Home

Gerechtshof Amsterdam, 13-12-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3534, 200.298.837/01

Gerechtshof Amsterdam, 13-12-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3534, 200.298.837/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13 december 2022
Datum publicatie
22 december 2022
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2022:3534
Formele relaties
Zaaknummer
200.298.837/01

Inhoudsindicatie

Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 23 Wet Bpf 2000. Geen kennelijk onbehoorlijk bestuur.

Uitspraak

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.298.837/01

zaak - en rolnummer rechtbank : 7840165/CV EXPL 19-8348

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 13 december 2022

inzake

STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR DE RIJN- EN BINNENVAART,

gevestigd te Heerlen,

appellante,

advocaat: mr. A.C. van der Bent te Rotterdam,

tegen

1 [geïntimeerde sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CONTANGO HOLDING B.V.,

gevestigd te Aerdenhout,

geïntimeerden,

advocaat: mr. R.C.M. Andriessen te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna BPRB en [geïntimeerde sub 1] c.s. genoemd.

BPRB is bij dagvaarding van 13 juli 2021 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland (hierna: de kantonrechter) van 14 april 2021, onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen [geïntimeerde sub 1] c.s. als eisers in verzet en BPRB als gedaagde in verzet.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met productie;

- memorie van antwoord.

De zaak is behandeld op de zitting van het hof van 28 september 2022. De advocaten hebben toen de standpunten van partijen toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen waarvan exemplaren zijn overgelegd. Partijen en hun advocaten hebben vragen beantwoord en inlichtingen verstrekt.

Ten slotte is arrest gevraagd.

BPRB heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en – uitvoerbaar bij voorraad – de vorderingen van [geïntimeerde sub 1] c.s. alsnog zal afwijzen, met veroordeling van [geïntimeerde sub 1] c.s. in de kosten van het geding in beide instanties.

[geïntimeerde sub 1] c.s. hebben geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van BPRB in de kosten van het geding met nakosten.

Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

2 Feiten

De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 2. de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Het gaat om de volgende feiten, met toevoeging van het in 1.1. van het bestreden vonnis vermelde als aanvulling in 2.20.

2.1.

Het moederbedrijf Argos Bunkering B.V. (later gewijzigd in Frisol Bunkering B.V. en daarna in Delta Bunkering B.V.) en het dochterbedrijf Argos Logistics B.V. (hierna: Argos Logistics) maakten beiden deel uit van een groep, met als groepshoofd Argos Group Holding B.V. (later gewijzigd in VARO Energy Netherlands B.V.) De groep was onderdeel van de Reggeborgh Groep.

2.2.

Begin 2015 heeft de Reggeborgh Groep besloten om Argos Logistics te liquideren. Ter voorbereiding daarvan is op 31 augustus 2015 een financiële analyse gemaakt.

2.3.

Op 15 september 2015 hebben Contango en Mome Holding B.V. (hierna: Mome) met de gezamenlijke vennootschap Fris Holding B.V. (indirect) aandelen gekocht in, onder andere, Argos Logistics. Op dezelfde datum zijn Contango en Mome ook aangetreden als bestuurders van Argos Logistics. [geïntimeerde sub 1] is bestuurder van Contango en [X] (hierna: [X] ) is bestuurder van Mome.

2.4.

Argos Logistics was een exploitatie- en verhuurmaatschappij van schepen voor de binnenvaart. Argos Logistics had werknemers in dienst. Argos Logistics viel onder de verplicht gestelde pensioenregeling van het BPRB.

2.5.

Op 22 september 2015 heeft de aandeelhouder van Argos Logistics een besluit tot dividenduitkering van € 1.000.000,00 genomen. Dit bedrag is op 30 september 2015 verrekend met de rekening-courantschuld van Frisol Bunkering B.V. aan Argos Logistics.

2.6.

Eind 2015 waren de meeste activiteiten van Argos Logistics beëindigd. Alleen de arbeidsovereenkomsten van de personeelsleden moesten nog worden beëindigd. Dat is in 2016 gebeurd.

