Home

Gerechtshof Amsterdam, 15-03-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:766, 200.278.356/01

Gerechtshof Amsterdam, 15-03-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:766, 200.278.356/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
15 maart 2022
Datum publicatie
22 maart 2022
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2022:766
Zaaknummer
200.278.356/01

Inhoudsindicatie

Geen overeenkomst tot stand gekomen op grond waarvan de bestuurder zich in privé (als borg) garant heeft gesteld, althans zich heeft verplicht dat te doen, voor de nakoming van de verplichtingen van de vennootschap. Particuliere borgtocht.

Zie ECLI:NL:GHAMS:2020:1854.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaak- en rolnummer : 200.278.356/01

zaaknummer rechtbank Noord-Holland : C/15/291454 / HA ZA 19-472

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 15 maart 2022

inzake

[X] ,

wonend te [woonplaats] (gemeente [gemeente] ),

appellante,

advocaat: mr. E.N. van Essen te Alkmaar,

tegen

MESI B.V.,

gevestigd te Wormerveer,

geïntimeerde,

advocaat: mr. B.O. Eschweiler te Amsterdam.

Partijen worden hierna [X] en Mesi genoemd.

1 De zaak in het kort

[X] is indirect bestuurder en enig aandeelhouder van MGP. Mesi heeft aan MGP een geldlening verstrekt. Nadat MGP is gefailleerd, vordert Mesi van [X] betaling van de schuld van MGP aan Mesi. Mesi stelt dat [X] zich in privé garant heeft gesteld voor de nakoming van de verplichtingen van MGP uit de leningovereenkomst. De rechtbank heeft de vordering van Mesi toegewezen. In dit hoger beroep beoordeelt het hof de vordering opnieuw.

2 Het geding in hoger beroep

[X] is bij dagvaarding van 24 april 2020 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats locatie Alkmaar, van 29 januari 2020, onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen Mesi als eiseres en [X] als gedaagde.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met producties;

- memorie van antwoord, met producties.

Partijen hebben de zaak ter zitting van 4 februari 2022 doen bepleiten, [X] door mr. Van Essen, voornoemd, en Mesi door mr. Eschweiler, voornoemd, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd.

Ten slotte is arrest gevraagd.

[X] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog de vorderingen van Mesi zal afwijzen, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van Mesi in de kosten van het geding in beide instanties met nakosten en rente. [X] heeft daarnaast geconcludeerd dat het hof Mesi zal veroordelen tot opheffing van het in opdracht van Mesi gelegde conservatoire beslag, op straffe van verbeurte van dwangsommen. Dat deel van de conclusie heeft [X] bij de mondelinge behandeling ingetrokken. Het hof heeft akte verleend van die intrekking.

Mesi heeft geconcludeerd tot bekrachtiging, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [X] in de kosten van het geding in hoger beroep met nakosten.

Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

3 Feiten

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.9 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Met grieven 1 en 2 maakt [X] bezwaar tegen 2.1 en 2.2 van deze feitenweergave. Het hof zal bij de weergave van de feiten, dan wel bij de beoordeling rekening houden met deze grieven. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.

3.1

[X] was via holdingvennootschap ADY Holding B.V. (hierna: ADY) bestuurder en enig aandeelhouder van [X] Grafische Producties B.V. (hierna: MGP). In MGP zijn de activiteiten van de onderneming van de vader van [X] voortgezet, nadat diens onderneming in september 2012 in staat van faillissement was verklaard. Zowel [X] als haar ouders waren werkzaam bij MGP.

3.2

[A] (hierna: [A] ) en [B] (hierna: [B] ) deden via [Y] Publiciteit B.V. ( [Y] ) en Studio Rekla regelmatig zaken met de onderneming van de vader van [X] en vervolgens met MGP. [Y] heeft, evenals Studio Rekla, bij overeenkomst van 15 januari 2013 aan ADY een geldlening verstrekt voor de financiering van de overname van de activa uit de failliete boedel van de onderneming van de vader van [X] . Ook na de doorstart door MGP hebben [Y] en Studio Rekla gelden geleend aan ADY ten behoeve van de aankoop van bedrijfsmiddelen.

3.3

Begin januari 2018 zag [X] zich geconfronteerd met een dreigende executoriale verkoop in verband met een openstaande belastingschuld van circa € 48.000. Ter voldoening van deze schuld heeft [Y] per saldo – op het geleende bedrag werd binnen korte tijd een deel afgelost – € 30.000 als lening ter beschikking gesteld.

3.4

In 2018 hebben gesprekken plaatsgevonden over de herstructurering van de leningen van [Y] en Studio Rekla aan ADY. In verband hiermee hebben [Y] en Studio Rekla op 21 juni 2018 Mesi opgericht, met als bestuurders [A] en [B] .

3.5

In de loop van 2018 is [X] met zwangerschapsverlof gegaan. Op 30 september 2018 is een (mede) tot het eigendom van [X] behorend huis afgebrand. Op [geboortedatum] 2018 is [X] bevallen van een baby.

3.6

Bij vonnis van 8 november 2018 is MGP bij verstek veroordeeld tot ontruiming van de door haar gehuurde bedrijfsruimte.

3.7

In het kader van de herstructurering van de leningen van [Y] en Studio Rekla aan ADY heeft de fiscaal juridisch adviseur van Mesi (concept-) overeenkomsten opgesteld. Bij e-mailbericht van 22 november 2018 heeft de moeder van [X] aan [A] en [B] bericht: “Wij hebben vandaag met (...) onze accountant de balans van ADY recht gezet en de contracten doorgenomen. Er zijn nog wat correcties en vragen. Sturen de contracten met vragen en correcties even mee ter inzage.” Bij artikel 5.1 sub b van de als bijlage toegevoegde concepttekst van de overeenkomst van geldlening (zie hierna onder 3.10) is de opmerking geplaatst: “?? is dit echt nodig”.

3.8

Op 27 november 2018 is het verstekvonnis tot ontruiming aan MGP betekend.

3.9

Op 30 november 2018 zijn de volgende overeenkomsten gesloten:

­ een ‘Koopovereenkomst roerende zaken’ tussen Mesi en ADY, op grond waarvan ADY een aantal in de overeenkomst genoemde roerende zaken (bedrijfsmiddelen) verkoopt aan Mesi voor € 81.000 (hierna: de koopovereenkomst) en Mesi de koopprijs voldoet door verrekening met de schuld van ADY aan [Y] en Studio Rekla. De koopovereenkomst is ondertekend door [A] en [B] namens Mesi en door [X] namens ADY.

­ een ‘Operationale Lease overeenkomst roerende zaken’ tussen Mesi en MGP op grond waarvan MGP (onder andere) de door Mesi van ADY gekochte roerende zaken huurt van Mesi tegen een maandelijkse leaseprijs van € 1.691,62 exclusief btw, hierna: de leaseovereenkomst. De leaseovereenkomst is ondertekend door [A] en [B] namens Mesi en door [X] namens MGP.

­ Een ‘Overeenkomst van geldlening met vaste looptijd’ tussen Mesi en MGP op grond waarvan Mesi aan MGP een lening verstrekt van € 35.000, met een looptijd van drie jaar, een rentepercentage van 6% en een annuïteit van € 1.064,77 per maand (hierna: de leningovereenkomst). De leningovereenkomst is ondertekend door [A] en [B] namens Mesi en door [X] namens MGP.

3.10

De leningovereenkomst luidt, voor zover relevant:

“ (...) ONDERGETEKENDEN:

1 De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Mesi B.V.;

4 Beoordeling

5 Beslissing