Gerechtshof Amsterdam, 30-11-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3392, 200.300.298/01 OK
Gerechtshof Amsterdam, 30-11-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3392, 200.300.298/01 OK
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 30 november 2022
- Datum publicatie
- 30 november 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2022:3392
- Zaaknummer
- 200.300.298/01 OK
Inhoudsindicatie
OK; Enquête; Afwijzing verzoek tot vaststelling van wanbeleid bij SNS Reaal N.V. en SNS Bank N.V.
Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.300.298/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 30 november 2022
inzake
1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS,
gevestigd te Den Haag,
2. [A],
wonende te [....] ,
3. [B],
wonende te [....] ,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[C] ,
gevestigd te [....] ,
5. [D],
wonende te [....] ,
6. [E],
wonende te [....] ,
7. [F],
wonende te [....] ,
8. [G],
wonende te [....] ,
VERZOEKERS,
advocaten: mr. G.T.J. Hoff en mr. J.M.K.P. Cornegoor, beiden kantoorhoudende te Haarlem,
t e g e n
1. de naamloze vennootschap
SRH N.V. (voorheen genaamd SNS REAAL N.V.),
gevestigd te Utrecht,
2. de naamloze vennootschap
DE VOLKSBANK N.V. (voorheen genaamd SNS BANK N.V.),
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTERS,
advocaten: mr. P.N. Ploeger, mr. J.L. van der Schrieck en mr. D.C. Roessingh, allen kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1 DE STAAT DER NEDERLANDEN,
zetelend te Den Haag,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: mr. R.G.J. de Haan en mr. D.H. Tilanus, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
2. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR BEHEER FINANCIËLE INSTELLINGEN,
gevestigd te Den Haag,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. A.R.J. Croiset van Uchelen, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
3. de stichting
RESTITUTIE ONTEIGENDE OBLIGATIEHOUDERS SNS STICHTING,
gevestigd te Amsterdam,
4. [H],
wonende te [....] ,
5. [I],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mr. K. Rutten en mr. T.C.A. Dijkhuizen, beiden kantoorhoudende te Utrecht,
e n t e g e n
6 [J] ,
wonende te [....] ,
7. [K],
wonende te [....] ,
8. [L],
wonende te [....] ,
9. [M],
domicilie kiezende te [....] ,
10. [N],
wonende te [....] ,
11. [O],
wonende te [....] ,
12. [P] ,
wonende te [....] ,
13. [Q],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mr. P.D. Olden, mr. S.G.H. Nieuwendijk en mr. E. van Rooijen, allen kantoorhoudende te Amsterdam.
Partijen worden hierna als volgt aangeduid:
- -
-
verzoekers als VEB c.s.;
- -
-
verweersters sub 1 en 2 gezamenlijk als SNS Reaal c.s.;
- -
-
belanghebbende sub 1 als de Staat;
- -
-
belanghebbende sub 2 als NLFI;
- -
-
belanghebbenden sub 3 tot en met 5 gezamenlijk als ROOS c.s.;
- -
-
belanghebbenden sub 6 tot en met 13 gezamenlijk als de Post-Acquisitie-Commissarissen of de PA-Commissarissen.
In deze beschikking worden daarnaast de volgende aanduidingen en afkortingen gebruikt:
Commissie ENS de Evaluatiecommissie Nationalisatie SNS Reaal, bestaande uit dr. [LL] en mr. [MM] , die in opdracht van de minister van Financiën onderzoek heeft gedaan naar – kort gezegd – de Onteigening en daarover op 23 januari 2014 heeft gerapporteerd;
DNB De Nederlandsche Bank N.V.;
EY Ernst & Young;
[R] , Van [R] , voorzitter van de raad van bestuur van SNS Reaal voorzitter van de raad van commissarissen van Property Finance tot 15 april 2009;
KGI koersgevoelige informatie;
[S] , CFO van SNS Bank van 1 oktober 2005 tot 1 januari 2012;
[T] , CFO van SNS Reaal vanaf 15 april 2009 en lid van de raad van bestuur van SNS Bank en lid van de raad van commissarissen van Property Finance vanaf 2 juni 2009 tot 1 februari 2013;
[U] , voorzitter van de raad van bestuur van SNS Reaal en voorzitter van de raad van commissarissen van Property Finance vanaf 15 april 2009 tot 1 februari 2013;
LTC Loan to Cost;
LTV Loan to Value;
[V] , Van [V] , Directeur Corporate Strategy van oktober 2008 tot 2011, CFRO SNS Retail Bank van 2012 tot en met 2014;
