Home

Gerechtshof Amsterdam, 14-11-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2684, 200.320.454/01

Gerechtshof Amsterdam, 14-11-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2684, 200.320.454/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14 november 2023
Datum publicatie
16 november 2023
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:2684
Formele relaties
Zaaknummer
200.320.454/01

Inhoudsindicatie

bewind en mentorschap ondanks volmacht in levenstestament.

Uitspraak

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

zaaknummer: 200.320.454/01

zaaknummers rechtbank: 10077702 EB VERZ 22-12150 en 10077801 EB VERZ 22-12151

beschikking van de meervoudige kamer van 14 november 2023 inzake

[de moeder] ,

wonende te [plaats A] ,

en

[de zoon] ,

wonende te [plaats A] ,

verzoekers in hoger beroep,

hierna respectievelijk te noemen: de moeder en de zoon,

advocaat: mr. I.P. van Rossen te Amsterdam.

Als belanghebbenden in deze zaak zijn aangemerkt:

- Stichting Amstelring Groep (hierna te noemen: Amstelring);

- [X] B.V. t.h.o.d.n. [X] bewindvoering, [XX] , gevestigd te [plaats A] (hierna: [X] );

- [belanghebbende 1] ;

- [belanghebbende 2] ;

- [belanghebbende 3] ;

- [belanghebbende 4] ;

- [belanghebbende 5] ;

- [belanghebbende 6] ;

- [belanghebbende 7] .

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter) van 16 september 2022, uitgesproken onder voormelde zaaknummers.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Verzoekers zijn op 16 december 2022 in hoger beroep gekomen van voormelde beschikkingen.

2.2

Amstelring heeft op 24 februari 2023 een verweerschrift ingediend.

2.3

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

- een bericht van de zijde van verzoekers van 6 januari 2023 met bijlagen;

- een e-mailbericht van de zijde van Amstelring van 1 maart 2023;

- een brief van de zijde van de zoon van 13 maart 2023;

- een e-mailbericht van 19 juli 2023 van de zijde van Amstelring;

- een bericht van 7 augustus 2023 van de zijde van verzoekers met bijlagen, welke bijlagen op 16 augustus 2023 opnieuw (beter leesbaar) zijn ingediend;

- een e-mailbericht van 16 augustus 2023 van de zijde van [X] ;

- een e-mailbericht van 17 augustus 2023 van de zijde van Amstelring.

2.4

De mondelinge behandeling heeft op 18 augustus 2023 plaatsgevonden. Verschenen zijn:

- de zoon, bijgestaan door zijn advocaat;

- [A] en [B] namens Amstelring, bijgestaan door mr. C.G.M. Klaassen en mr. M. Terlouw, advocaten te Amsterdam;

- [C] en [D] namens [X] .

[belanghebbende 3] , en [belanghebbende 6] zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in persoon verschenen. [belanghebbende 4] , [belanghebbende 5] en [belanghebbende 7] hebben ter zitting aan mr. Van Rossen bericht dat zij onderweg waren gegaan, maar door files rond [plaats B] niet in staat waren ter zitting te verschijnen.

Pas ter zitting in hoger beroep is bekend geworden dat de moeder nog twee kinderen heeft, te weten [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] , en dat zij als belanghebbenden moeten worden aangemerkt. Zij waren dus niet opgeroepen.

De advocaat van verzoekers heeft ter zitting pleitnotities overgelegd.

2.5

Van de behandeling is een proces-verbaal opgemaakt. [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] , [belanghebbende 4] , [belanghebbende 5] , [belanghebbende 6] en [belanghebbende 7] zijn in de gelegenheid gesteld op dit proces-verbaal te reageren.

2.6

De moeder is op 29 augustus 2023 door de voorzitter in revalidatie- & zorgcentrum [zorgcentrum] te [plaats A] in het bijzijn van de griffier gehoord. Van dit verhoor is een proces-verbaal opgemaakt. De zoon en [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] , [belanghebbende 4] , [belanghebbende 5] , [belanghebbende 6] en [belanghebbende 7] zijn in de gelegenheid gesteld op dit proces-verbaal te reageren.

2.7

Bij brief van 6 september 2023 heeft [X] – voor zover hier van belang – het hof gewezen op een kennelijke verschrijving in het proces-verbaal van de zitting van 18 augustus 2023. Bij brief van 3 oktober 2023 heeft het hof alle belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om te reageren op de door [X] gestelde kennelijke verschrijving.

2.8

Bij brief van 21 september 2023 heeft mr. Van Rossen (gelijkluidende) verklaringen van [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] , [belanghebbende 4] , [belanghebbende 5] en [belanghebbende 7] overgelegd, naar het hof begrijpt in reactie op de processen-verbaal van de zitting op 18 augustus 2023 en het verhoor van de moeder op 29 augustus 2023. Bij brief van 13 oktober 2023 heeft mr. Van Rossen namens de zoon en de overige kinderen van de moeder gereageerd op de brief van [X] van 6 september 2023.

2.9

Het hof onderschrijft de lezing van [X] over de kennelijke verschrijving in het proces-verbaal van de zitting van 6 september 2023 en volgt de lezing van mr. Van Rossen en de (overige) belanghebbenden niet. De hiervoor genoemde brieven van het hof van 3 oktober 2023 en van mr. Van Rossen van 13 oktober 2023 heeft het hof aan het proces-verbaal gehecht.

3 De feiten

3.1

De moeder is geboren [in] 1934. De zoon is haar jongste kind. De echtgenoot van de moeder (tevens de vader van de zoon) is in 2007 overleden.

Uit een eerder huwelijk van de moeder zijn [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] , [belanghebbende 4] , [belanghebbende 5] , [belanghebbende 6] en [belanghebbende 7] geboren.

3.2

Op 3 juli 2014 heeft een notaris ten behoeve van de moeder een levenstestament/volmacht opgesteld. In dit stuk heeft de moeder aan de zoon volmacht gegeven om in dit stuk nader genoemde rechtshandelingen te verrichten voor het geval zij ten gevolge van haar lichamelijke en/of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet ten volle in staat is haar vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen en haar wil te verklaren, waarvan dient te blijken uit een schriftelijke verklaring van een ter zake kundig arts.

3.3

In een medische verklaring van 8 maart 2021 is door een arts van Trompetter & Partners B.V. vastgesteld dat de moeder, haar geestelijke toestand in aanmerking genomen, niet meer in staat is haar wensen zelfstandig naar behoren te bepalen en de reikwijdte van haar beslissingen te overzien.

3.4

Na een brand in haar woning in [plaats B] op 5 december 2021 verbleef de moeder bij de zoon en diens zoon in [plaats A] .

De moeder verblijft sinds 1 juli 2022 op een gesloten afdeling van revalidatie- & zorgcentrum [zorgcentrum] van Amstelring in [plaats A] , aanvankelijk op grond van een inbewaringstelling.

Bij beschikking van 29 augustus 2022 van de rechtbank Amsterdam is een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf verleend ten aanzien van de moeder. Deze machtiging is nadien verlengd en geldt nog steeds.

3.5

Bij beschikking van 2 december 2022 zijn de goederen die de zoon (zullen) toebehoren door de kantonrechter onder bewind gesteld wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden.

De zoon is van deze beschikking in hoger beroep gegaan. Bij beschikking van 24 oktober 2023 heeft het hof op verzoek van de zoon dit bewind per datum van die beschikking opgeheven (zaak met zaaknummer 200.323.854/01).

4 De omvang van het geschil

5 De motivering van de beslissing

6 De beslissing