Gerechtshof Amsterdam, 20-09-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:2725, 200.296.844/01 en 200.296.844/02
Gerechtshof Amsterdam, 20-09-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:2725, 200.296.844/01 en 200.296.844/02
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 20 september 2022
- Datum publicatie
- 21 september 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2022:2725
- Zaaknummer
- 200.296.844/01 en 200.296.844/02
Inhoudsindicatie
Kinderalimentatie. Schatting inkomen op grond van artikel 21 Rv. Hoge kinderopvangkosten meegenomen in de behoefte. Proceskostenveroordeling.
Uitspraak
Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie -en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.296.844/01 en 200.296.844/02
zaaknummer rechtbank: C/13/687238 / FA RK 20-4519
beschikking van de meervoudige kamer van 20 september 2022 inzake
[de vrouw] ,
wonende te [plaats A] ,
verzoekster in principaal hoger beroep,
verweerster in incidenteel hoger beroep,
verweerster in het incident,
verder te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. I. Vledder te Amsterdam,
en
[de man] ,
wonende te [plaats B] ,
verweerder in principaal hoger beroep,
verzoeker in incidenteel hoger beroep,
verzoeker in het incident,
verder te noemen: de man,
advocaat: mr. E. El Assrouti te Amsterdam.
1 Het verloop van het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar beschikking van de rechtbank Amsterdam van 7 april 2021, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 Het geding in hoger beroep
De vrouw is op 6 juli 2021 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 7 april 2021.
De man heeft op 23 augustus 2021 een verweerschrift tevens houdende incidenteel hoger beroep ingediend. Het verweerschrift bevat tevens een verzoek tot schorsing van de werking van de bestreden beschikking.
De vrouw heeft op 11 oktober 2021 een verweerschrift in het verzoek tot schorsing ingediend.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:
- een bericht van de zijde van de vrouw van 25 augustus 2021 met bijlagen, ingekomen op 26 augustus 2021;
- een bericht van de zijde van de man van 1 april 2022 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum;
- een bericht van de zijde van de man van 3 april 2022 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum;
- een brief van de zijde van de vrouw van 1 april 2022 met bijlagen, ingekomen op 4 april 2022.
De mondelinge behandeling heeft op 13 april 2022 plaatsgevonden. Verschenen zijn de vrouw, bijgestaan door haar advocaat alsmede de advocaat van de man.
3 De feiten
Partijen hebben tot oktober 2018 een relatie met elkaar gehad. Zij hebben niet met elkaar samengewoond.
Uit deze relatie is geboren:
- [minderjarige ] (hierna: [minderjarige ] ), geboren [in] 2019.
De man heeft [minderjarige ] niet erkend. [minderjarige ] woont bij de vrouw. De man heeft geen contact met [minderjarige ] .