[W] , Adjunct-directeur Juridische Zaken en Hoofd ondernemingsrecht SNS Reaal van april 2006 tot januari 2008;
[X] , lid van de raad van bestuur van SNS Bank en directievoorzitter van Property Finance tot 1 oktober 2009;
Onderzoekers de door de Ondernemingskamer bij beschikkingen van 26 juli 2018 en 2 augustus 2018 benoemde onderzoekers dr. F.J.G.M. Cremers, mr. F.D. Stibbe en mr. E.M. Jansen Schoonhoven MBA;
Onteigening de onteigening van de vermogensbestanddelen van SNS Reaal c.s. en door SNS Reaal c.s. uitgegeven effecten bij besluit van de minister van Financiën van 1 februari 2013;
OOE One Obligor Exposure;
PPC participatiecertificaat;
Property Finance SNS Property Finance B.V., in citaten ook aangeduid als SPF of SNSPF, na de Onteigening genaamd Propertize B.V.;
Reaal Reaal N.V.;
[Y] , Van [Y] , Algemeen directeur Business Unit International SNS Property Finance van 2005 tot en met 2007, lid raad van bestuur Property Finance van 1 april 2007 tot 1 juni 2009;
SREP-besluit besluit van 27 januari 2013 van DNB in het kader van het Supervisory Review and Evaluation Process 2012 tot het geven van een aanwijzing aan SNS Bank op de voet van artikel 3:111a lid 2 Wft, inhoudende dat SNS Bank uiterlijk op 31 januari 2013 haar kernkapitaal met minimaal € 1,84 miljard moet hebben aangevuld, althans een ‘finale oplossing’ zou moeten presenteren met een voldoende kans van slagen.
1 Het verloop van het geding
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 8 juli 2015, 26 juli 2018, 2 augustus 2018, 21 september 2018, 7 november 2018, 22 juni 2020, 5 maart 2021, 27 juli 2021 en 25 oktober 2021, naar de beschikkingen van de raadsheer-commissaris in deze zaak van 26 februari 2019 en 4 juni 2019, naar de beschikkingen in deze zaak van de Hoge Raad van 4 november 2016 en 3 april 2020 en naar de beschikking in deze zaak van de voorzitter van de Ondernemingskamer van 1 februari 2021.
Voor het verloop van het geding tot de hierna te noemen beschikking van de Ondernemingskamer van 8 juli 2015 verwijst de Ondernemingskamer naar die beschikking. Samengevat en voor zover hier van belang houdt dat procesverloop het volgende in:
- -
-
VEB c.s. hebben bij verzoekschrift van 6 november 2014 de Ondernemingskamer verzocht een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van SNS Reaal, SNS Bank en Propertize vanaf 1 januari 2006 "tot en met het moment waarop het onderzoek is afgerond" en met betrekking tot de in het verzoekschrift aangeduide onderwerpen, met hoofdelijke veroordeling van SNS Reaal, SNS Bank en Propertize in de kosten van het geding.
- -
-
De Ondernemingskamer heeft aanleiding gezien een mondelinge behandeling te bepalen uitsluitend met betrekking tot de bevoegdheid en ontvankelijkheid van VEB c.s.
- -
-
SNS Reaal c.s., Propertize en de Staat hebben elk bij afzonderlijk verweerschrift geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van VEB c.s. in hun verzoek.
In haar beschikking van 8 juli 2015 heeft de Ondernemingskamer:
-
bepaald dat ROOS in het vervolg van de procedure kan toelichten op welke gronden zij als belanghebbende moet worden aangemerkt (rov. 3.11);
-
beslist dat de onteigening van de aandelen in SNS Reaal op 1 februari 2013 door de minister van Financiën op grond van de Interventiewet, geen beletsel is om VEB c.s. en Stichting Beheer bevoegd te achten tot het doen van een enquêteverzoek (rov. 3.26);
-
VEB c.s. niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek voor zover het betrekking heeft op Propertize (rov. 3.31 en dictum);
-
e beslissing met betrekking tot de ontvankelijkheid van VEB c.s. in hun verzoek voor zover het betrekking heeft op SNS Bank aangehouden (rov. 3.32);
-
de beslissing op het verweer van SNS Reaal c.s. dat VEB c.s. en Stichting Beheer onvoldoende belang hebben bij een enquête aangehouden (rov. 3.37).
Bij de beschikkingen van 4 november 2016 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de Staat en NLFI en het cassatieberoep van SNS Reaal c.s. tegen de beschikking van 8 juli 2015 verworpen (ECLI:NL:HR:2016:2456 en ECLI:NL:HR:2016:2518).
