Gerechtshof Amsterdam, 18-06-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1695, 200.285.579/01
Gerechtshof Amsterdam, 18-06-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1695, 200.285.579/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 18 juni 2024
- Datum publicatie
- 13 augustus 2024
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1695
- Zaaknummer
- 200.285.579/01
Inhoudsindicatie
In het kader van een dringend nodige kapitaalverhoging besluit de vennootschap, na een daartoe strekkende statutenwijziging, tot uitgifte van een nieuw soort aandelen waaraan bijzondere zeggenschapsrechten zijn verbonden. Bij de statutenwijziging wordt ook een kwaliteitseis voor haar aandeelhouders ingevoerd. Bij de uitgifte wordt het voorkeursrecht van de bestaande aandeelhouders uitgesloten (art 2:206a lid 1 BW). Een van de bestaande aandeelhouders stelt zich op het standpunt dat de uitsluiting van haar voorkeursrecht in strijd is met het gelijkheidsbeginsel (art 2:201 lid 2 BW) en de redelijkheid en billijkheid (art 2:8 BW) en leidt tot een verwatering van haar aandelen die in strijd is met artikel 1 EP EVRM. Ook stelt zij dat de kwaliteitseis niet aan haar mag worden gesteld nu zij tegen de desbetreffende statutenwijziging heeft gestemd (art 2:192 lid 1).
Uitspraak
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.285.579/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/653704 / HA ZA 18 - 897
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 18 juni 2024
inzake
de rechtspersoon naar buitenlands recht
[appellante] S.L.,
gevestigd te [vestigingsplaats] , Spanje,
appellante,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam, inmiddels mr. J. Duijn te Amsterdam,
tegen
IRISTRACE B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. S.E. Rutgers te Amsterdam.
Partijen worden hierna [appellante] en Iristrace genoemd.
1 De zaak in het kort
Iristrace is een startup die in 2014 is opgericht. [appellante] is een van haar investeerders uit het eerste jaar na haar oprichting die aan Iristrace in juli 2015 een converteerbare lening heeft verstrekt die in 2016 is geconverteerd in gewone aandelen. In 2018 had Iristrace dringend kapitaal nodig. Zij heeft toen nieuwe investeerders aangetrokken aan wie zij een nieuw soort aandelen met daaraan verbonden preferenties heeft uitgegeven, met uitsluiting van het voorkeursrecht van al haar bestaande aandeelhouders, waaronder [appellante] , om ook deze nieuwe soort aandelen te kunnen verwerven. In de context van diezelfde kapitaalsinjectie heeft Iristrace bij gelegenheid van een statutenwijzing - met tegenstem van [appellante] - in haar statuten een kwaliteitseis voor haar aandeelhouders opgenomen. [appellante] stelt zich op het standpunt dat Iristrace bij de conversie in 2016 een te hoge conversiekoers heeft gehanteerd waardoor zij bij die conversie te weinig gewone aandelen van Iristrace heeft verkregen. [appellante] meent bovendien dat haar voorkeursrecht om ook de nieuwe soort aandelen te verkrijgen, niet door Iristrace mocht worden uitgesloten. Tenslotte verzet [appellante] zich er tegen dat Iristrace aan haar de kwaliteitseis stelt.
2 Het geding in hoger beroep
[appellante] is bij dagvaarding van 20 december 2019 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 2 oktober 2019, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [appellante] als eiseres en Iristrace als gedaagde. Op 3 april 2020 heeft [appellante] een herstelexploot uitgebracht waarin een andere rechtsdag is aangezegd.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- -
-
memorie van grieven, met eisvermindering;
- -
-
memorie van antwoord, met producties.
Ten slotte is arrest gevraagd.
[appellante] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - alsnog de verminderde vorderingen zal toewijzen, en veroordeling van Iristrace in de kosten van het geding in beide instanties met nakosten en rente.
Iristrace heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep met nakosten en rente.
Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.
3 Feiten
De rechtbank heeft in 2.1 tot en met 2.15 van het bestreden vonnis de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen.
[appellante] heeft aangevoerd dat de feitenvaststelling onder 2.3 tot en met 2.5 van het bestreden vonnis onvolledig is. Ook heeft zij aangevoerd dat onjuist is dat de rechtbank onder 2.7 overweegt dat de nieuwe aandeelhoudersovereenkomst “een wat andere inhoud” heeft dan de vorige; [appellante] meent dat sprake is van een “wezenlijk” afwijken. Naar aanleiding van het bezwaar over de onvolledigheid overweegt het hof dat een rechtelijke beslissing in ieder geval de vaststaande feiten moet vermelden waarop zij is gebaseerd, maar dat de rechter verder vrij is in zijn opsomming van de vaststaande feiten en daarbij niet naar volledigheid hoeft te streven. Uit het onvermeld zijn van een bepaald feit / bepaalde stelling mag daarom niet worden afgeleid dat bij de beoordeling daarop geen acht is geslagen; het betekent slechts dat dat feit / die stelling (uiteindelijk) niet dragend is geweest voor de rechterlijke beslissing. De vaststelling dat de nieuwe overeenkomst “een wat andere inhoud” heeft dan de vorige is door de rechtbank niet bedoeld als het waardeoordeel dat [appellante] daarin kennelijk leest en is ook overigens niet onjuist. De feitenvaststelling van de rechtbank is daarom niet onjuist zodat ook het hof van deze feiten uitgaat.
Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten, komen de feiten die het hof voor zijn beoordeling van de zaak relevant acht, neer op het volgende.
Iristrace is opgericht in 2014, als startup. De founders van Iristrace, waaronder de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ), zijn allen Spaans en een groot deel van de activiteiten van Iristrace vindt plaats in Spanje.
[appellante] is het investeringsvehikel van de eveneens Spaanse heer [naam 2] (hierna: [naam 2] ).
In de bij de oprichting vastgestelde statuten van Iristrace was bepaald dat haar kapitaal bestaat uit (alleen) gewone aandelen. Haar aandelen waren geplaatst bij haar oprichters die een aandeelhoudersovereenkomst hadden gesloten. Voor haar aandeelhouders gold geen kwaliteitseis. Artikel 3, leden 3 en 4 van de oprichtingsstatuten van Iristrace luidt:
“3. Bij de uitgifte van nieuwe aandelen heeft iedere aandeelhouder een voorkeursrecht naar evenredigheid van het totale nominale bedrag van de door hem gehouden aandelen. (..)
4. Het voorkeursrecht kan telkens voor een enkele uitgifte worden beperkt of uitgesloten bij besluit van de algemene vergadering.”
Bij akte van 23 juni 2015 heeft Iristrace aandelen uitgegeven aan drie investeerders: 422 aandelen aan Eurestec B.V. (hierna: Eurestec), 422 aandelen aan Maarheeze Holding B.V. (hierna: Maarheeze), en 73 aandelen aan SBC Amsterdam 2012 B.V. Eurestec en Maarheeze hebben per aandeel € 59,24 betaald.
Op 1 juli 2015 heeft [appellante] aan Iristrace een converteerbare lening verstrekt van € 75.000,00 met een jaarrente van 6% (hierna: de [appellante] Note). De daaraan voorafgaande onderhandelingen zijn gevoerd door [naam 2] voor [appellante] en [naam 1] voor Iristrace. De afspraken met betrekking tot de [appellante] Note zijn vastgelegd in een in het Engels gestelde akte getiteld Convertible Note Agreement (hierna: de Overeenkomst), die is gedateerd op 24 juni 2015 en is getekend op 30 juni 2015. Onderdeel van de Overeenkomst zijn een aantal Schedules (bijlagen).
Artikel 5.5 van de Overeenkomst luidt:
“The number of shares to be delivered to Lender will be obtained by applying the outstanding amount – the then outstanding principal Loan Amount and accrued Interests – to the post money valuation of Iristrace equal to the valuation acknowledged by the Company’s shareholders in the capital increase operation executed immediately prior to the date of signature of this agreement, without any discount.”
Artikel 12 van de Overeenkomst bepaalt dat op de Overeenkomst Nederlands recht van toepassing is en dat er uit voortvloeiende geschillen worden voorgelegd aan de rechtbank Amsterdam.
Schedule 3 bij de Overeenkomst bestaat uit een enkel artikel dat is gesteld in het Spaans, de gemeenschappelijke taal van [naam 2] en [naam 1] . Tussen partijen staat vast dat de Nederlandse vertaling van Schedule 3 luidt:
“Enig artikel: Iedere verleden of toekomstige converteerbare-leningsovereenkomst die tussen Iristrace en een andere Geldverstrekker zou kunnen worden getekend, waarin verschillende voorwaarden worden bedongen en die betere voorwaarden voor de Geldverstrekker meebrengen dan de voorwaarden bedongen in deze overeenkomst, brengt automatisch met zich dat die bedoelde verbeteringen worden opgenomen ten gunste van [appellante] Inversiones, dusdoende dat alle bedongen voorwaarden in welk ander converteerbaar stuk dan ook die een verbetering veronderstellen voor de Geldverstrekker ten opzichte van de hier bedongen voorwaarden toepasselijk worden geacht op [appellante] Inversiones.”
Artikel 1.2 van Schedule 4 bij de Overeenkomst luidt:
“In relation to (..) section 5.5, both parties agree that the capital increase operation whose value would apply for the purposes of this clause would be the post money valuation as that held on October 21th, 2014, for the acquirer of 5 of the Issue of Shares from Iristrace B.V. (..) and the investor of the Term Sheet Memorandum of Terms for Sale of Series Seed Shares that held on October 6th, 2014 (..).”
