Home

Gerechtshof Amsterdam, 08-02-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:509, 200.299.721/01 OK

Gerechtshof Amsterdam, 08-02-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:509, 200.299.721/01 OK

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
8 februari 2023
Datum publicatie
14 maart 2023
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:509
Zaaknummer
200.299.721/01 OK

Inhoudsindicatie

OK; Enquête; vaststelling vergoeding onderzoeker; art. 2:350 lid 3 BW

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.299.721/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 8 februari 2023

inzake

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [....] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] ,

gevestigd te [....] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[C] .,

gevestigd te [....] ,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[D] .,

gevestigd te [....] ,

VERZOEKSTERS,

advocaten: mr. G.J.R. Kalsbeek en mr. I.J. Rozendal, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[E] ,

gevestigd te [....] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STEENFABRIEK DE RIJSWAARD B.V.,

gevestigd te Aalst,

VERWEERSTERS,

advocaten: mr. R.G.J. de Haan, mr. M. Keuper en mr. B.S.D. Sanders, allen kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

1. de stichting

STICHTING DE RIJSWAARD

gevestigd te Zaltbommel,

de leden van de raad van commissarissen van [E] :

2. [F],

wonende te [....] ,

3. [G] ,

wonende te [....] ,

de leden van de raad van commissarissen van Steenfabriek De Rijswaard B.V.:

4. [F],

wonende te [....] ,

5. [G],

wonende te [....] ,

6. [H],

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaten: mr. R.G.J. de Haan, mr. M. Keuper en mr. B.S.D. Sanders, allen kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. V.R.M. Appelman en mr. T.R. Bosker, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,

e n t e g e n

8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[J] ,

gevestigd te [....] ,

9. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[K] ,

gevestigd te [....] ,

niet verschenen,

BELANGHEBBENDEN.

Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:

-

verweersters ieder afzonderlijk als BBBZ en als Steenfabriek, en gezamenlijk als Steenfabriek c.s.; en

-

belanghebbenden sub 2 t/m 5 ieder afzonderlijk als [F] en [G] .

1 Het verloop van het geding

1.1

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 3 en 14 februari 2022, 16 maart 2022, 8 juni 2022, 27 juli 2022 en 28 december 2022 in deze zaak.

1.2

Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Steenfabriek c.s. over de periode vanaf 16 oktober 2019 en mr. F.D. Stibbe (hierna: de onderzoeker) benoemd om het onderzoek te verrichten. Daarnaast heeft zij bij die beschikkingen, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, [F] en [G] , uitsluitend wat betreft hun hoedanigheid van voorzitter van de raad van commissarissen van Steenfabriek, geschorst en, voor zover nodig in afwijking van de statuten:

- mr. M. Bijkerk benoemd tot commissaris, tevens voorzitter van de raad van commissarissen van Steenfabriek met beslissende stem;

- H.H. Kloos benoemd tot commissaris van de raad van commissarissen van BBBZ met doorslaggevende stem.

In de beschikking van 27 juli 2022 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 120.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.

1.3

Bij brief van 23 december 2022 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.2 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Bij de beschikking van 28 december 2022 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde onderzoeksverslag aldaar ter inzage ligt voor belanghebbenden.

1.4

Bij e-mail van 24 januari 2023 heeft de onderzoeker een overzicht van de door hem en zijn kantoorgenoten in verband met het onderzoek gemaakte kosten gegeven en specificaties van de aan het onderzoek bestede uren aan de Ondernemingskamer doen toekomen en de Ondernemingskamer verzocht de onderzoekskosten vast te stellen. In totaal hebben de onderzoeker en zijn kantoorgenoten kosten van € 99.045,55 exclusief btw, in verband met het onderzoek gemaakt.

1.5

Van geen van de partijen heeft de Ondernemingskamer binnen de daarvoor gestelde termijn een reactie ontvangen met betrekking tot het verzoek van de onderzoeker.

2 De gronden van de beslissing

De onderzoeker heeft, zo overweegt de Ondernemingskamer, de in verband met het onderzoek gemaakte kosten voldoende toegelicht door middel van de in 1.4 genoemde stukken. Nu daartegen geen bezwaren zijn ontvangen en het bedrag aan onderzoekskosten weliswaar fors maar niet onredelijk voorkomt, zal de Ondernemingskamer de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW dan ook bepalen als hierna te vermelden.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 99.045,55, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar hij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.C. Meijer, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en prof. dr. mr. S. ten Have en drs. G. van Vollenhoven-Eikelenboom AAG, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Prins, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. C.C. Meijer op 8 februari 2023.