Home

Gerechtshof Amsterdam, 09-07-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1899, 200.307.171/01

Gerechtshof Amsterdam, 09-07-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1899, 200.307.171/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
9 juli 2024
Datum publicatie
29 augustus 2024
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:1899
Zaaknummer
200.307.171/01

Inhoudsindicatie

Een vennootschap besluit tot een emissie van aandelen om in haar acute financieringsbehoefte te voorzien. Drie aandeelhouders die elk 25% van de aandelen hebben, maken gebruik van hun voorkeursrecht. De twee andere aandeelhouders zien daardoor hun belang zeer aanzienlijk verwateren.

Zij klagen dat het besluit tot emissie vernietigd moet worden wegens strijd met artikel 2:8 BW. Daartoe voeren zij onder meer aan dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor een emissie die de aandeelhouders zijn overeengekomen in hun aandeelhoudersovereenkomst. Ook klagen zij dat de uitgifteprijs voor de aandelen veel te laag is vastgesteld en dat daardoor hun belang disproportioneel is verwaterd.

Uitspraak

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.307.171/01

zaak- / rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/686764 / HA ZA 20-798

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 9 juli 2024

inzake

1 AARON INVESTMENTS B.V.,gevestigd te Amsterdam,

2 [appellant],

wonende te [plaats] ,

appellanten,

advocaat: eerst mr. Y.A. Wehrmeijer te Rotterdam, nu mr. L.H.J. Baijer te Amsterdam,

tegen

1 TWENTY SEVEN AMSTERDAM B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2 TORN B.V.,

gevestigd te Amsterdam,3 BCDH BEHEER B.V.,

gevestigd te Halfweg,

4 VAN STRIEN BEHEER B.V.,gevestigd te Oosterhout (NB),

geïntimeerden,

advocaat: mr. B.W. Brouwer te Amsterdam.

Partijen afzonderlijk worden hierna Aaron Investments, [appellant] , Twenty Seven bv, Torn, BCDH Beheer en Van Strien Beheer genoemd. Appellanten gezamenlijk worden hierna (in enkelvoud) Aaron Investments c.s. genoemd, en geïntimeerden gezamenlijk (in enkelvoud) Twenty Seven c.s. genoemd.

1 De zaak in het kort

Een vennootschap die een luxe hotel in [plaats] exploiteert, lijdt in de opstartfase verliezen en heeft een aanzienlijk grotere financieringsbehoefte dan begroot. De aandeelhouders hebben een aandeelhoudersovereenkomst gesloten waarin onder meer is afgesproken dat de vennootschap in beginsel extern zal worden gefinancierd en dat een aandelenuitgifte pas zal worden overwogen als dat vanwege de liquiditeit en solvabiliteit in redelijkheid noodzakelijk is en alternatieve financiering om commerciële reden niet mogelijk of wenselijk is. Tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders van 31 december 2018 wordt besloten tot de uitgifte van nieuwe aandelen. Twee aandeelhouders die samen 25% van de aandelen hebben, stemmen tegen en zien af van hun voorkeursrecht. Na de aandelenuitgifte houden zij samen, als gevolg van verwatering, nog maar 2,46% van de aandelen en houden de overige drie aandeelhouders ieder 32,15% van de aandelen. De twee verwaterde aandeelhouders stellen dat het besluit op de voet van artikel 2:15 BW moet worden vernietigd wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden vereist.

2 Het geding in hoger beroep

3 Feiten

4 Eerste aanleg

5 Beoordeling

6 Beslissing