Home

Gerechtshof Amsterdam, 20-09-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:2700, 200.283.622/01

Gerechtshof Amsterdam, 20-09-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:2700, 200.283.622/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20 september 2022
Datum publicatie
27 september 2022
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2022:2700
Zaaknummer
200.283.622/01

Inhoudsindicatie

Renteswaps (forward starting swaps om het renterisico af te dekken van (toekomstige) financiering van nieuwbouw). Vorderingen gegrond op dwaling door schending mededelingsplicht over alternatieven (een swaption en een cap), subsidiair zorgplichtschending door onvoldoende over deze alternatieven te informeren of in verband daarmee te waarschuwen om te voorkomen dat een niet-passend product is afgenomen. De bank beroept zich op verjaring van de op dwaling gegronde vordering en voert aan dat zij heeft voldaan aan haar mededelingsplicht, subsidiair aan haar zorgplicht.

Uitspraak

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.283.622/01

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/662206 / HA ZA 19-216

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 20 september 2022

inzake

1 FORTE CAPITAL REAL ESTATE B.V.,

gevestigd te Waalwijk,

2. JOEJOE HOLDING B.V.,

gevestigd te Waalwijk,

appellanten,

advocaat: mr. M.N. van Dam te Amsterdam,

tegen

COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

advocaat: mr. T.R.B. de Greve te Amsterdam.

Partijen worden hierna Forte en JoeJoe en Rabobank genoemd. Forte en JoeJoe worden gezamenlijk aangeduid als Forte c.s.

1 De zaak in het kort

Forte c.s. hebben forward starting swaps afgesloten om het renterisico af te dekken van (toekomstige) financiering van nieuwbouw. Zij beroepen zich primair op dwaling en stellen daartoe dat Rabobank niet heeft voldaan aan haar mededelingsplicht over de alternatieven (een swaption en een cap). Subsidiair stellen Forte c.s. dat Rabobank niet aan de op haar rustende zorgplicht heeft voldaan, door hen onvoldoende over deze alternatieven te informeren of hen in verband daarmee te waarschuwen om te voorkomen dat zij een niet-passend product afnamen. Rabobank beroept zich op verjaring van de op dwaling gegronde vordering en voert aan dat zij heeft voldaan aan haar mededelingsplicht, subsidiair aan haar zorgplicht.

2 Het geding in hoger beroep

Forte c.s. zijn bij dagvaarding van 27 juli 2020 in hoger beroep gekomen van een vonnis dat de rechtbank Amsterdam op 6 mei 2020 onder bovenvermeld zaak- en rolnummer heeft uitgesproken tussen Forte c.s. als eiseressen en Rabobank als gedaagde.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met een productie;

- memorie van antwoord, met producties.

Partijen hebben de zaak toegelicht ter zitting van 8 april 2022 door mr. M.N. van Dam en mr. J.M. van Emst (Forte c.s.) en mr. H.R.P. Boon (Rabobank), ieder aan de hand van pleitnotities waarvan exemplaren zijn overgelegd. Voorafgaand aan de zitting hebben Forte c.s. een productie (40) toegezonden.

Ten slotte is arrest gevraagd.

Forte c.s. hebben geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog, uitvoerbaar bij voorraad, hun vorderingen zal toewijzen, met beslissing over de proceskosten, met nakosten en rente. Rabobank heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met – uitvoerbaar bij voorraad – beslissing over de proceskosten, met nakosten en rente.

Forte c.s. hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

3 Feiten

4 Beoordeling

5 Beslissing