Gerechtshof Amsterdam, 30-01-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:227, 200.332.176/01
Gerechtshof Amsterdam, 30-01-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:227, 200.332.176/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 30 januari 2024
- Datum publicatie
- 1 augustus 2024
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2024:227
- Zaaknummer
- 200.332.176/01
Inhoudsindicatie
Ondanks levenstestament toch noodzaak bewind.
Uitspraak
Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.332.176/01
zaak- / rekestnummer rechtbank: 10411893 BM VERZ 23-632 KL
beschikking van de meervoudige kamer van 30 januari 2024 in de zaak van
[de zoon] ,
wonende te [plaats A] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de zoon
advocaat: mr. P.F. Keuchenius te Hoorn (NH),
en
[de dochter] ,
wonende te [plaats B] ,
de dochter in hoger beroep,
hierna te noemen: de dochter,
advocaat P. van der Lingen.
Als belanghebbende in deze zaak is aangemerkt:
- [de moeder] (hierna: de moeder).
1 Het verloop van het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar (hierna: de kantonrechter) van 21 augustus 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 Het geding in hoger beroep
De zoon is op 14 september 2023 in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking.
De dochter heeft op 1 november 2023 een verweerschrift ingediend.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:
- een bericht van de zijde van de zoon van 1 december 2023 met bijlagen;
- een bericht van het verpleegtehuis waar de moeder verblijft van 7 december 2023 (in reactie op de oproepbrief van het hof om de moeder te horen), inhoudende een verzoek om de moeder te bezoeken op de woonlocatie ‘ [Y] ’ in [plaats B] in plaats van haar te horen op het hof, aangezien dit voor de moeder, zowel op lichamelijk als op cognitief gebied, te belastend is.
De mondelinge behandeling heeft op 13 december 2023 plaatsgevonden. Verschenen zijn:
- de zoon, bijgestaan door zijn advocaat en vergezeld door zijn echtgenote, [echtgenote] . [echtgenote] heeft, met instemming van de dochter, tijdens de zitting het woord voor de zoon gevoerd;
- de dochter, bijgestaan door haar advocaat en vergezeld door haar echtgenoot [echtgenoot] .
De advocaten van de zoon respectievelijk de dochter hebben tijdens de zitting een pleitnotitie overgelegd.
Ter zitting is gebleken dat het horen van de moeder, ook in haar eigen woonomgeving, te belastend is voor haar. Daarom heeft het hof hiervan afgezien.
3 De feiten
De moeder is geboren [in] 1938. Zij was in gemeenschap van goederen gehuwd met de [X] . Uit het huwelijk zijn geboren de zoon en de dochter.
Na het overlijden van de [X] in 1987 is uit diens nalatenschap de helft van de onverdeelde woning aan de [A-straat] in [plaats B] (hierna: ook de woning) aan de zoon en de dochter toegekomen. De moeder had van dit deel het vruchtgebruik. De andere helft van de woning kwam de moeder toe uit hoofde van verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.
De moeder heeft bij notariële akte van 31 januari 2017 een levenstestament op laten maken, waarin, voor zover hier van belang, het volgende is vermeld:
“(...)
DOEL VAN DIT LEVENSTESTAMENT
Met dit levenstestament wil ik mede voorzien in de situatie dat ik om wat voor reden dan ook niet meer zelf kan handelen. Ik tref daartoe de volgende maatregelen:
Ik geef een algemene volmacht om mijn vermogensrechtelijke en andere zakelijke belangen te behartigen. (...)
Ik tref deze maatregelen om te voorkomen dat ik onder curatele word gesteld, dat over mijn goederen beschermingsbewind of ten behoeve van mij mentorschap wordt ingesteld. Ook als ik niet meer wilsbekwaam ben (...) blijft dit levenstestament met de daarin opgenomen volmachten gelden. (...)
Ik benoem tot mijn algemeen gevolmachtigde: mijn dochter, [de dochter] . (...)
Indien zij deze benoeming niet aanvaardt of niet kan aanvaarden benoem ik in haar plaats tot algemeen gevolmachtigde haar echtgenoot, de [echtgenoot] . (...)
De gevolmachtigde is niet verplicht rekening en verantwoording aan mij of mijn erfgenamen af te leggen. (...)
Giften
De gevolmachtigde mag giften doen aan mijn kinderen en mijn kleinkinderen – echter pas nadat mijn woning zal zijn verkocht – als dat met het oog op belastingbesparing gunstig is. Ik wens dat mijn kinderen en kleinkinderen daarbij gelijk worden behandeld (...). (...) Er moet voldoende liquide vermogen overblijven om in mijn verzorging te voorzien (...).
Woning
Mijn woning mag worden verkocht als ik mijn intrek neem in een verpleeg- of verzorgingsinstelling en er geen zicht is op mijn terugkeer naar die woning.
(...)
Deze volmacht is erop gericht geen bewind, mentorschap of curatele te hoeven aanvragen. Stelt de rechter desondanks een bewind en/of mentorschap in (...), dan geldt het volgende. (...) Ik spreek de uitdrukkelijke voorkeur uit dat de rechter een door mij onder I. aangewezen gevolmachtigde tot bewindvoerder benoemt.”
De moeder verblijft sinds 1 januari 2020 in verpleegtehuis ' [Y] ' te [plaats B] .
De dochter verblijft sinds 7 september 2020 in de woning aan de [A-straat] te [plaats B] . De dochter was en is voornemens de woning van de moeder te kopen; verkoop heeft nog niet plaatsgevonden.