Home

Gerechtshof Amsterdam, 13-05-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1266, 23-002841-19

Gerechtshof Amsterdam, 13-05-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1266, 23-002841-19

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13 mei 2024
Datum publicatie
13 mei 2024
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:1266
Formele relaties
Zaaknummer
23-002841-19

Inhoudsindicatie

Ontvoering van tweejarig meisje in opdracht van haar vader naar India in 2016. Hof verklaart medeplegen van onttrekking aan wettig gezag en opzicht en van wederrechtelijke vrijheidsberoving bewezen. Hof wijdt overwegingen aan het verweer dat het proces als geheel niet eerlijk is geweest doordat getuigen die ontlastend zouden kunnen verklaren niet konden worden gehoord. Slotsom aan de hand van de maatstaf zoals ontwikkeld in het arrest Murtazaliyeva tegen Rusland (EHRM 18 december 2018): geen oneerlijk proces.

Vorderingen benadeelde partij: onherroepelijk veroordeelde mededader heeft schade van enkele benadeelde partijen reeds vergoed. Hof wijst hun vorderingen af omdat geen schade meer bestaat. Vordering benadeelde partij van minderjarige meisje wegens immateriële schade toegewezen. Hof wijst af de vordering tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor hoger bedrag dan de initiële vordering benadeelde partij.

Strafmotivering waarin aandacht wordt besteed aan het georganiseerde en planmatige karakter van de ontvoering en de ingrijpende gevolgen voor het meisje en voor de familie in Nederland. Eendaadse samenloop.

Schending redelijke termijn van berechting. Hof legt 48 maanden gevangenisstraf op.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002841-19

datum uitspraak: 13 mei 2024

TEGENSPRAAK (artikel 279 Sv)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 juli 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-728055-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

zonder bekende woon- of verblijfplaats.

1 Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9, 11, 16 en 18 april 2024 en 2 mei 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal (hierna: de advocaat-generaal) en van hetgeen de raadslieden en de advocaat van de benadeelde partijen en naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij zich, kort en zakelijk weergegeven, heeft schuldig gemaakt aan:

1.

het medeplegen van de ontvoering van [minderjarige] in de periode van 17 september 2016 tot en met

18 oktober 2016;

2.

het medeplegen van onttrekking aan het wettig gezag en opzicht van [minderjarige] in de periode van 29 september 2016 tot en met 28 maart 2019.

De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

3 Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof – onder meer – tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

4 Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

5 Bewijs

6 Bewezenverklaring

7 Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

8 Strafbaarheid van de verdachte

9 Oplegging van straf

10 Nadere overweging over de strafoplegging

11 Vorderingen van de benadeelde partijen

12 Toepasselijke wettelijke voorschriften

13 Beslissing ten aanzien van de vordering tot gevangenneming

14 BESLISSING