Home

Gerechtshof Amsterdam, 11-07-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1650, 200.289.637/01

Gerechtshof Amsterdam, 11-07-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1650, 200.289.637/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11 juli 2023
Datum publicatie
9 augustus 2023
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:1650
Zaaknummer
200.289.637/01

Inhoudsindicatie

Afwikkeling bankrelatie met aflossing openstaande leningen. De bank brengt met een beroep op haar algemene voorwaarden diverse kosten bij de klant in rekening. Omvang advocaatkosten redelijk?

Uitspraak

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.289.637/01

zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/667839 / HA ZA 19-638

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 11 juli 2023

inzake

1 BELEGGINGS- EN EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ [appellante 1] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [appellante 2] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

3. [appellante 3] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellanten,

advocaat: mr. J. Bouter te Amsterdam,

tegen

ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

advocaat: mr. S. Zwartenkot te Amsterdam.

Partijen worden hierna [appellanten] en ING genoemd. Appellanten worden ieder voor zich [appellante 1] , [appellante 2] en [appellante 3] genoemd.

1 De zaak in het kort

ING heeft de bank- en kredietrelatie met [appellanten] beëindigd. In dat kader moesten de zakelijke leningen die ING aan [appellanten] had verstrekt afgelost worden. ING heeft de kosten die zij heeft moet maken in verband met die aflossing bij [appellanten] in rekening gebracht. [appellanten] betwisten een deel van die kosten en vorderen terugbetaling daarvan. De rechtbank heeft de vorderingen van [appellanten] afgewezen.

2 Het geding in hoger beroep

[appellanten] zijn bij dagvaarding van 28 januari 2021 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 25 november 2020, onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen [appellanten] als eisers en ING als gedaagde.

De dagvaarding bevat de grieven, met producties. Partijen hebben daarna nog de volgende stukken ingediend:

- memorie van antwoord, met producties;

- akte uitlating producties.

Partijen hebben de zaak ter zitting van 24 maart 2023 mondeling toegelicht, [appellanten] door mr. Bouter voornoemd en ING door mr. Zwartenkot voornoemd, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd. [appellanten] hebben nog producties in het geding gebracht. Ten slotte is arrest gevraagd.

[appellanten] hebben geconcludeerd dat het hof – uitvoerbaar bij voorraad – het bestreden vonnis zal vernietigen en ING zal veroordelen tot betaling aan [appellanten] van een bedrag van € 63.790,07, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, met veroordeling van ING in de kosten van het geding in beide instanties. Subsidiair concluderen [appellanten] tot verwijzing naar de schadestaatprocedure ten aanzien van hun vordering tot betaling door ING van een bedrag van € 7.500,00.

ING heeft geconcludeerd dat het hof – uitvoerbaar bij voorraad – het bestreden vonnis bekrachtigt, met veroordeling van [appellanten] in de kosten van beide instanties.

ING heeft in hoger beroep bewijs van haar stellingen aangeboden.

3 Feiten

4 Beoordeling

5 Beslissing