2.7.

Op 6 oktober 2016 heeft Argos Logistics een ‘verklaring geen personeel’ bij BPRB ingediend. Daarbij is meegedeeld dat de vennootschap vooralsnog leeg blijft bestaan en dat de bankrekeningen zijn gesloten.

2.8.Op 21 oktober 2016 heeft BPRB aan Argos Logistics geschreven: ‘(...) Eind 2015 heeft onze pensioenconsultant [Y] [hierna: [Y] , opm. hof] een looncontrole bij uw onderneming uitgevoerd. Deze controle ging over het jaar 2014. Bij deze controle zijn een aantal verschillen tussen de pensioengevende salarissen in onze pensioenadministratie en uw salarisadministratie geconstateerd. (...) Wij verzoeken u de gegevens over het jaar 2013, 2014 en 2015 opnieuw aan te leveren. (...)’

2.9.

Bij brief van 26 oktober 2016 heeft BPRB de ontvangst van de ‘verklaring geen personeel’ aan Argos Logistics bevestigd. Daarbij is onder meer meegedeeld dat Argos Logistics aangesloten blijft bij BPRB totdat de onderneming is uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel.

2.10.

Op 2 december 2016 zijn namens Argos Logistics de door BPRB bij brief van 21 oktober 2016 opgevraagde gegevens verstrekt.

2.11.

Op 19 december 2016 is het informele besluit genomen tot ontbinding van Argos Logistics per 20 december 2016. Er heeft een turboliquidatie plaatsgevonden.

2.12.

Op 23 december 2016 is Argos Logistics uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel, omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn met ingang van 22 december 2016.

2.13.

Bij brief van 24 december 2016 heeft pensioenuitvoerder Syntrus Achmea namens BPRB een herziene pensioenpremienota over 2015 (€ 6.909,72) naar (het voormalig adres van) Argos Logistics verstuurd.

2.14.

Bij brieven van 17 februari 2017 heeft de nieuwe pensioenuitvoerder, AZL, namens BPRB herziene pensioenpremienota’s over 2013 (€ 58.453,25), 2014 (€ 58.677,36) en 2015 (€ 29.869,20) naar (het voormalig adres van) Argos Logistics verstuurd.

2.15.

Bij brief van 19 mei 2017 heeft AZL namens BPRB een betalingsherinnering verstuurd naar (het voormalig adres van) Argos Logistics voor vier pensioenpremienota’s (totaal € 149.841,88).

2.16.

Bij e-mail van 14 juli 2017 heeft AZL aan [geïntimeerde sub 1] bevestigd dat de aansluiting van Argos Logistics bij BPRB is beëindigd.

2.17.

Op 1 november 2017 zijn Contango en Mome hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de betaling van de achterstallige pensioenpremienota’s over de jaren 2013 t/m 2015 (totaal € 149.841,88).

2.18.

Namens Contango en Mome is bij brief van 9 november 2017 onder meer de aansprakelijkheid betwist, uitgelegd waarom zij niet tot het melden van betalingsonmacht verplicht waren en is, voor zover noodzakelijk, een melding van betalingsonmacht gedaan namens het ontbonden Argos Logistics.

2.19.

Bij brieven van 20 februari 2019 zijn Contango en Mome hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de schade van BPRB (totaal € 197.096,35 inclusief wettelijke rente t/m 20 februari 2019 en buitengerechtelijke incassokosten). De brieven met gelijke inhoud zijn ook naar [geïntimeerde sub 1] en [X] in persoon verstuurd.

2.20

Op 1 mei 2019 heeft BPRB dwangbevelen uitgevaardigd voor in totaal € 178.988,08. Dit bedrag is de som van € 149.841,88 aan openstaande pensioenpremies over de jaren 2013 t/m 2016, € 6.566,53 aan wettelijke rente t/m 1 mei 2019, € 22.476,28 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 103,39 aan explootkosten. De dwangbevelen zijn aan [geïntimeerde sub 1] c.s. betekend op 3 mei 2019.

3 Beoordeling

4 Beslissing