Met het oog op de voorgenomen conversie van de [appellante] Note is [appellante] , met een andere nieuwe aandeelhouder, op 20 april 2016 toegetreden tot de aandeelhoudersovereenkomst van Iristrace van 12 april 2014. Op diezelfde 20 april 2016 is de [appellante] Note geconverteerd in aandelen. Aan [appellante] zijn 578 aandelen Iristrace uitgegeven tegen een prijs per aandeel van € 135,58.
In 2016 is de algemene vergadering van Iristrace (hierna: de ava) niet bijeengekomen.
Op 21 juli 2017 heeft een ava plaatsgevonden waarop de jaarrekeningen 2015 en 2016 zouden worden vastgesteld. Omdat deze onjuistheden bleken te bevatten, heeft het bestuur van Iristrace ter vergadering de concepten ingetrokken.
Op 7 mei 2018 heeft [appellante] de (nieuwe) concept-jaarrekeningen Iristrace 2015, 2016 en 2017 ontvangen. De ava van 15 mei 2018 heeft deze jaarrekeningen vervolgens vastgesteld.
De ava van 1 oktober 2018 heeft – met tegenstem van [appellante] – besloten tot wijziging van de statuten. Een van die wijzigingen houdt in dat aandelen alleen worden uitgegeven aan aandeelhouders die een nieuwe aandeelhoudersovereenkomst tekenen, met een andere inhoud dan de oorspronkelijke aandeelhoudersovereenkomst. Een andere wijziging is de mogelijkheid om, behalve gewone aandelen, ook bijzondere soorten aandelen uit te geven. Vooruitlopend op een wijziging in die zin van de statuten heeft de ava op 1 oktober 2018 verder besloten tot de uitgifte van aandelen A1, A2 en B. Daarnaast heeft de ava een besluit genomen tot uitsluiting van de voorkeursrechten van de bestaande aandeelhouders om te reflecteren op de uit te geven preferente aandelen A2 en B.
Tezamen worden deze besluiten verder genoemd: de besluiten van 1 oktober 2018.
Iristrace heeft vervolgens de bestaande aandeelhouders een aandeel A1 aangeboden. Op 18 oktober 2018 heeft Iristrace ook [appellante] één aandeel A1 aangeboden tegen de nominale waarde van € 0,01, onder de voorwaarde dat [appellante] de nieuwe aandeelhoudersovereenkomst zal tekenen. [appellante] is met die voorwaarde niet akkoord gegaan.
Alle andere houders van aandelen Iristrace hebben een nieuwe aandeelhoudersovereenkomst gesloten, gedateerd 17 december 2018.
Op 5 april 2019 zijn de besluiten van 1 oktober 2018 geheel doorgevoerd in een wijziging van de statuten van Iristrace (hierna: de gewijzigde statuten). Op diezelfde 5 april 2019 heeft Iristrace de nieuwe aandelen A1 uitgegeven aan bestaande aandeelhouders (met uitzondering van [appellante] ). Daarnaast heeft Iristrace die dag aandelen A2 uitgegeven aan de beide aandeelhouders die tevens manager zijn van Iristrace ( [naam 1] en Eurestec) en aandelen B aan de andere verschaffers van nieuw eigen vermogen.
In de gewijzigde statuten (artikel 3B lid 1) is een kwaliteitseis (verder: de kwaliteitseis) opgenomen. Deze luidt:
“Aandelen kunnen slechts worden gehouden door de vennootschap en natuurlijke personen en rechtspersonen, welke partij zijn bij de aandeelhoudersovereenkomst met betrekking tot de vennootschap aangegaan tussen, onder andere, de aandeelhouders van de vennootschap en de vennootschap op zeventien december tweeduizend achttien, zoals die van tijd tot tijd zal luiden of zal worden vervangen.”
In de gewijzigde statuten (artikel 18 lid 8 en artikel 23 lid 5) is bepaald dat als de ava in het geval van een Liquidatie Gebeurtenis besluit tot uitkering van een reserve, of als de vennootschap wordt geliquideerd, de uitkeringsvolgorde zal zijn:
- als eerste de houders van aandelen A2 gezamenlijk € 500.000,00 zullen ontvangen;
- daarna de houders van aandelen A1 en B het nominale bedrag inclusief agio op hun aandelen zullen ontvangen;
- waarna het resterende bedrag zal worden uitgekeerd aan alle aandeelhouders naar evenredigheid van hun aandelen, ongeacht de soort ervan.
Verder zijn in de gewijzigde statuten aan de houders van aandelen A2 en B bijzondere statutaire stem- en beslisrechten toegekend zoals vetorechten ten aanzien van bestuursbesluiten en in de ava.