Home

Gerechtshof Amsterdam, 01-02-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:268, 200.290.940/01

Gerechtshof Amsterdam, 01-02-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:268, 200.290.940/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
1 februari 2022
Datum publicatie
7 februari 2022
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2022:268
Zaaknummer
200.290.940/01

Inhoudsindicatie

Geen wijziging van de zorgregeling en vaststelling kinderalimentatie.

Uitspraak

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

zaaknummer: 200.290.940/01

zaaknummer rechtbank: C/15/300224/FA RK 20-1098

beschikking van de meervoudige kamer van 1 februari 2022 in de zaak van

[de vrouw] ,

wonende te [plaats A] , gemeente [1] ,

verzoekster in principaal hoger beroep,

verweerster in incidenteel hoger beroep,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. T.G. Gijtenbeek te Amsterdam,

en

[de man] ,

wonende te [plaats B] , gemeente [2] ,

verweerder in principaal hoger beroep,

verzoeker in incidenteel hoger beroep,

verder te noemen: de man,

advocaat: mr. B. Anik te Arnhem.

Als belanghebbende is aangemerkt:

- de minderjarige [zoon] (hierna te noemen: [de minderjarige] ).

In zijn adviserende taak is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

gevestigd te Den Haag, locatie Amsterdam,

hierna te noemen: de raad.

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 25 november 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

De vrouw is op 25 februari 2021 in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking.

2.2

De man heeft op 19 april 2021 een verweerschrift tevens houdende incidenteel hoger beroep ingediend.

2.3

De vrouw heeft op 17 mei 2021 een verweerschrift op het incidenteel hoger beroep ingediend.

2.4

Bij het hof is voorts ingekomen:

- een journaalbericht van de zijde van de vrouw van 6 december 2021, met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum.

2.5

De mondelinge behandeling heeft op 16 december 2021 plaatsgevonden. Verschenen zijn:

- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat,

- de man, bijgestaan door zijn advocaat,

- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw I. Stuifbergen.

De advocaat van de man heeft ter zitting pleitnotities overgelegd.

3 De feiten

3.1

Partijen zijn [in] 2014 te Lingewaard een geregistreerd partnerschap aangegaan, welk partnerschap is ontbonden door inschrijving van de beschikking van de rechtbank Overijssel van 2 oktober 2015 in de registers van de burgerlijke stand op 14 oktober 2015.

3.2

Partijen zijn de ouders van:

- [de minderjarige] , geboren [in] 2014 te [geboorteplaats] .

Partijen hebben gezamenlijk gezag over [de minderjarige] . [de minderjarige] woont bij de vrouw.

3.3.

De vrouw woont thans samen met [partner] (hierna: [partner van de vrouw] ). Zij heeft met hem een zoon, [kind A] , geboren [in] 2018.

De man is gehuwd met [echtgenote] . Samen hebben zij een dochter, [kind B] , geboren [in] 2020. Tevens heeft [echtgenote] (hierna: [echtgenote van de man] ) samen met haar ex-partner de heer [X] (hierna: [X] ) nog een dochter, [kind C] , geboren [in] 2012, die ook in het gezin van de man woont.

3.4

Bij voornoemde beschikking van 2 oktober 2015 is het ouderschapsplan aangehecht. Hierin is onder meer een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgelegd. Daarnaast zijn partijen overeengekomen dat zij over en weer geen kinderalimentatie verzoeken, gezien het geringe inkomensverschil tussen hen.

3.5

Bij beschikking van 4 september 2017 van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem is het verzoek van de vrouw om vervangende toestemming voor verhuizing met [de minderjarige] naar [plaats C] en wijziging van de zorgregeling afgewezen. Deze beschikking is door het hof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem in hoger beroep op 29 mei 2018 bekrachtigd.

Bij vonnis in kort geding van 3 september 2018 van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem zijn gelijkluidende vorderingen van de vrouw met betrekking tot verhuizing en wijziging van de zorgregeling afgewezen.

3.6

Bij beschikking van 6 december 2018 heeft de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem – voor zover hier van belang - het verzoek van de vrouw om haar vervangende toestemming te verlenen om met [de minderjarige] te verhuizen naar [plaats C] toegewezen en de zorgregeling gewijzigd in die zin dat [de minderjarige] eenmaal per twee weken een weekend van vrijdagmiddag na school tot zondagmiddag 16.00 uur bij de man verblijft, waarbij de vrouw brengt en haalt. Tevens is bepaald dat de vakanties en feestdagen bij helfte worden verdeeld, in onderling overleg, zoals overeengekomen in het ouderschapsplan.

4 De omvang van het geschil

5 De motivering van de beslissing

6 De beslissing