
De door [appellante] gehanteerde Algemene Voorwaarden Doorlopend Krediet (hierna: AV) zijn van toepassing op de kredietovereenkomsten. Art. 3 AV, met als opschrift ‘Kredietvergoeding’, bepaalt:
“a) De kredietvergoeding wordt uitgedrukt in de effectieve rente op jaarbasis en
omvat alle kosten van het krediet.
b) De kredietvergoeding wordt van dag tot dag berekend over het uitstaande saldo en kan door Kredietgever, met inachtneming van de krachtens de wet gestelde maxima, worden gewijzigd. Kredietgever zal Cliënt van iedere wijziging schriftelijk in kennis stellen.
c) Bij niet tijdige betaling van een of meer vervallen maandtermijnen wordt over het uitstaande saldo voorzover dit de kredietlimiet niet overschrijdt kredietvergoeding berekend conform het sub b gestelde.”
Op grond van art. 2 van de kredietovereenkomsten moet de kredietlimiet bij het bereiken van de leeftijd van 60 jaar van de als eerste Cliënt genoemde contractant, zijnde [geïntimeerde 2] , worden afgebouwd en bij het bereiken van de leeftijd van 68 jaar worden beëindigd. Art. 2 van de kredietovereenkomsten bepaalt voorts:
“De kredietnemer is te allen tijde bevoegd tot volledige of gedeeltelijke vervroegde aflossing.”
In art. 14 AV staat:
“Zowel Cliënt als kredietgever zijn te allen tijde bevoegd deze overeenkomst schriftelijk op te zeggen. In geval van opzegging zal Cliënt geen verdere opnamen kunnen verrichten; overigens blijft het gestelde in de overeenkomst van kracht totdat het verschuldigde geheel zal zijn afgelost.”
Bij het aangaan van de kredietovereenkomsten is aan [geïntimeerden] een ‘Prospectus en overige productinformatie Doorlopend Krediet’ (hierna: het prospectus Doorlopend Krediet) respectievelijk een ‘Prospectus en overige productinformatie WOZ-krediet’ (hierna: het prospectus WOZ-krediet) verstrekt. Een deel van de inhoud van deze prospectussen, die hierna tezamen worden aangeduid als ‘de prospectussen’ is gelijkluidend. De hierna geciteerde passages komen voor in beide prospectussen.
Zij vermelden (op p. 5):
“In de Prospectus (bladzijde 6 t/m 11) vindt u een beschrijving van het Doorlopend Krediet en de voorwaarden hierbij, zodat u precies weet waar u aan toe bent.”
Op p. 6 en 7 van de prospectussen staat onder meer:
“Extra aflossen
Bij een Doorlopend Krediet wordt de rente dagelijks berekend over het uitstaande saldo en maandelijks verrekend op het maandoverzicht. Bij extra aflossingen of algehele aflossing daalt het uitstaande saldo, zodat u in totaal minder rente betaalt. (...)
Tarieven doorlopend krediet
Het tarief dat u betaalt is afhankelijk van uw persoonlijke omstandigheden, zoals bijvoorbeeld uw inkomsten en vaste lasten, de hoogte van uw kredietlimiet en van de rentestand op dat moment. Zodra die rentestand verandert, verandert uw rente mee. Daardoor kan het zijn dat het iets langer of iets korter duurt voordat uw krediet is afgelost. De rente wordt berekend over het opgenomen bedrag volgens de algemeen geldende dagelijkse methode. Informatie over de tarieven kunt u via uw adviseur verkrijgen.
(...)
Effectieve rente op jaarbasis
De effectieve rente op jaarbasis is de prijsaanduiding voor het krediet. Hierin komen alle kosten van het krediet tot uitdrukking.
Theoretische looptijd en totale prijs van het krediet
Bij het berekenen van de theoretische looptijd en voor de berekening van de totale prijs van het krediet wordt er van uitgegaan dat:
a. de kredietlimiet geheel wordt opgenomen;
b. geen verdere opnamen meer worden verricht;
c. de kredietlimiet ongewijzigd blijft;
d. de maandlasten noch vervroegd noch vertraagd worden voldaan;
e. de rente ongewijzigd blijft.
U kunt als volgt berekenen hoeveel de totale prijs van het krediet bedraagt bij afwikkeling overeenkomstig de betalingsregeling.”
De prospectussen bevatten voorts rekenvoorbeelden (hierna: de rekenvoorbeelden), die niet gelijkluidend zijn.
Het rekenvoorbeeld in het prospectus Doorlopend Krediet luidt als volgt:
“In voorbeeld 1 bedraagt de kredietlimiet € 5.000,-, de maandlast € 100,- en de theoretische looptijd 64 maanden. De totale prijs van het krediet bedraagt in dit voorbeeld 64 x € 100,- = € 6.400,-.
De hierin begrepen kredietvergoeding bedraagt dan € 6.400,- - € 5.000,- = € 1.400,-.”
Het rekenvoorbeeld in het prospectus WOZ-krediet luidt als volgt:
“In voorbeeld 1 bedraagt de kredietlimiet € 25.000,-, de maandlast € 500,- en de theoretische looptijd 57 maanden. De totale prijs van het krediet bedraagt in dit voorbeeld 57 x € 500,- = € 28.500,-.
De hierin begrepen kredietvergoeding bedraagt dan € 28.500,- - € 25.000,- =
€ 3.500,-.”
In het bij Kredietovereenkomst II behorende Europees Gestandaardiseerd Informatieblad (hierna: EGI) staat onder 3 (‘Nominale rente’):
“Het krediet wordt verstrekt op basis van een aan de klant in rekening te brengen variabele rente. De rente wordt berekend over het opgenomen bedrag volgens de algemeen geldende dagelijkse methode. De verschuldigde rente wordt maandelijks ten laste van het krediet geboekt.
De rente kan worden aangepast indien ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt daartoe aanleiding geven. Informatie over de actuele tarieven kunt u via uw intermediair verkrijgen.”
Bij 4 (‘Jaarlijkse kostenpercentage’) vermeldt het EGI:
“De prijs van uw krediet wordt uitgedrukt in de effectieve rente op jaarbasis. De effectieve rente op jaarbasis is de prijsaanduiding voor het krediet. Hierin komen alle kosten van het krediet tot uitdrukking.”
In de loop der jaren heeft [appellante] de kredietvergoeding herhaaldelijk gewijzigd. Deze wijzigingen betroffen zowel stijgingen als dalingen van het percentage van de kredietvergoeding.
Op 22 september 2017 hebben [geïntimeerden] de onder de kredietovereenkomsten verstrekte kredieten afgelost door middel van een persoonlijke lening met Interbank N.V. (hierna: Interbank), de moeder van [appellante] . De kredietovereenkomsten zijn toen beëindigd.