Gerechtshof Amsterdam, 11-06-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1588, 200.315.004/01
Gerechtshof Amsterdam, 11-06-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1588, 200.315.004/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 11 juni 2024
- Datum publicatie
- 4 september 2025
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1588
- Zaaknummer
- 200.315.004/01
Inhoudsindicatie
kopje volgt nog.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer: 200.315.004/01
zaak-/rolnummer rechtbank: C/13/704360 / HA ZA 21-622
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 11 juni 2024
inzake
[appellant] ,
wonende te [plaats 1] ,
appellant,
advocaat: mr. J. Ruijs te Amsterdam,
tegen:
[geïntimeerde] ,
wonende te [plaats 2] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. R.J.C. Bindels te Utrecht.
Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.
1 De zaak in het kort
Een zoon stelt dat zijn moeder hem een bedrag van € 630.000,00 verschuldigd is en vordert in rechte betaling daarvan. Daartoe brengt hij een door de moeder ondertekende schuldbekentenis in het geding die volgens hem tussen partijen dwingende bewijskracht toekomt. De rechtbank volgt de zoon hierin niet en oordeelt vrij te zijn in de waardering van het bewijs. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat aan de schuldbekentenis geen overtuigingkracht toekomt. Omdat [appellant] verder onvoldoende heeft gesteld om zijn vordering te kunnen staven, komt de rechtbank aan verdere bewijslevering niet toe en wijst zij de vordering af. In hoger beroep bestrijdt de zoon tevergeefs het oordeel van de rechtbank dat de schuldbekentenis geen dwingende, maar slechts vrije bewijskracht toekomt. Het hof bekrachtigt het oordeel van de rechtbank.
2 Het verloop van de procedure in hoger beroep
[appellant] is bij dagvaarding van 7 juni 2022 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 9 maart 2022, onder het hierboven genoemde zaak-/rolnummer gewezen tussen [appellant] als eiser in conventie, verweerder in reconventie en [geïntimeerde] als gedaagde in conventie en eiseres in reconventie.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord;
- akte overleggen producties van de zijde van [appellant] ;
- antwoordakte producties van de zijde van [geïntimeerde] .
Ten slotte is arrest gevraagd.
[appellant] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog – uitvoerbaar bij voorraad – zijn vorderingen zal toewijzen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties en de nakosten en rente over die kosten.
[geïntimeerde] heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling - uitvoerbaar bij voorraad - van [appellant] in de proceskosten van het hoger beroep.
Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.
3 Feiten
De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.5 feiten opgesomd die tussen partijen vaststaan. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil, zodat het hof daarvan als vaststaand zal uitgaan. Samengevat en aangevuld met enkele andere feiten, die als enerzijds gesteld en anderzijds niet betwist tussen partijen vaststaan, gaat het in deze zaak om het volgende.
[geïntimeerde] is in Iran getrouwd. Samen met haar man heeft zij vijf kinderen. [appellant] is hun enige zoon. Het gezin is naar Nederland verhuisd.
In Nederland zijn [geïntimeerde] en haar man samen eigenaar van een woning aan [straat] en een winkelruimte op de [plaats 3] in [plaats 1] .
[geïntimeerde] heeft samen met haar man en vijf kinderen in de woning aan [straat] gewoond. Zij woont daar reeds meer dan tien jaar niet meer en leeft feitelijk gescheiden van haar man.
[appellant] is op enig moment naar Amerika vertrokken voor het volgen van een pilotenopleiding. Zijn ouders hebben daaraan meebetaald. [appellant] heeft de pilotenopleiding niet afgemaakt en is teruggekeerd naar Nederland.
[appellant] had diverse bedrijven ingeschreven op het adres van de woning aan [straat] . Hij woont momenteel zelf niet in deze woning.
In eerste aanleg en in hoger beroep heeft [appellant] onder meer een productie met de volgende inhoud overgelegd:
“ Toekenning immateriële schadevergoeding en schuldbekentenis
Ondergetekende, [geïntimeerde] , geboren [geboortedatum 1] , mede namens haar echtgenoot, [appellant] , verklaart bij deze dat haar zoon, [appellant] , geboren [geboortedatum 2] , bij het verlenen van onbezoldigde ondersteunende werkzaamheden in de onderneming [appellant] , gevestigd [plaats 3] [nummer] , [postcode] [plaats 1] , waarbij geen sprake was van een dienstbetrekking, op 10 december 2010 slachtoffer is geworden van een ongeval. Als gevolg van dit ongeval heeft hij zijn opleiding tot piloot in de Verenigde Staten niet voort kunnen zetten en niet kunnen afronden.
Als gevolg hiervan ken ik [appellant] een vergoeding toe wegens immateriële schade van € 630.000. Voormeld bedrag betreft een vergoeding voor ondervonden pijn en gederfde levensvreugde, alsmede inkomensverlies in de toekomst wat door [appellant] geleden zal worden als gevolg van het niet kunnen afronden van de pilotenopleiding, wat het gevolg is van het door hem overeengekomen ongeval.
Ondergetekende verklaart het bedrag van € 630.000 aan [appellant] verschuldigd te zijn per de datum van overeenkomst van de vergoeding.
Aldus overeengekomen op 9 juli 2012 en ondertekend (...)”
In hoger beroep heeft [geïntimeerde] onder meer een productie met de volgende inhoud overgelegd:
“Schuldbekentenis
Ondergetekende, [geïntimeerde] , mede namens haar echtgenoot, [appellant] , verklaart aan haar zoon [appellant] , geboren op [geboortedatum 2] te [plaats 4] , Iran, vanwege door [appellant] gedurende vijftien jaar lang verrichte werkzaamheden zonder daarvoor betaald te zijn geweest, verschuldigd te zijn een bedrag ad € 630.000,=.
Voorts verklaar ik, eveneens mede namens mijn echtgenoot, de opleiding tot piloot te Amerika voor onze [appellant] , waarvan de kosten plusminus € 250.000,= bedragen, te zullen betalen.
[plaats 1] , 1 januari 2008
[geïntimeerde] ”
Op het document staat boven de naam [geïntimeerde] een handtekening. Voorts staat er een tweede handtekening bij de met de handgeschreven volgende tekst:
“Getuige,
[naam]
Geboren [geboortedatum 3] in [plaats 4] in Iran
[datum] [plaats 1] ”