Gerechtshof Amsterdam, 23-05-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1161, 200.297.086/01
Gerechtshof Amsterdam, 23-05-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1161, 200.297.086/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 23 mei 2023
- Datum publicatie
- 11 juli 2023
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2023:1161
- Zaaknummer
- 200.297.086/01
Inhoudsindicatie
De bank heeft tijdens faillissement een openstaande schuld van de failliet verminderd met de vergoeding volgens het UHK. Aanbod van de bank op grond van het UHK betrof ook de vermindering. Het stond de bank vrij dit aanbod te doen. Voor zover dit anders zou zijn geweest, was verrekening in faillissement toegelaten op grond van art. 53 Fw.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.297.086/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/669794 / HA ZA 19-799
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 23 mei 2023
inzake
mr. [appellant],
met kantoor te [vestigingsplaats] ,
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
V.O.F. [bedrijf] ,
appellant,
advocaat: mr. A.J. Tekstra, advocaat te Amsterdam,
tegen
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. A.J. Haasjes, advocaat te Amsterdam.
Partijen worden hierna de curator en de bank genoemd.
De failliete vennootschap wordt aangeduid als [bedrijf] .
1 De zaak in het kort
De bank heeft tijdens het faillissement van [bedrijf] berekend welke vergoeding aan [bedrijf] toekomt op grond van het Uniform Herstelkader Rentederivaten MKB (hierna: UHK). De bank heeft de openstaande schuld van [bedrijf] verminderd met deze vergoeding. De curator heeft dit niet aanvaard en stelt dat sprake is van verrekening, die in faillissement niet is toegestaan.
2 Het geding in hoger beroep
De curator is bij dagvaarding van 30 april 2021 in hoger beroep gekomen van een vonnis van 3 februari 2021 van de rechtbank Amsterdam, onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen tussen de curator als eiser en de bank als gedaagde.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, met producties A tot en met J
- memorie van antwoord, met productie 5
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 16 maart 2023. Partijen hebben daar de zaak door hun advocaten laten toelichten, ieder aan de hand van spreekaantekeningen, die zijn overgelegd.
Ten slotte is arrest gevraagd.
De curator heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog zijn vorderingen zal toewijzen, met veroordeling van de bank in de kosten van beide instanties.
De bank heeft geconcludeerd tot het bekrachtigen van het bestreden vonnis, met
- uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van de curator in de kosten van het hoger beroep, met nakosten en wettelijke rente.
3 Feiten
De rechtbank heeft in onderdeel 2 van het bestreden vonnis de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en worden dus ook door het hof als uitgangspunt genomen. Kort gezegd komen de feiten neer op het volgende.
De bank heeft vanaf 2005 aan [bedrijf] financieringen verstrekt en rentederivaten verkocht. De leningen en rentederivaten zijn beëindigd in 2014, omdat [bedrijf] niet voldeed aan haar betalingsverplichtingen. De schuld van [bedrijf] aan de bank bedroeg toen € 3.082.077,23, waarvan € 513.029,- betrekking had op de negatieve waarde van een voortijdig beëindigd rentederivaat.
[bedrijf] en haar beide vennoten zijn op 17 maart 2015 failliet verklaard.
Na het uitwinnen van zekerheden bedroeg de vordering van de bank nog ongeveer
€ 700.000,-. Het restant is afgeboekt.
Op 19 december 2016 is de definitieve versie van het UHK vastgesteld. Bij brief van 14 februari 2017 heeft de bank [bedrijf] geïnformeerd over het herbeoordelen van een of meer van de rentederivaten die [bedrijf] in het verleden van de bank heeft gekocht.
Bij brief van 11 januari 2019 heeft de bank de curator geïnformeerd over de compensatie voor [bedrijf] volgens het UHK.
Bij e-mail van 8 maart 2019 heeft de curator aan de bank onder meer meegedeeld dat de curator het voorstel van de bank accepteert, maar niet de verrekening. Bij e-mail van 13 maart 2019 heeft de bank daarop gereageerd. De bank heeft vervolgens de betaalrekening van [bedrijf] , waarop de schuld van [bedrijf] aan de bank was vermeld, gecrediteerd met het bedrag van de compensatie.