Home

Gerechtshof Amsterdam, 23-03-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:895, 200.317.829/01 OK

Gerechtshof Amsterdam, 23-03-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:895, 200.317.829/01 OK

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23 maart 2023
Datum publicatie
6 juni 2023
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:895
Zaaknummer
200.317.829/01 OK

Inhoudsindicatie

OK; Enquete; vaststelling onderzoeksbudget; 2:350 BW

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.317.829/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 23 maart 2023

inzake

DE ADVOCAAT-GENERAAL BIJ HET RESSORTSPARKET AMSTERDAM,

mr. M.E. de Meijer,

zetelend te Amsterdam,

VERZOEKER,

advocaat: mr. P.P.M. van Kippersluis, kantoorhoudende te Den Haag,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CENTRIC HOLDING B.V.,

gevestigd te Gouda,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CENTRIC NETHERLANDS HOLDING B.V.,

gevestigd te Gouda,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CENTRIC NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Gouda,

VERWEERSTERS,

advocaten: mr. I. Spinath en mr. F.D. Crul, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [....] ,

5. [B]

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. A.V. Paardekooper, kantoorhoudende te Amsterdam (voorheen: mr. P.B.A. Acda),

e n t e g e n

gevestigd te Gouda,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. R.J.W. Analbers en mr. T.L.C.W. Noordoven, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. J.C. van Nass en mr. H. Schreur, beiden kantoorhoudende te Amsterdam.

Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:

-

verweersters ieder afzonderlijk als Centric Holding, Centric Netherlands Holding, Centric Netherlands en gezamenlijk als Centric;

-

belanghebbenden sub 4 als [A] ;

-

belanghebbende sub 5 als [B] ;

-

belanghebbende sub 7 als [C] .

1 Het verloop van het geding

1.1

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar het proces-verbaal van het verhandelde ter terechtzitting van 3 november 2022 en naar de beschikkingen van 10 november 2022 en 27 januari 2023 in deze zaak.

1.2

De Ondernemingskamer heeft op de zitting van 3 november 2022 mondeling uitspraak gedaan in deze zaak. In haar mondelinge uitspraak en in haar beschikking van 10 november 2022 heeft de Ondernemingskamer voorshands geoordeeld dat gegronde redenen bestaan voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Centric en – verkort weergegeven – bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van de procedure:

- [B] geschorst als bestuurder van Centric Holding;

- mr. P.N. Wakkie benoemd als uitvoerende bestuurder van Centric Holding en bepaald dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Centric Holding te vertegenwoordigen;

- W.L. Meijer benoemd als niet uitvoerende bestuurder van Centric Holding, tevens voorzitter van de raad van bestuur met beslissende stem;

- de door [A] gehouden aandelen in Centric Holding, met uitzondering van één aandeel, ten titel van beheer overgedragen aan mr. M.W.E. Evers (hierna ook: de beheerder); en

- het besluit van Centric Holding van 2 november 2022 tot schorsing van [C] als niet uitvoerende bestuurder van Centric Holding geschorst.

1.3

Bij beschikking van 27 januari 2023 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek gelast naar het beleid en de gang van zaken van Centric over de periode vanaf 1 januari 2018 tot 3 november 2022, mr. Y. Borrius (hierna ook: de onderzoeker) benoemd tot onderzoeker en bij wijze van onmiddellijke voorziening alle door [A] gehouden aandelen in Centric Holding overgedragen aan de beheerder. In r.o. 3.11 van die beschikking heeft de Ondernemingskamer de onderzoeker verzocht om een plan van aanpak en een begroting van de kosten van het onderzoek te maken en toe te zenden.

1.4

De onderzoeker heeft bij e-mail van 8 maart 2023 een plan van aanpak met een begroting van de onderzoekskosten aan de Ondernemingskamer toegezonden.

1.5

De secretaris van de Ondernemingskamer heeft de advocaten van partijen bij e-mail van 13 maart 2023 in de gelegenheid gesteld zich desgewenst uit te laten over de begroting van de kosten. Van geen van partijen is binnen de daartoe gestelde termijn bezwaar tegen de begroting van de kosten van de onderzoeker ontvangen.

2. De gronden van de beslissing

2.1

De onderzoeker heeft het aantal uren dat het onderzoek in beslag zal nemen begroot en opgave gedaan van haar uurtarief en dat van haar secretaris. De onderzoeker heeft de totale kosten van het onderzoek begroot op € 200.000 exclusief btw.

2.2

Hoewel het begrote onderzoeksbudget fors te noemen is, heeft de onderzoeker door middel van een specificatie van de door haar te verrichten onderzoekswerkzaamheden met een bijbehorende urenspecificatie, het begrote onderzoeksbudget naar het oordeel van de Ondernemingskamer dusdanig onderbouwd dat dit haar niet onredelijk voorkomt. Nu van de zijde van partijen geen bezwaren tegen de begroting van de onderzoeker zijn ontvangen, zal de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op € 200.000 exclusief btw.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 200.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. M.A.H. Melissen en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en W. Wind en dr. M.J.R. Broekema RV, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Prins en mr. D.I. Frans, griffiers, en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2023.