Bij de beschikkingen van 26 juli 2018 en 2 augustus 2018 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van SNS Reaal c.s. over de periode vanaf 1 juli 2006 tot 1 februari 2013, onderzoekers benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten aangehouden en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van SNS Reaal c.s.
Bij de beschikking van 7 november 2018 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 2.300.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
Bij de beschikking van 22 juni 2020 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 3.000.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
Bij de beschikking van 5 maart 2021 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 3.800.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
Op 26 juli 2021 hebben onderzoekers het verslag, gedateerd op 23 juli 2021, met bijlagen 1 tot en met 10 van het in 1.5 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen.
Het onderzoeksverslag met bijlagen is op 27 juli 2021 ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd. Bij de beschikking van 27 juli 2021 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het onderzoeksverslag tezamen met de bijlagen 4 tot en met 10, aldaar ter inzage liggen voor een ieder en dat de overige bijlagen aldaar ter inzage liggen voor belanghebbenden.
Bij de beschikking van 25 oktober 2021 heeft de Ondernemingskamer de vergoeding van onderzoekers bepaald op € 3.647.822,09, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
VEB c.s. hebben bij verzoekschrift van 27 september 2021 de Ondernemingskamer verzocht, samengevat,
-
vast te stellen dat sprake is van wanbeleid bij SNS Reaal c.s. in de periode van 1 juli 2006 tot 1 februari 2013 met betrekking tot bepaalde onderwerpen (zie 5.1);
-
het onderzoek te heropenen met betrekking tot bepaalde onderwerpen;
-
de besluiten van de vergadering van aandeelhouders van SNS Reaal van 9 mei 2007, 16 april 2008, 16 april 2009, 14 april 2010, 20 april 2011 en 25 april 2012 tot het verlenen van decharge aan de leden van het bestuur en de raad van commissarissen te vernietigen, voor zover die decharge het beleid en het toezicht betreft met betrekking tot de onder 5.1 genoemde onderwerpen;
-
SNS Reaal c.s. te veroordelen in de kosten van de procedure.
SNS Reaal c.s. hebben bij verweerschrift van 13 januari 2022 de Ondernemingskamer verzocht het verzoek van VEB c.s. af te wijzen en VEB c.s. te veroordelen in de kosten van de procedure.
De Staat heeft bij verweerschrift van 13 januari 2022 de Ondernemingskamer verzocht het verzoek van VEB c.s. af te wijzen, kosten rechtens.
NLFI heeft zich bij verweerschrift van 13 januari 2022 gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer voor wat betreft de in 1.12 onder 1 en 3 genoemde verzoeken en heeft de Ondernemingskamer verzocht het in 1.12 onder 2 verzochte af te wijzen, kosten rechtens.
ROOS c.s. hebben bij verweerschrift van 13 januari 2022 de Ondernemingskamer verzocht het verzoek van VEB c.s. toe te wijzen en SNS Reaal c.s. te veroordelen in de kosten van de procedure.
De PA-commissarissen hebben bij verweerschrift van 13 januari 2022 de Ondernemingskamer verzocht het verzoek VEB c.s. af te wijzen en VEB c.s. te veroordelen in de kosten van de procedure.
Het verzoek is behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 17 februari 2022. De advocaten hebben toen de standpunten van de verschillende partijen toegelicht, wat mrs. Hoff en Cornegoor, mrs. Ploeger, Van der Schrieck en Roessingh en mrs. Olden en Nieuwendijk betreft aan de hand van overgelegde aantekeningen. Daarbij zijn de volgende op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen gezonden nadere producties overgelegd:
- -
-
producties 29 en 30 door VEB c.s.;
- -
-
productie 123 door SNS Reaal c.s.
Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt. Ter zitting heeft de Ondernemingskamer bepaald dat onderzoekers enkele rapporten waaraan in het onderzoeksverslag is gerefereerd, maar die niet aan het verslag zijn aangehecht, aan de Ondernemingskamer en partijen dienen te verstrekken.
Op 23 februari 2022 hebben onderzoekers aan de Ondernemingskamer en partijen kopie verstrekt van zes rapporten van EY en één van Credit Suisse.
Bij akte van 9 maart 2022 hebben VEB c.s. zich uitgelaten over de onder 1.19 genoemde rapporten en daarbij producties 31 tot en met 34 overgelegd.
Bij akte van 23 maart 2022 hebben SNS Reaal c.s. zich uitgelaten over de onder 1.20 genoemde akte van VEB c.s.