Gerechtshof Amsterdam, 28-11-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3525, 200.317.704/01 KG en 200.317.993/01
Gerechtshof Amsterdam, 28-11-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:3525, 200.317.704/01 KG en 200.317.993/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 28 november 2023
- Datum publicatie
- 27 december 2023
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2023:3525
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2025:725
- Zaaknummer
- 200.317.704/01 KG en 200.317.993/01
Inhoudsindicatie
vervolg van verwijzingsarrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 26 juli 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:7073) en van arrest van Hoge Raad van 2 juni 2023 inzake de in een incident in de bodemzaak afgewezen schorsingsvordering (ECLI:NL:HR:2023:840). Twee zaken: bodemzaak (vordering vernietiging van arbitraal tussenvonnis en arbitraal eindvonnis) en kort geding (hoger beroep van afwijzing schorsing tentuitvoerlegging van dat arbitrale eindvonnis). In bodemzaak wordt incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het arbitrale eindvonnis (opnieuw) afgewezen omdat dat vonnis al ten uitvoer is gelegd. Eisers zijn in hun vordering tot vernietiging van het arbitrale tussenvonnis wel ontvankelijk, maar die vordering wordt afgewezen, omdat ervan dient te worden uitgegaan dat (wel degelijk) op een door de moeder van partijen gedaan wrakingsverzoek (mondeling) is beslist. De vordering tot vernietiging van het arbitrale vonnis wordt toegewezen omdat de wijze van totstandkoming ervan in strijd is met de openbare orde: het vonnis is uitgesproken, terwijl het NAI en de overige arbiters ermee bekend waren dat de derde arbiter de voorzieningenrechter eerder die dag had verzocht hem van zijn opdracht te ontheffen en eisers het NAI en de overige arbiters op grond daarvan hadden verzocht het arbitrale vonnis daarom nog niet uit te spreken. Veroordeling tot terugbetaling aan eisers van hetgeen zij uit hoofde van het nu vernietigde arbitrale eindvonnis aan gedaagde hebben voldaan, alsmede van eventueel aan hem betaalde dwangsommen. Geen wettelijke handelsrente, maar gewone wettelijke rente. Kort geding: het door geïntimeerde gedane verzet tegen de eisvermeerdering door appellanten is gegrond vanwege de twee-conclusie-regel. Vonnis wordt bekrachtigd, omdat vordering tot schorsing van een al ten uitvoer gelegd vonnis niet mogelijk is. Compensatie van alle proceskosten.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummers : 200.317.704/01 KG en
: 200.317.993/01
zaak- en rolnummer rechtbank Noord-Nederland : C/19/136616/KG ZA 21-107
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 28 november 2023
in de zaak met zaaknummer 200.317.993/01 (bodemzaak) van:
1 [appellant 1] ,
wonend te [woonplaats 1] ,
2. [appellant 2],
wonend te [woonplaats 2] ,
3. [appellant 3],
wonend te [woonplaats 3] ,
4. [appellant 4],
wonend te [woonplaats 3] ,
eisers in de hoofdzaak en in het incident,
advocaat: mr. L.H. Haarsma te Paterswolde ,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonend te [woonplaats 1] ,
gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in het incident,
advocaat: mr. R.G.A. Luinstra te Groningen,
en in de zaak met zaaknummer 200.317.704/01 KG (kort geding) van:
1 [appellant 1] ,
wonend te [woonplaats 1] ,
2. [appellant 2],
wonend te [woonplaats 2] ,
3. [appellant 3],
wonend te [woonplaats 3] ,
4. [appellant 4],
wonend te [woonplaats 3] ,
appellanten,
advocaat: mr. L.H. Haarsma te [plaats] ,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonend te [woonplaats 1] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. R.G.A. Luinstra te Groningen.
Partijen worden hierna [appellant 1] , [appellant 2] , [appellant 3] , [appellant 4] – en deze vier tezamen: [appellanten] – respectievelijk [geïntimeerde] genoemd. Wijlen [naam 1] zal als moeder worden aangeduid.
1 Verder verloop van beide procedures
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 26 juli 2022 (verder ook: het verwijzingsarrest) beide zaken in de stand waarin deze zich bevonden naar dit hof verwezen ter verdere behandeling. Voor het eerdere verloop van beide procedures wordt verwezen naar dat arrest en naar het daaraan voorafgegane arrest van 9 november 2021, waarbij de door [appellanten] gedane vordering tot schorsing van het hierna te noemen arbitrale eindvonnis werd afgewezen (verder: het incidentele arrest).
Bij exploten van 17 oktober 2022 hebben [appellanten] in beide zaken [geïntimeerde] opgeroepen om voor dit hof verder te procederen.
Op 13 september 2023 heeft in beide zaken (tegelijk) een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen hebben hun standpunten aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities nader doen toelichten, [appellanten] door mr. Haarsma voornoemd en mr. M.A.M. Lem, advocaat te Breda, [geïntimeerde] door mr. Luinstra voornoemd. [appellant 1] c.s. hebben in de zaak met zaaknummer 200.317.993/01 de producties 38 tot en met 45 overgelegd en – uiteindelijk – in beide zaken de producties 10 en 11. [geïntimeerde] heeft bezwaar gemaakt tegen de door mr. Haarsma bij de producties 38 tot en met 44 gegeven schriftelijke toelichting. Ter zitting is afgesproken dat het hof bij arrest op dat bezwaar zal beslissen. [geïntimeerde] heeft in beide zaken de producties 18 tot en met 24 overgelegd. Verder is tijdens de mondelinge behandeling naar aanleiding van de zojuist genoemde producties 10 en 11 aan de orde gekomen dat de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 2 juni 2023 (ECLI:NL:HR:2023:840) het incidentele arrest heeft vernietigd en de zaak ter verdere behandeling en beslissing naar dit hof heeft verwezen. Partijen hebben het hof verzocht om, gelet op deze verwijzing, bij dit arrest ook op het schorsingsincident te beslissen.
Ten slotte is in beide zaken wederom arrest gevraagd.