Gerechtshof Amsterdam, 18-06-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1671, 200.338.824/01
Gerechtshof Amsterdam, 18-06-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1671, 200.338.824/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 18 juni 2024
- Datum publicatie
- 12 augustus 2024
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1671
- Zaaknummer
- 200.338.824/01
Inhoudsindicatie
Kort geding tot opheffing van een conservatoir verhaalsbeslag (art. 705 Rv). Afweging van de belangen van partijen leidt, met
vernietiging van het vonnis in eerste aanleg, tot gedeeltelijke opheffing. De subsidiaire vordering om beslaglegger te veroordelen
tot het stellen van zekerheid voor de schade die het beslag veroorzaakt, is niet toewijsbaar.
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.338.824/01
zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/746120 / KG ZA 24-91
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 18 juni 2024
inzake
[appellant] ,
wonend in [plaats] (Turkije),
appellant,
advocaat: mr. J.W. de Groot te Amsterdam,
tegen
1 YILDIRIM INTERNATIONAL INVESTMENT HOLDING B.V.,
gevestigd te Amstelveen,
gevestigd te Gemlik/Bursa (Turkije),
wonend in [plaats] (Turkije),
wonend in [plaats] (Turkije),
geïntimeerden,
advocaat: mr. E.R. Meerdink te Amsterdam.
Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerden] . genoemd.
1 De zaak in het kort
Ter verzekering van het verhaal van een gestelde schadevergoedingsvordering heeft [appellant] ten laste van [geïntimeerden] . beslagen doen leggen voor een bedrag van USD 1,3 miljard. In dit kort geding vorderen [geïntimeerden] . dat deze beslagen worden opgeheven.
De voorzieningenrechter heeft de vordering van [geïntimeerden] . toegewezen, op de grond dat summierlijk is gebleken dat de vordering waarvoor het beslag is gelegd, ondeugdelijk is. Deze beslissing van de voorzieningenrechter wordt in dit hoger beroep door [appellant] bestreden.
2 Het geding in hoger beroep
[appellant] is bij dagvaarding van 5 maart 2024 in hoger beroep gekomen van een vonnis dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam op 15 februari 2024 onder bovenvermeld zaak- en rolnummer heeft gewezen tussen [geïntimeerden] . als eisers en [appellant] als gedaagde.
De appeldagvaarding bevat de grieven, met producties. [geïntimeerden] . hebben een memorie van antwoord, met producties, ingediend.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 26 april 2024. Partijen hebben de zaak bij die gelegenheid laten toelichten door hun advocaten, [appellant] tevens door mr. M.V.A. Heuten, advocaat te Amsterdam, en [geïntimeerden] . tevens door mrs. T.S.T.C. Flapper, F.J.L. Kaptein en V.M. Schippers, advocaten te Amsterdam, steeds aan de hand van spreekaantekeningen, die zijn overgelegd. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben beide partijen bij akte nog producties in het geding gebracht.
Aan het slot van de mondelinge behandeling hebben partijen het hof verzocht om het arrest aan te houden ten behoeve van partijoverleg over een minnelijke regeling. Op de rolzitting van 14 mei 2024 hebben zij alsnog arrest gevraagd.
[appellant] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en
– uitvoerbaar bij voorraad – alsnog de vorderingen van [geïntimeerden] . zal afwijzen, met veroordeling van [geïntimeerden] . in de kosten van het geding in beide instanties, met nakosten en rente.
[geïntimeerden] . hebben geconcludeerd tot bekrachtiging, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, met nakosten en rente.